De door ons geteste Ultrasparc T2-server gebruikte in rust 288W en onder belasting 330W. Dat is ongeveer honderd watt meer dan de T1-machine die twee jaar geleden op de testbank lag, maar een verzachtende omstandigheid is dat de T2-server dubbel zoveel geheugen had en relatief warme fb-dimms gebruikt in plaats van standaard ddr2-geheugens.
Een directe vergelijking is dus moeilijk te maken, maar de Ultrasparc T2 heeft in ieder geval meer stroom nodig dan zijn voorganger. Is het niet puur vanwege het hogere tdp, danwel vanwege de fb-dimms. Toch loopt het verbruik zeker niet de spuigaten uit: het is nog steeds vergelijkbaar met dat van een machine met twee x86-chips, wat gezien de prestaties in sommige tests een verre van slechte verhouding oplevert.

Prestaties
De Ultrasparc T2 is duidelijk geslaagd in zijn doelstelling om de prestaties van zijn voorganger te verdubbelen. Niet door alleen het aantal threads nog een keer op te schroeven, maar ook door de core krachtiger en flexibeler te maken. Benchmarks waar Sun de T1-processor niet eens aan mee wilde laten doen worden nu gewonnen door de T2, wat zonder meer een knappe prestatie is. Opmerkelijk is dat de rek er bij 64 threads nog niet uit is. Koppel twee processors aan elkaar en sommige benchmarks laten nog eens ruim 90% hogere scores zien. Nog opvallender is dat ze dit doen zonder extra geheugenbandbreedte.
Toch heeft het concept van Niagara nog steeds valkuilen. Een belangrijke benchmark waar Sun vooralsnog niet aan mee doet is de databasetest TPC-C. Ook in onze eigen databasetest is de T2 nog niet overtuigend: hij presteert weliswaar een stuk beter dan zijn voorganger, maar nog steeds onder het niveau van de Xeon in Mysql en vér daaronder in Postgresql.
De belangrijkste valkuil is dat de hele mooie prestaties die Sun neerzet alleen behaald kunnen worden als alle threads ook daadwerkelijk benut worden. Dat vereist goed schaalbare software, veel gelijktijdige gebruikers en in sommige gevallen ook een riante hoeveelheid ondersteunende hardware, zoals geheugen en harde schijven.
Net als moderne x86-chips ondersteunt de Ultrasparc T2 hardwarematige virtualisatie, wat het makkelijker maakt om het maximale uit de machine te slepen. Als webserver zal de chip waarschijnlijk nog steeds het makkelijkst effectief ingezet kunnen worden, maar voor andere applicaties zullen de resultaten wisselend zijn, zeker in kleinere bedrijven waar een dergelijke machine niet met tientallen dingen tegelijk bezig is.
Conclusie
De Ultrasparc T1 was een product dat zijn tijd wellicht iets te ver vooruit was. Daarbij kwam dat het een eerste generatie ontwerp was, waar altijd nog wel een aantal zwakke punten in opduiken. De tweede generatie strijkt een hoop van die kreukels recht en biedt daarnaast dubbele prestaties per socket, plus de mogelijkheid om er twee in een machine te gebruiken voor nog meer rekenkracht. Veel meer valt er niet te verwachten van een opvolger.
Hoewel de filosofie van 'heel veel threads op een chip' ondertussen al wat breder aan lijkt te slaan en de software zich er langzaam maar zeker op toespitst, is de Ultrasparc T2 nog zeker geen all-rounder. Sowieso blijft het een Sparc-architectuur waardoor Windows draaien uit den boze is. Kennis op het gebied van Linux of Solaris, of op zijn minst de bereidheid om die op te doen, is dus een eerste vereiste voor degenen die interesse hebben. De relatieve prestaties ten opzichte van een Xeon of Opteron kunnen daarnaast ver uiteenlopen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid belasting. Wie interesse heeft in de aankoop van een T2-machine doet er dus goed aan om een (gratis) proefperiode aan te vragen, want een eenduidig advies valt simpelweg niet te geven.
Dankwoord
Dit artikel is mede tot stand gekomen met hulp van Arjen van der Meijden en Hylke Witjens van Tweakers.net. Verder gaat onze dank uit naar Sun Nederland, Robert van Maasdijk en Bart Muijzer voor het beschikbaar stellen van de hardware en in het bijzonder naar Hans Nijbacker, die een paar dagen bij ons op locatie heeft gezeten om het maximale uit Mysql te slepen.
Eerdere artikelen in deze serie
5-3-2007: 8-voudige AMD Opteron 2,6GHz
12-12-2006: Intel Xeon 'Clovertown' 2,66GHz
13-11-2006: Intel Xeon 'Woodcrest' 3,0GHz (Apollo 5)
4-9-2006: Intel Xeon 'Woodcrest' 2,66GHz
30-7-2006: AMD Opteron Socket F 2,4GHz
27-7-2006: Sun UltraSparc T1 vs. AMD Opteron
19-4-2006: Xeon vs. Opteron, single- en dualcore
[Reactie gewijzigd door Jaaap op maandag 14 juli 2008 18:11]
Volgens mij wordt 1,4GHz alleen maar genoemd bij "Benchmarks van derden" en die zijn dus niet door ons zelf gedraaid. Onze eigen tests zijn op 1,2GHz-versie uitgevoerd. Als dat ergens wordt tegengesproken dan hoor ik het graag, want dat zou echt een fout zijn.En in het tabelletje op pagina 3 staat 1.2 GHz bij elke T2 terwijl in het artikel verder overal 1.4GHz staat.
[Reactie gewijzigd door Wouter Tinus op maandag 14 juli 2008 18:46]
[Reactie gewijzigd door ACM op maandag 14 juli 2008 22:42]
[Reactie gewijzigd door _Thanatos_ op maandag 14 juli 2008 20:25]
[Reactie gewijzigd door stewie op maandag 14 juli 2008 22:12]
[Reactie gewijzigd door .oisyn op maandag 14 juli 2008 22:27]
SMT (=HyperThreading zoals het in Pentium 4 en Nehalem zit) is bedoeld is voor cores die meerdere instructies per kloktik uit kunnen voeren, bijvoorbeeld 3 of 4. Binnen 1 thread kan lang niet altijd zoveel parallellisme worden gevonden, dus er zijn vaak ongebruikte eenheden die kunnen worden gevuld met instructies uit een tweede thread.Is het net zoiets als Hyperthreading in het kwadraat, of werkt het heel anders?
[Reactie gewijzigd door Wouter Tinus op maandag 14 juli 2008 21:40]
[Reactie gewijzigd door b_visser op dinsdag 15 juli 2008 08:43]
[Reactie gewijzigd door mae-t.net op donderdag 17 juli 2008 00:05]
[Reactie gewijzigd door BWzes03 op dinsdag 15 juli 2008 11:30]
[Reactie gewijzigd door johnbetonschaar op dinsdag 15 juli 2008 13:44]
[Reactie gewijzigd door Paridaen op dinsdag 15 juli 2008 16:35]
Niets mis met netjes /bin en /sbin voor systeembinaries, /usr/bin en /usr/sbin voor package installed binaries en /usr/local/bin voor user-installed spulletjes, kan je subdirs maken voor verschillende versies, eventueel commerciele dingen in /opt, etc. Zo werkt het op bijna elk modern *nix systeem. Op Solaris had ik /bin, /usr/bin, /usr/sfw/bin, /ucb/bin, /gnu/bin, /usr/local/bin, /SunWPro/bin (ook al zo'n lekker duidelijke naam voor de compiler) en misschien nog wel wat. Het is gewoon een rommeltje en een crime om fatsoenlijk bij te houden en te upgraden, en nog irritanter is dat je aliasing krijg voor allerlei binaries als je de gnu binaries installeert (wat wel zo handig is). Erg leuk voor shell scripts ook omdat de binaries van standaard commandline tools van Sun allemaal andere opties nemen dan de gnu varianten. De ellende is compleet als je dan shell scripts wilt maken die op verschillende *nixen moet werken...Het alternatief is om alle binaries maar in 1 directory zoals /usr/local/bin te installeren. Wordt wat lastig als je meerdere versies van dezelfde software naast elkaar wil draaien. Voor binaries is er naast /usr/bin voor OS binaries niet echt een standaard plaats om te installeren. Een simpele setting van je PATH env. variabele kan dit trouwens voor je oplossen.
Eerlijk gezegd zou ik als klant liever zien dat verouderde technologie op het gegeven moment wordt uitgefaseerd, maar dan *met* behoud van backwards compatibility. Dat zou ook mogelijk moeten zijn, Sun had de oude Cstd kunnen blijven doorontwikkelen en een oudere versie meeleveren voor legacy software. Of een emulatielaag kunnen maken of whatever om stlport4 binaries met Cstd libraries te kunnen linken, lijkt me ook niet onmogelijk. Wat uiteindelijk de reden ook is, de situatie is nu in ieder geval zo dat ik als professioneel C++ ontwikkelaar het liefst met een wijde boog om Solaris heenloop omdat het garant staat voor een hoop ellende en beperkingen die je op andere unix systemen niet hebt.Wat betreft C++ heb je ten dele gelijk. Het is inderdaad niet mogelijk om libraries gelinkt met libCstd en stlport4 te combineren, maar dit is zoals je zelf al aangeeft gedaan om binaire compatibiliteit met oudere software te garanderen. In jouw geval geef je daar blijkbaar niet om, maar de meeste Sun klanten zullen dit waarderen.
De problemen met C++ komen ook voort uit het feit dat C++ lange tijd geen standaard was. De STL library is pas later geintroduceerd toen Sun al gekozen had om de C++ library op de ARM van Stroustrup te baseren.
Dat zal weinig helpen want volgens mij kan ik dan nog steeds mijn eigen software niet met die STL library (of stlport4) linken als er een 3rd-party static library zonder sources meegelinkt moet worden. Als je je eigen libraries ook nog eens wilt verkopen ben je helemaal ver van huis want niet iedereen heeft die Roguewave STL libraryMocht het niet mogelijk zijn om alle software met stlport4 te linken, dan kan je altijd een commerciële versie van de STL library kopen bij Roguewave of de versie van Apache downloaden.
Dat zal niet met de door Sun geleverde libCstd en Sun Studio 12 zijn dan, want 2 maanden geleden was er nog vrijwel niets van boost dat te compileren was.Trouwens, het is KDE wel gelukt om Boost 1.34.1 te compileren met STDCXX. Zie http://mail.opensolaris.o...007-September/000138.html
[Reactie gewijzigd door ACM op dinsdag 15 juli 2008 12:32]
[Reactie gewijzigd door b_visser op dinsdag 15 juli 2008 13:40]
[Reactie gewijzigd door ACM op donderdag 17 juli 2008 17:39]
Op dit item kan niet meer gereageerd worden.
Populair: Android Tablets Samsung Websites en communities Mobiele telefoons Google Sony Microsoft Games Politiek en recht
© 1998 - 2013 Tweakers.net B.V. Contact Over Tweakers Jouw privacy Algemene voorwaarden Cookies
Tweakers wordt uitgegeven door De Persgroep en wordt gehost door True