De toekomst en het politieke debat
Als laatste onderdeel van het symposium 'Alternatieve modellen voor auteursrecht' stond een debat op het programma tussen de Tweede-Kamerleden Nicolien van Vroonhoven (CDA), Martijn van Dam (PvdA), Kees Vendrik (GroenLinks) en Eerste-Kamerlid Ankie Broekers-Knol (VVD). Ieder van hen pleitte voor een grondige vernieuwing van het auteursrechtelijk regime. "Het huidige systeem is niet te handhaven. Criminalisering van burgers doordat grote rechthebbenden achter elke voordeur willen kijken, is iets dat we niet willen", aldus Kees Vendrik. Nicolien van Vroonhoven bepleitte een complete herziening. De huidige wet is volgens haar niet geënt op het internet. Naar haar mening moet men niet achter de feiten aan blijven lopen, maar naar de toekomst kijken en de ontwikkelingen een stap voor proberen te zijn. Ook Martijn van Dam liet weten een voorstander te zijn van het ontwikkelen van een compleet nieuw model, in plaats van gaten te blijven dichten.

Over de vraag of DRM nu wel een betere oplossing vormt dan een systeem dat gebaseerd is op heffingen waren de kamerleden verdeeld. Vendrik maakte zich zorgen over de macht van grote exploitanten. Hoewel een systeem van digital rights management uitgaat van individuele regelingen tussen auteurs en consumenten, kan dat niet kan werken omdat de contractsvrijheid van die eindgebruikers in de praktijk weinig voorstelt tegenover zulke grote partijen, zo stelde hij. Dat soort problemen zou bij een heffingensysteem geëlimineerd worden, maar komen bij een DRM-oplossing juist ten volle naar boven. Ankie Broekers-Knol reageerde met de stelling dat de consument niet zo zielig is als Vendrik deed voorkomen. Het zou volgens haar raar zijn als een gebruiker momenteel wel zelf een computer kan kopen en beschermde werken downloaden, maar daarover in de toekomst geen individuele contracten kan sluiten. Martijn van Dam liet weten ook voorstander te zijn van een DRM-systeem, als de belangen van consumenten maar gewaarborgd worden, een taak die volgens hem juist door de overheid gewoon uitgevoerd kan worden.
Met betrekking tot het privacyvraagstuk bij digital rights management waren Van Vroonhoven en Broekers-Knol het erover eens dat de consument niet als een zielig weerloos wezen moet worden afgeschilderd. Volgens Van Vroonhoven kan de eindgebruiker best zelf beslissen wat hij wil kopen en op welke voorwaarden hij dat wil doen. Vendrik stelde dat er wel voldoende waarborgen moeten worden opgenomen in de nieuwe wetgeving. Het zou volgens hem raar zijn als dat niet zou gebeuren, terwijl bijvoorbeeld voor telecomgegevens precies in de Telecomwet vastgelegd is wat er om welke reden waar en voor welke duur mag worden opgeslagen. Naar zijn mening is het griezelig om aan de industrie wel toe te staan dat informatie over gebruikers verzameld en gesystematiseerd opgeslagen wordt, terwijl dat zelfs aan de overheid niet zomaar wordt toegestaan. Ook Van Dam vond dat dergelijke zaken voldoende gewaarborgd zouden moeten worden in nieuwe regelgeving. Net zoals banken niet mogen weten wat iemand op welke plaats gekocht heeft met zijn pinpas, mogen exploitanten die DRM gebruiken ook niet alles weten. "Dat moet geregeld worden, omdat de consument in zulke gevallen altijd het onderspit delft", zo redeneerde hij.
Afgezien van deze voortgang op het gebied van wetgeving zijn er ook bepaalde ontwikkelingen in de praktijk waar te nemen. Volgens sommige onderzoeken neemt illegale filesharing op dit moment af, waar legale downloads juist aan terrein winnen. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is natuurlijk Apple iTunes, maar ook kan in dit verband gedacht worden aan ringtones die tegen betaling gedownload worden. Een andere ontwikkeling is de daling van verkoopprijzen van cd's, die onlangs ingezet is. Verder is het interessant dat dat Sony Japan vanaf november geen beveiligde cd's meer aanbiedt.

Samenvattend kan worden gezegd dat er niet echt een ei van Columbus gevonden is waarmee volledig tegemoet wordt gekomen aan zowel de belangen van rechthebbenden, als aan de wens van consumenten om eenvoudig en goedkoop aan digitale content te kunnen komen. Nu vrijwel zeker in de nieuwe wetgeving voorlopig uitgegaan wordt van een regeling gebaseerd op digital rights management, moet gezegd worden dat ook dit geen compleet alternatief vormt voor het auteursrecht. Het auteursrecht zal hoe dan ook een functie blijven vervullen om bijvoorbeeld de relatie tussen exploitanten en intermediairs (zoals bibliotheken) vast te leggen. Wel zorgt de constructie ervoor dat de rechthebbenden op een betere manier 'return on investment' gewaarborgd zien dan onder het huidige systeem. Erkend wordt door alle partijen dat de zwakke schakel van op kopieerbeveiliging gebaseerd DRM ligt in de kans dat één iemand erin slaagt om deze te breken. Dan is de content in korte tijd weer net zo eenvoudig beschikbaar te stellen als nu.
Hugenholtz stelt echter in dit verband dat het een volstrekte misvatting is om te menen dat DRM perfect moet zijn. Prikkeldraad als omheining voor een weiland is ook niet waterdicht en perfect, maar het remt wel, zo redeneert hij. Verder wees Van Vroonhoven nog eens op het punt dat eerder ook al door Alberdingk Thijm was genoemd: het probleem van de deterritorialisering, de grenzeloosheid van internet. Van een nieuw Nederlands auteursrecht kan sowieso niet verwacht worden dat het alle moeilijkheden uit de wereld helpt. Het grote struikelblok voor alle nationale wetgeving ten aanzien van internetgerelateerde zaken is nu juist dat het internet zich uitstrekt over landsgrenzen heen. Wettelijke regelingen kunnen dan ook daadwerkelijk pas effectief zijn, wanneer deze geharmoniseerd zijn op wereldniveau, of in ieder geval op Europees niveau. Met dit alles ligt er nu eerst een belangrijke taak bij de wetgever om de privacyrechten van gebruikers voldoende te beschermen in de nieuwe regeling.
Inhoudsopgave
- De toekomst en het politieke debat
- Reacties (37)
Door ![Reactie uitklappen [show]](http://tweakimg.net/g/if/comments/button_down.png)
