Discretionary access control
Op dit moment is dac de meest gebruikte vorm van access control. Dit is een methode waarbij elk bestand en directory wordt voorzien van een eigenaar. Deze eigenaar kan vervolgens bepalen wie wat met de directory of het bestand mag doen, door middel van zogenaamde read/write/execute bits. Het voornaamste punt van dit systeem is flexibiliteit; iedereen kan zijn eigen bestanden beheren en naar wens toegang verlenen en ontnemen.
Een minder sterk punt van dac is de wat gebrekkige controleerbaarheid. Elke gebruiker zal z'n eigen richtlijnen handhaven met betrekking tot toegang van bestanden en daardoor ontbreekt uniformiteit binnen de implementatie veelal. Daarnaast wil een gebruiker meestal niet lastig worden gevallen met te strikte privileges. Hierdoor ontstaat het risico van 'privilege escalation'.
In de praktijk kan privilege escalation bijvoorbeeld voorkomen op een webserver. Deze service draait normaal gesproken onder een speciaal account, zoals op Linux doorgaans de apache- of httpd-user. Het is mogelijk dat een bug of exploit wordt gevonden in Apache die een normale websitegebruiker toegang verschaft tot het systeem. De gebruiker kan dan code uitvoeren onder het systeemaccount van de webserver. Als het systeem onvoldoende beschermd is tegen exploits, kan de gebruiker zich vervolgens de toegang verschaffen tot het root-account of een soortgelijke user met privileges, met alle gevolgen van dien. Ook kan aan een meer horizontale vorm van privilege escalation worden gedacht, waarbij een gebruiker toegang krijgt tot de data van een andere gebruiker.
Al in de jaren zeventig was de Amerikaanse defensie bezorgd om de beveiliging van de systemen en de vertrouwelijkheid van documenten. Als reactie op deze bezorgdheid werd door de Amerikaanse defensie het Bell-Lapadula-model ontwikkeld. Dit is een mathematisch model dat het concept van een 'secure state machine' en modes van toegang beschrijft in toegangsregels. Dit wordt bereikt door alle objecten te voorzien van labels die omschrijven wie toegang heeft tot wat. Wanneer iets of iemand toegang krijgt tot een object wordt er gesproken van een transition state. Het Bell-Lapadula model waarborgt de secure state van de machine door gebruik te maken van de volgende drie kernregels:
Simple security rule: Deze regel beschrijft dat een subject met een bepaald security level geen leesrechten heeft op objecten met een hoger security level (No read up).
Star property: Deze regel beschrijft dat een subject met een bepaald security level geen schrijfrechten heeft naar objecten met een lager security level (No write down).
Strong star property: Deze regel beschrijft dat een subject alleen lees- en schrijfrechten heeft op objecten van een gelijkwaardig security level. Als een subject dus leesrechten wil tot een object, dan moeten de security levels van beide onderwerpen gelijk zijn.
Een minder sterk punt van dac is de wat gebrekkige controleerbaarheid. Elke gebruiker zal z'n eigen richtlijnen handhaven met betrekking tot toegang van bestanden en daardoor ontbreekt uniformiteit binnen de implementatie veelal. Daarnaast wil een gebruiker meestal niet lastig worden gevallen met te strikte privileges. Hierdoor ontstaat het risico van 'privilege escalation'.
In de praktijk kan privilege escalation bijvoorbeeld voorkomen op een webserver. Deze service draait normaal gesproken onder een speciaal account, zoals op Linux doorgaans de apache- of httpd-user. Het is mogelijk dat een bug of exploit wordt gevonden in Apache die een normale websitegebruiker toegang verschaft tot het systeem. De gebruiker kan dan code uitvoeren onder het systeemaccount van de webserver. Als het systeem onvoldoende beschermd is tegen exploits, kan de gebruiker zich vervolgens de toegang verschaffen tot het root-account of een soortgelijke user met privileges, met alle gevolgen van dien. Ook kan aan een meer horizontale vorm van privilege escalation worden gedacht, waarbij een gebruiker toegang krijgt tot de data van een andere gebruiker.
Bell-Lapadula
Al in de jaren zeventig was de Amerikaanse defensie bezorgd om de beveiliging van de systemen en de vertrouwelijkheid van documenten. Als reactie op deze bezorgdheid werd door de Amerikaanse defensie het Bell-Lapadula-model ontwikkeld. Dit is een mathematisch model dat het concept van een 'secure state machine' en modes van toegang beschrijft in toegangsregels. Dit wordt bereikt door alle objecten te voorzien van labels die omschrijven wie toegang heeft tot wat. Wanneer iets of iemand toegang krijgt tot een object wordt er gesproken van een transition state. Het Bell-Lapadula model waarborgt de secure state van de machine door gebruik te maken van de volgende drie kernregels:
Volgende pagina (Mandatory access control - 3/6)
Inhoudsopgave
- Introductie
- Discretionary access control
- Mandatory access control
- Flask
