Gacha en cosmetics als verdienmodel
Where Winds Meet
Where Winds Meet is op zichzelf een uitstekende game. Het is een wuxiafantasyactie-rpg, die zich afspeelt in een wereld gebaseerd op het China van de tiende eeuw. De game is in alle opzichten ontzettend uitgebreid en divers en heeft ook nog eens prachtige graphics. Het spel maakt gebruik van AI voor een deel van de personages die je in de wereld tegenkomt, waardoor je gesprekken met ze kunt voeren. Die leiden soms tot het verkrijgen van beloningen, maar de npc's zijn ook makkelijk om de tuin te leiden. De game speelt lekker en kent ook nog coöperatie en competitieve elementen, maar is ook prima te spelen als singleplayerervaring. Het opvallendste aspect aan Where Winds Meet is echter dat het een gratis game is. De uitgever verdient aan mensen die in het spel geld uitgeven om bepaalde cosmetische items te krijgen. Sommige van die items zijn heel duur. Voor andere items moeten spelers heel veel 'gachapulls' doen, wat vergelijkbaar is met het openen van lootboxes. Er zit dus een gokelement in, dat kennelijk zo succesvol is, dat de game verder dus gewoon gratis kan zijn. Of dat nu een goede of slechte zaak is, het is zeker iets om bij stil te staan en over na te denken.
Zegt de naam Tian Xia je iets? Wellicht, maar dan denk je aan een bordspel of een continent uit de wereld van Pathfinder. Het is echter ook een 3d-mmorpg-mobilegame die in 2016 ten tonele verscheen, waarvan je waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. Dat is niet erg, want Tian Xia gooide nooit hoge ogen en brak zeker niet internationaal door. De game stond dat jaar echter wel op de E3 en vormde daarbij ook een uithangbord voor de Messiah Engine van NetEase. Die engine bestond toen ongeveer tien jaar.
Inmiddels zijn we weer tien jaar verder en zien we diezelfde engine in actie in een game die er wél in lijkt te slagen een wereldpubliek aan te spreken. Die game heet Where Winds Meet. Het is een openwereldactiegame, die zich afspeelt in het China van circa de tiende eeuw en helemaal gratis te spelen is.
Where Winds Meet is geen nieuwe game. De kans is aanwezig dat toen ik de game op mijn radar kreeg, jij er al honderd uur in had zitten. Ontwikkelaar Everstone Studio maakte de game al in 2024 speelbaar in early access en in november 2025 beleefde het spel zijn officiële release. Sindsdien staat de game vrij stabiel in de Steam-lijsten met meest gespeelde games. Verklaarbaar: we hebben het hier over een gratis game, dus het is niet vreemd dat veel gamers dit even proberen. Maar waarom doet Where Winds Meet het dan beter dan menig ander gratis spel?
Voelt niet als gratis game
Het antwoord op die vraag is vrij logisch: het is voor een gratis game een heel goed spel. Where Winds Meet is gratis, maar voelt niet aan als een gratis game. Wanneer je een game downloadt en 'in-appaankopen' ziet staan, dan ga je waarschijnlijk al uit van een scenario waarbij je even kunt spelen en op een zeker moment geld moet betalen om verder te kunnen, of om te voorkomen dat je steeds lang moet wachten voor je kunt verderspelen. Een andere optie is dat spelers die betalen een groot voordeel hebben ten opzichte van niet betalende spelers. We hebben dat soort trucs om gamers te verleiden geld in een game te stoppen natuurlijk al vaak zat gezien.
Where Winds Meet doet niets van dit alles. De game geeft je zeker de optie om geld uit te geven, maar alleen aan cosmetische items, die in sommige gevallen tienduizenden dollars kunnen kosten. Wil je echter de game gewoon spelen zonder dat soort dingen te kopen? Dan is Where Winds Meet helemaal gratis.
Ik begon mijn avontuur dan ook met de nodige vraagtekens. Volgens de makers had het spel bij zijn introductie al 150 uur aan gameplay en inmiddels is dat zelfs al meer, want er is via updates al nieuwe content toegevoegd. Waarvan doen ze dat dan allemaal? Een eenduidig antwoord op die vraag heb ik niet kunnen vinden.
Het lijkt erop dat het idee van cosmetische items aanbieden, zodat zogenaamde 'whales' voldoende in het laatje brengen om een aankoopbedrag niet per se nodig te maken, werkt. Zolang een klein groepje voldoende investeert in de optionele aankopen in het spel, kan iedereen er verder gratis van profiteren. Ik kwam online de term 'pay-to-fashion' tegen, als speelse tegenhanger voor pay-to-win. Oftewel: in Where Winds Meet is niemand sterker door in-gameaankopen, maar het kan zo zijn dat het personage van een ander er wél toffer uitziet, omdat diegene betaald heeft voor pakjes die gratis niet te krijgen zijn.
Dit verdienmodel duiden is te ingewikkeld voor de tijd en ruimte die we hier hebben. Je zou dan de bedrijfsfilosofie van NetEase en Everstone Studio onder de loep moeten nemen, evenals de aantrekkingskracht van die cosmetische items. Volgens een post op Steam zou de speler met de hoogste 'elegantiescore' inmiddels al meer dan een miljoen dollar hebben uitgegeven in Where Winds Meet. Er zouden daarnaast al 35 spelers zijn die over een half miljoen dollar heen gegaan zijn. Als dat klopt, is het niet moeilijk voor te stellen dat dit verdienmodel kan werken.
De vraag is dan alleen nog of een game-uitgever er tegenwoordig genoegen mee neemt. Inmiddels hebben meer dan 15 miljoen mensen Where Winds Meet gespeeld. Als de game niet gratis was, zou dat aantal niet zomaar bereikt worden. Tegelijk is het ook weer niet raar om aan te nemen dat een grote, goed uitziende, als AAA-game aanvoelende game ook tegen betaling wel aan een miljoen verkochte exemplaren zou komen. Ga je uit van een verkoopprijs van 60 euro, dan loopt NetEase daar dus direct 60 miljoen euro aan omzet mis. Natuurlijk zou dat geld niet allemaal naar de uitgever en de ontwikkelaar gaan, maar het is duidelijk dat de uitgever een bepaald bedrag op tafel laat liggen.
:strip_exif()/i/2007980880.jpeg?f=imagearticlefull)
"Chinese bedrijven zijn niet zo gierig als westerse bedrijven, ze snappen dat ze op deze manier een grotere doelgroep aanspreken en toch genoeg verdienen", las ik ergens op, ik denk, Reddit. Prachtige take, die natuurlijk op geen enkele manier hard te maken is. Wel denk ik inderdaad dat NetEase makkelijk een paar miljoen meer had kunnen verdienen door een paar tientjes te vragen voor Where Winds Meet, want de game zou dat best rechtvaardigen. Dat ze dat niet doen, is fijn voor gamers en ergens toch een tikje wonderlijk. Voor mij betekende het dat ik ook na uren spelen nog op zoek was naar een addertje onder het gras, dat ik tot op heden niet heb kunnen vinden.
Gokkende spelers bekostigen gratis game voor de rest
Wel moeten we er natuurlijk op wijzen dat er een gokelement in deze game zit. Where Winds Meet maakt gebruik van een gachasysteem, dat in alles veel lijkt op wat lootboxes in andere games doen. De speler kan verschillende betaalmiddelen inzetten, waarvan er eentje met echt geld gekocht moet worden en eentje in-game verdiend kan worden. Met die betaalmiddelen kun je gachapulls doen, wat een willekeurige beloning oplevert. Dit is een manier om aan waardevolle items te komen.
Ik heb dit systeem zelf niet uitgeprobeerd, maar er wel veel over gelezen en gezien en daarbij valt op dat er best wat kritiek op is. Zo wijzen gamers erop dat het 'pity system' vooral ontworpen is om geld uit de zakken van gamers te kloppen. Dat systeem biedt gamers een beloning op basis van hoeveel 'pulls' ze hebben gedaan, maar zo'n beloning krijg je pas na 150 pulls. Betaalde pulls zouden volgens deze critici omgerekend zo'n 1,50 dollar per pull kosten. De beloning krijg je dan in de vorm van een speciaal item dat je nodig hebt om de beste beloningen vrij te kunnen spelen en van dat item heb je er twee nodig. Dan zit je dus al op 300 pulls, oftewel 450 dollar.
Where Winds Meet wordt door sommigen dan ook omschreven als een pretpark waar je alle attracties gratis kunt doen, maar als je een flesje water wilt, kost dat honderd euro. Er kleeft dus wel een schaduwzijde aan deze gratis AAA-game. Als ik naar mezelf kijk, dan weet ik dat ik het heel erg makkelijk vind om deze systemen te negeren. Ik speel in Arc Raiders nog steeds met de basic skin, simpelweg omdat het me echt niet interesseert.
Voor veel mensen is dat echter heel anders en voor een deel van die mensen vormt het een bedreiging en een serieus probleem. Gokken heeft aantrekkingskracht. Iets winnen voelt lekker. Dat Where Winds Meet zichzelf volledig kan bedruipen aan de hand van een dergelijk verdienmodel, geeft te denken. Elders op de wereld komt iemand misschien in serieuze financiële problemen om ons gratis spelplezier te bekostigen. Dan kun je zeggen 'het is geen pay-to-win, dus prima', maar de maatschappelijke impact die de game zou kunnen hebben, negeer je daarmee. Dat kan en mag, want Where Winds Meet is ook gewoon een goede game die het spelen waard is, maar ik denk dat het goed is om hier even bij stil te staan en over na te denken.
:strip_exif()/i/2007980906.jpeg?f=imagearticlefull)
Op elk vlak ontzettend uitgebreid
Dan door met de game zelf, want zoals gezegd: we hebben het hier wel over een goede game, die het bespreken waard is. Where Winds Meet is een wuxiaopenwereldactiespel. Daarin zit mogelijk een woord dat je niet zoveel zegt: wuxia is een in China populair fictiegenre dat zich richt op martial arts.
De avonturen van de helden in die verhalen spelen zich veelal af in The Jianghu. Letterlijk betekent dat 'rivieren en meren', maar het duidt meer op een fictief buitengebied dat een soort alternatieve versie van China moet weergeven. In dit geval gaat het om een alternatieve geschiedenis die zich afspeelt in een gebied dat is gebaseerd op een echt bestaande regio, de Zestien Prefecturen van Yan-Yun. Dit is een strategisch belangrijke regio in het noorden van China, waarbinnen het hedendaagse Beijing, Tianjin en delen van Hebei en Shanxi nu zouden liggen.
De strijd om de macht in dit gebied is onderdeel van de setting van Where Winds Meet. Zoals we echter wel vaker zien in dit soort games, begint het allemaal een stuk kleinschaliger. Als speler ben je een jonge vechter, die je zelf mag vormgeven. Where Winds Meet kent een zeer uitgebreide charactercreator, waarin je tot in detail het uiterlijk van je personage kunt bepalen. Je kunt daarbij kiezen voor een realistische weergave of een meer bij wuxia passende 'verheerlijkte' versie van je personage.
Daarna kun je de details van je personage verregaand aanpassen en dat kun je zo gek maken als je zelf wilt. Ik heb allerlei duistere creaties gezien, maar ook knotsgekke of juist wat realistischere personages. Als je het bouwen van een personage te veel moeite vindt, kun je ook creaties van anderen gebruiken, zodat je snel en makkelijk toch een vet personage voor je neus kunt hebben.
Tai Chi leren van een beer
De charactercreator is een voorbode voor de rest van de game, want ook die is zeer uitgebreid. De eerste stapjes zijn nog overzichtelijk genoeg. Aan de hand van een klein meisje bezoek je een klein dorpje in de buurt, waarbij je wat vijanden bevecht, Tai Chi leert van een beer en meer van dat soort alledaagse zaken. Op dat moment is de spelwereld al open en kun je gaan en staan waar je wilt. Dat is verleidelijk, want er is ongelooflijk veel te doen in Where Winds Meet. Deze game is op elk vlak ontzettend uitgebreid. Dat is indrukwekkend, maar ook imponerend. Er is zoveel, dat ik af en toe door de bomen het bos niet meer zag.
:strip_exif()/i/2007980882.jpeg?f=imagearticlefull)
In de basis is Where Winds Meet niet lastig te begrijpen. Dit is een thirdpersonactie-rpg die zich in de verte laat vergelijken met een Soulslike als Sekiro, maar dan met een instelbare moeilijkheidsgraad. Kies je ervoor wat hulpmiddelen aan te zetten, dan speelt Where Winds Meet meer als een moderne actie-rpg. Je verzamelt doorlopend betere en andere wapens en aan elk wapen hangen allerlei speciale skills die je personage kan aanleren. Zo ontwikkel je een breed arsenaal aan wapens en speciale aanvallen, die samen voor behoorlijk spectaculaire gevechten kunnen zorgen. In die gevechten ben je bovendien veel bezig met ontwijken, blokkeren, afweren en counteren, zoals dat in meer actie-rpg's werkt. Tot hier spreekt alles redelijk voor zich.
Veel opties, veel sneltoetsen
Als je wat verder komt, wordt dit alles al ingewikkelder. Je kunt allerlei speciale vaardigheden verbinden aan sneltoetsen, die je bereikt door een van je triggers in te houden. Elke trigger en elke schouderknop van je controller leidt naar een andere actie. Natuurlijk is dat een kwestie van gewenning, maar zeker in chaotischere gevechten spamde ik af en toe gewoon aanvallen achter elkaar. Skillissue? Wellicht, maar een iets rustigere manier van nieuwe skills introduceren zou ook wel handig zijn geweest. Verder is dit geen groot probleem. Na verloop van tijd weet je welke skills je binnen en buiten gevechten het vaakst gebruikt en onder welke knop die zitten.
Want ja, behalve in gevechten kun je allerlei skills ook buiten gevechten gebruiken. Zo kan je personage al vrij snel enorme sprongen maken. De 'doublejumpdash' kennen we uit meer games, maar in Where Winds Meet kun je op sommige plekken ook veel grotere sprongen maken. De game vindt zijn basis in een geloofwaardige wereld, maar daarbinnen hoeft niet alles even realistisch te zijn en dat werkt goed. De vaardigheden zijn soms lekker over the top en datzelfde geldt voor gebieden in de wereld waar je terechtkomt. Zo werd ik voor een bepaald baasgevecht gevoelsmatig naar een andere dimensie verplaatst, waar ik in een hels uitziende wereld de strijd aanging met deze vijand. Where Winds Meet zet een wereld neer waar geschiedenis en legende tegen elkaar aan schurken en in elkaar overlopen en dat levert mooie momenten op.
:strip_exif()/i/2007980918.jpeg?f=imagearticlefull)
Hoewel er ontzettend veel te doen is in Where Winds Meet, ligt het zwaartepunt bij die gevechten. Zoals gezegd heb je verschillende wapens en elk wapen brengt een andere stijl en andere speciale vaardigheden met zich mee. Je effectiviteit kun je op allerlei manieren verbeteren. Natuurlijk zul je zelf de flow van een wapen na verloop van tijd beter begrijpen, maar ook de vaardigheid van je personage is per wapen trainbaar. Daarnaast vind je steeds nieuwe wapens, die je ook weer kunt ontwikkelen. Ook hier laat Where Winds Meet veel diepgang zien.
Vaardigheidsdrempels
Het is handig om dit allemaal in de gaten te houden, want de spelwereld groeit met je mee terwijl jij stijgt in level. De vijanden die aan het begin nog level 1 waren, zijn op een later moment ook level 17, net als jijzelf. Ik kijk daar altijd een beetje dubbel naar. Aan de ene kant houdt het confrontaties uitdagend, maar aan de andere kant wil ik ook wel het gevoel hebben dat ik sterker word. Vijanden die ik in mijn eerste uur spelen al gemakkelijk versloeg, verwacht ik later met speels gemak te verslaan.
Where Winds Meet kent ook bepaalde 'vaardigheidsdrempels', waar je als speler soms overheen moet, voordat je verder kunt levelen. De game vertelt je dan dat je het maximale level bereikt hebt dat je op dat moment kunt halen. Wil je verder groeien, dan moet je een gevecht doorstaan dat functioneert als een test. Overleef je het gevecht, dan stijgt het niveau van de wereld. Beloningen worden beter en je kunt dus weer stijgen in level, maar vijanden worden ook sterker.
Diepgang, AI en mobiele versie
Te midden van dit alles ontspint zich uiteraard ook een verhaal, dat je gemakkelijk lange tijd kunt negeren, maar dat ook best de moeite waard is. Dat is een gekke claim, want ik heb tegelijkertijd het gevoel dat ik slechts het oppervlak van het verhaal, de setting en de lore erachter heb kunnen meekrijgen. De wereld van Where Winds Meet verbergt veel diepgang en om alles mee te krijgen, moet je met npc's praten, omschrijvingen van voorwerpen uitpluizen en ga zo maar door.
Ook dit doet natuurlijk denken aan de Soulslikes, waarin het verhaal vaak ook niet hapklaar wordt geserveerd, maar door de speler zelf bij elkaar gesprokkeld moet worden. Je kunt ook de video's van contentcreators als Vaatividya bekijken, die dat voor je doen en je in hun video's alles vertellen over de wereld waarin je rondloopt. Ik las ergens in een Reddit-thread over Where Winds Meet de comment "I need Vaatividya for this" en ik sluit me daarbij volledig aan. Where Winds Meet heeft veel meer te bieden dan de gemiddelde speler meekrijgt.
AI-chats met npc's
Daar zit nog een laagje onder. Where Winds Meet biedt spelers de mogelijkheid om uitgebreid met npc's in gesprek te gaan, vrijer dan je gewend bent. De game maakt daarvoor gebruik van AI om sommige npc's tot leven te brengen. Je kunt vrij vragen aan ze stellen en een gesprek met ze aangaan.
Dat levert wisselende ervaringen op. Ik kon soms meer over mensen te weten komen en dat ging gepaard met leuke achtergronden over de families van die persoon, maar ik bedacht me dan ook: wat heb ik eraan om te weten dat de broer van deze npc, die ik vermoedelijk nooit meer zie, ergens ver weg in het leger aan het vechten is? Dat is ook meteen het probleem. De gesprekken zijn vermakelijk, maar de functie van een gesprek met een personage in een game is dat dat personage je een stuk informatie geeft waarmee je verder kunt. Die functie wordt veel te moeizaam als je per npc eerst vijf minuten moet staan babbelen.
Dat 'moet' niet, maar het kan wel wat opleveren. Er zijn op onder andere Reddit meerdere voorbeelden te vinden van mensen die npc's wisten te foppen en zo allerlei informatie konden krijgen die eigenlijk niet zo makkelijk gedeeld had moeten worden. Ook kent Where Winds Meet een vriendschapssysteem, waarbij personages die jou als vriend zien, je soms cadeautjes geven. Dat kan door slim met ze te praten ook gemanipuleerd worden. Dat kun je uitleggen als dat het echte leven soms ook zo werkt, maar gevoelsmatig druist het in tegen het idee achter zo'n systeem in de gameplay.
Niet mijn tactvolste aanpak ooit
Scherpere focus
De diepgang die je ziet in de personages en de systemen daaromheen, komt ook terug in de gameplay. Where Winds Meet heeft zo veel features, dat ik me afvraag of deze game niet beter zou zijn geweest met een iets scherpere focus. Dan heb ik het niet over de talloze minigames die het spel rijk is, maar bijvoorbeeld wel over de buildmodus die de game bevat. Je moet er wel eerst level 25 voor bereiken en een bepaalde quest afronden, maar daarna ben je vrij om dingen te bouwen in de spelwereld. Dat gaat zelfs zo ver dat je een of meerdere bases kunt bouwen, zolang je de materialen daarvoor hebt. Ik zie daar het nut nog niet zo van in, maar het zit dus wel in Where Winds Meet.
Grafisch indrukwekkend
Wellicht is een reden om je daarop te richten dat je simpelweg meer tijd wil doorbrengen in de wereld van Where Winds Meet. Dat zou ik dan wél weer begrijpen, want de spelwereld is ontzettend mooi en nodigt uit tot avontuur. De uitstekende graphics waren voor mij op zijn minst een verrassing. Het breekt met de standaard van gratis games. Vaak zit je dan toch gewoon te kijken naar wat simpelere spelletjes, die met een stuk kleiner budget gemaakt zijn. Where Winds Meet maakt vanaf het eerste moment indruk met gelikte tussenfilmpjes en soepel bewegende personages. Te paard door de kleurrijke omgevingen rijden is een belevenis op zich, en datzelfde geldt voor het beklimmen van de hoge pieken die het spel rijk is. Regelmatig zorgt de zon daarbij voor prachtige plaatjes.
Op pc maakt de game daarbij gebruik van raytracing voor zijn lichteffecten. Dat geldt ook voor de PS5-versie, die ik niet gespeeld heb, maar die er afgaande op video's ook prachtig uitziet. Toch zijn het niet eens de lichteffecten die me het meest verbaasden. De wereld van Where Winds Meet vertoont ook veel detail in systemen die bijdragen aan de geloofwaardigheid. Denk daarbij aan vuur dat zich realistisch verspreidt over gras, maar ook een dynamisch wolkensysteem dat in real time schaduwen over het landschap laat glijden. Where Winds Meet schotelt je op die manier prachtige beelden voor.
:strip_exif()/i/2007980888.jpeg?f=imagearticlefull)
Wel voelde de game voor mij soms wat 'ruw' aan, in de zin dat je soms wat clipping ziet en ik bij het spelen af en toe een haperingetje had. Ik heb de game gespeeld op een pc met een AMD Ryzen 7 5800X-processor en een MSI GeForce RTX 3080 Ti Gaming X Trio-videokaart. Tegenwoordig hoeft dat niet meer als high-end bestempeld te worden, maar het moet ruim krachtig genoeg zijn om alle moderne games op een aanvaardbaar niveau te spelen.
Dat lukt ook wel. Where Winds Meet pakte zelf op basis van mijn systeem vrijwel alle hoogste settings. Toch viel dan op drukke momenten, zeker in wat vollere omgevingen zoals een grote stad, op dat er af en toe een kleine hapering te zien was. Het is niet zo dat de framerate dan continu laag ligt, maar ik zag af en toe een kleine 'stotter'.
Er zijn online suggesties te vinden over het aanpassen van de DLSS-versie die de game gebruikt via 'DLSS Swapper', wat de performance zou kunnen verbeteren. Voor mij zat het probleem niet dusdanig in de weg dat ik veel tijd wilde besteden aan dit soort fixes, maar mochten de problemen toch groter zijn, dan kan dit een optie zijn.
Ook op Android en iOS
Kijkend naar de technische kant van Where Winds Meet, kunnen we niet om de mobiele versie van dit spel heen. Want ja: dit is op pc en PlayStation 5 een volwaardige game, maar het spel is ook volledig speelbaar op Android en iOS. Over de beschikbaarheid van het spel was op de redactie wat discussie, want volgens de ene redacteur is Where Winds Meet niet te downloaden, terwijl een ander het gewoon op zijn telefoon had staan. Ik zie hem zelf niet in de App Store in iOS, maar heb hem wel kunnen proberen op de OnePlus 15R die Dennis toch al aan het testen was de afgelopen weken.
Daarbij valt op dat de game behoorlijk wat van zijn grafische pracht en praal achterwege moet laten. Dat is logisch en zal ervaren mobiele gamers niet zo in de weg zitten, maar de overgang van de pc-versie naar de mobiele versie was voor mij wel even lastig.
:strip_exif()/i/2007980924.jpeg?f=imagearticlefull)
Toch vond ik de mobiele versie zeker niet onaardig. Het is hoe dan ook knap dat een zo uitgebreide game op die manier speelbaar is op mobiele platformen. Wel denk ik dat het raadzaam is om het apparaat voor Where Winds Meet op een mount te plaatsen en te spelen met een controller. Speel je met je duimen op het scherm, dan heb je ontzettend veel onscreenknopjes die je moet indrukken om alle acties te kunnen doen, waarbij je vaak ook twee knoppen tegelijk moet indrukken. Dat is op een controller vrij makkelijk, maar op een telefoonscherm eigenlijk al meteen veel te ingewikkeld.
Co-op en pvp
Als laatste wil ik nog even noemen dat Where Winds Meet ook een multiplayeraspect bevat. De game kent zowel co-op als pvp. Voorbeelden van samenwerkende spelers zijn er genoeg. Als je online bent, kun je op sommige plekken bijvoorbeeld spelers tegenkomen die zich hebben toegelegd op het healen van andere spelers. Zij kunnen je dan oplappen, want och ja, nog zo'n systeem dat maar weer aangeeft hoe ontzettend diepgaand Where Winds Meet is. Je hebt een normale levensbalk, maar kunt ook blessures oplopen die niet vanzelf overgaan, zoals botbreuken. Je moet dan langs speciale healers, die dat voor je kunnen verhelpen, of andere spelers kunnen je helpen. Zij kunnen ook bijspringen bij baasgevechten, vergelijkbaar met hoe dat in Soulslikes vaak kan.
Pvp heb ik niet uitgeprobeerd. Voor mij voelde Where Winds Meet al heel compleet als singleplayerervaring. Toch zijn er in de online community's veel gamers die vertellen over goede ervaringen in dat deel van de game, die voor hen tientallen uren aan spelplezier hebben toegevoegd. Er zijn dus zeker mensen die hierin meerwaarde zien, maar als gezegd: voor mij had dat er niet eens bij hoeven zitten.
Conclusie
Where Winds Meet is een game waarvan ik achteraf bekeken vind dat ik hem eind vorig jaar had moeten bespreken, dus kort na de officiële release. Deze game had toen al meer aandacht verdiend. Toch ben ik blij dat ik hem nu wel heb gespeeld. Ik heb lekker kunnen spelen met de door AI aangedreven npc's, wat niet altijd leuk of succesvol was, maar een grappige ervaring om te hebben in een game. Dat die game aanvoelt als een AAA-game en dat je dat spel kunt spelen zonder er ooit een euro aan uit te geven, maakt het op het eerste gezicht alleen maar mooier.
Daarna twijfel ik toch een beetje. Ten eerste is er de oude stelregel: "Als je niet betaalt voor een product, ben je het product." Nog steeds zoek ik gevoelsmatig naar een addertje onder het gras dat me doet beseffen dat ik toch ergens in een valstrik ben gelopen.
Het alternatief is misschien nog zorgelijker. Dat zou betekenen dat ik als niet betalende speler de makers inderdaad geen cent oplever, maar dat er genoeg betalende spelers zijn, waardoor dat niet uitmaakt. Dat zijn spelers die gevoelig zijn voor de aantrekkingskracht van de zeldzame en peperdure spullen, pakjes en mounts die je kunt krijgen via gachapulls, wat niets minder is dan een lootboxachtig goksysteem.
Dat Where Winds Meet dit als primair verdienmodel heeft, geeft te denken. Heel fijn dat ik een AAA-game met 150 uur aan content in een toffe wuxiasetting helemaal gratis kan spelen, maar ergens betaalt iemand zich dus blauw. Diens euro's, dollars of yuan bekostigen dan mijn plezier. Voelt dat plezier nog wel zo zorgeloos als er elders iemand mogelijk in grote problemen komt door de goksystemen die dit verdienmodel mogelijk maken? Ik weet dat zozeer nog niet. Zeker in het licht van recente ontwikkelingen in het gamemedialandschap van de Benelux vraag ik me af of we dit soort door goksystemen aangedreven games wel zo graag moeten willen spelen.
Redactie: Jurian Ubachs • Eindredactie: Marger Verschuur