De inputlag van een monitor of televisie is de vertraging tussen het moment dat je op een knop drukt en er in het beeld iets verandert.
In competitieve games, waar milliseconden het verschil kunnen maken, kan een lagere inputlag een merkbaar voordeel opleveren. Precieze bewegingen gaan makkelijker en je kunt vijanden net wat sneller opmerken en raken. In hoeverre je dat voordeel ondervindt, hangt ook af van je eigen reactiesnelheid.
Welke factoren beïnvloeden de inputlag?
De volgende factoren beïnvloeden de inputlag:
- De signaalverwerkingstijd in de monitor of televisie. Dat is deels een eigenschap van het product. Beeldverwerkingsfuncties zoals bewegingsinterpolatie, die vaak op televisies zitten, kunnen die tijd verder verlengen. De vertraging kan ook toenemen wanneer het scherm een beeld met lagere resolutie moet opschalen: je geeft bijvoorbeeld een full-hd-beeld (1920x1080) weer op een 4k-monitor of -televisie (3840x2160).
- De refreshrate of verversingsfrequentie in hertz (Hz): het aantal beelden dat het scherm per seconde weergeeft. Daarover lees je verderop meer.
Monitoren en televisies bouwen het beeld over het algemeen van boven naar beneden op. Dat betekent dat de inputlag onderaan het scherm net wat hoger is dan bovenaan. Voor een eerlijke vergelijking zetten we de meter daarom altijd precies in het midden.
Inputlag versus refreshrate
Hoe meer beelden het scherm per seconde toont, hoe lager de inputlag in principe kan zijn. Bij 60Hz-weergave komt er bijvoorbeeld iedere 16,67ms een nieuw beeld op het scherm. In het ergste geval duurt het minstens zo lang voordat je iets ziet, als je een knop indrukt nét nadat een nieuw beeld verschijnt. Bij 500Hz-weergave is er iedere 2ms een nieuw beeld, dus dan is die minimale vertraging een stuk korter.
In de praktijk komen niet al je kliks of toetsaanslagen precies op het 'verkeerde' moment. Soms komen ze juist precies voordat het scherm een nieuw beeld toont. Gemiddeld genomen is de inputlag op een ideale monitor (die praktisch geen signaalverwerkingstijd heeft) dus ongeveer de helft van de tijd dat één beeld op het scherm staat. Bijvoorbeeld 8,3ms bij 60Hz-weergave, of 1ms bij 500Hz.
Hieronder zie je een meting van de Gigabyte AORUS FO27Q5P, een 500Hz-monitor, die deze theorie bevestigt: hoe hoger de refreshrate, hoe lager de inputlag.
Hoewel de meeste gamers de sprong van 60Hz naar 120Hz of 144Hz als significant ervaren, is het effect van verdere verhogingen subtieler. De winst in inputlag wordt steeds kleiner. De stap van 60Hz naar 120Hz levert bijvoorbeeld in het ideale geval 4ms op. Van 120Hz naar 240Hz betekent een volgende halvering, wat neerkomt op een winst van 2ms. Voor de daaropvolgende halvering − een winst van slechts 1ms − heb je een extreem hoge 480Hz nodig.
Hoe meten we de inputlag van een monitor of televisie?
Voor televisies meten we de inputlag met een Leo Bodnar-inputlagtester. We sluiten het apparaatje via HDMI aan op de tv. De tester genereert zelf een signaal en meet dit vervolgens met de ingebouwde fotosensor. We voeren die closedloopmeting uit met 1080p60-, 1080p120-, 1080p144- en 4k60-signalen. Zoals gezegd zetten we de meter daarbij altijd in het midden van het scherm voor een eerlijke vergelijking.
Leo Bodnar-inputlagtester (eerste afbeelding) en Osltt
(Gaming)monitoren testen we op dezelfde manier met de Leo Bodnar-tester, maar ook met een ander apparaat: de Open Source Latency Testing Tool (Osltt). Net als de Leo Bodnar registreert de Osltt een helderheidsverschil met een fotosensor. Het beeld knippert daarbij snel, waarna het apparaat het tijdverschil meet. De test-pc stuurt het testbeeld uit, niet de Osltt zelf. Dat is handig, want de Leo Bodnar-tester kan de huidige zeer hoge resoluties en refreshrates niet uitsturen. Het testbeeld op een pc draaien neemt die beperking weg.
:strip_exif()/i/2007408826.jpeg?f=imagemedium)
:strip_exif()/i/2007408836.jpeg?f=imagemedium)