
Een jaar geleden publiceerde Tweakers.net op deze pagina's een review van vier Serial ATA RAID-adapters die een voorbode vormden voor een geheel nieuw tijdperk van workstation- en serverstorage. Het eens zo overheersende SCSI wordt in steeds meer segmenten weggedrukt door goedkopere alternatieven op basis van Serial ATA-technologie. Sinds onze vorige SATA RAID-roundup heeft Serial ATA zijn opkomst in de zakelijke en consumentemarkt op krachtige wijze voortgezet. De introductie van nieuwe harde schijven, controllers en (storage)systemen ging gepaard met een toenemende belangstelling van kopers in zowel de desktop-, workstation- als serversegmenten. Serial ATA is inmiddels een geaccepteerde standaard in midrange en high-end desktops, workstations en bepaalde servertoepassingen. In het recente Wave 4-onderzoek van TheInfoPro (TIP) kwam Serial ATA wederom op de eerste plaats binnen in de 'Technology Heat Index'. Deze index is een ranglijst van het huidige en geplande gebruik van meer dan 20 verschillende storagetechnologieën, gerangschikt op korte termijn uitgaven en samengesteld aan de hand van peilingen onder 150 tot 250 op expertise gescreende beleidsbepalers van grote ondernemingen. De meest recente studie wees uit dat inmiddels 40 procent van de ondervraagden ATA-harde schijven geïnstalleerd heeft. Het gaat hierbij vooral om nearline storage, vaak toegepast in zogenaamde 'tiered storage' waarbij ATA-harde schijven worden gebruikt als tijdelijke opslag voor het stadium van backup op tape.

In de lagere marktsegmenten bieden inmiddels vrijwel alle barebonebouwers producten aan die geschikt zijn voor Serial ATA. In ons verslag van de CeBIT werd de grote belangstelling voor Serial ATA nogmaal geïllustreerd. De fabrikanten van computersystemen kunnen putten uit talloze nieuwe SATA-componenten, waarbij de ontwikkelingen zich voornamelijk concentreren rond producten voor toepassing in servers. Maxtor begon met de levering van zijn MaXLine III-serie, Western Digital kwam met de Caviar RAID Edition, Seagate heeft de Barracuda 7200.8 in zijn leveringsprogramma opgenomen, Hitachi introduceerde nieuwe 2,5 inch SATA-schijven voor toepassing in blades. Ondertussen heeft Western Digital met de Raptor nog steeds de enige 10.000rpm Serial ATA-harde schijf in huis. Het topmodel uit deze serie, de Raptor WD740GD, kan zich ondanks het ontbreken van een goed werkende command queuingmechanisme meten met de snelste 10.000rpm SCSI-schijven, ook in servertoepassingen.
Wat betreft RAID-adapters werden er vooral veel nieuwe producten van onbekende en minder gerenommeerde makers op de markt gebracht. Werd het testveld in onze vorige SATA RAID-vergelijking nog bezet door de oudgedienden 3ware, ICP Vortex, LSI Logic en Promise, het afgelopen jaar kwam het spektakel veelal uit de richting van nieuwkomers en onbekenden zoals Areca en RAIDCore. Ook de bekende namen 3ware, HighPoint en LSI Logic kwamen met nieuwe producten. De nieuwkomers richten zich vooral op vernieuwende oplossingen die een lage prijs per poort bieden. Om dat lage prijspeil te bereiken, kiezen zij vaak voor implementaties die het zware werk door de CPU laten opknappen. De bekende namen richt zich vooral op solide hardware oplossingen die hun eigen intelligentie aan boord hebben. Tijd dus voor een nieuwe ronde in onze vergelijking van Serial ATA RAID-adapters. Kan de gevestigde orde het offensief van de nieuwkomers pareren en wie van de deelnemers levert de beste prestaties, is het meest betaalbaar of het meest featurerijk?
Testdoelstelling en testveld
Voor alle deelnemers in deze test geldt dat ze minimaal beschikken over vier SATA-poorten en ondersteuning hebben voor RAID 5. Hoe deze twee voorwaarden worden gerealiseerd en welk prijskaartje daar aan is verbonden was voor de samenstelling van het testveld niet relevant. Het resultaat is een deelnemersveld van diverse pluimage, in prijs oplopend van 180 tot 620 euro. Sommige adapters beschikken over intelligente onboard processors, anderen laten het meeste werk door de CPU opknappen. Waar de ene het moet doet met een schamele 32-bit PCI-interface ondersteunen andere PCI-X tot kloksnelheden van 133MHz, en waar één exemplaar al ondersteuning heeft voor Serial ATA II maken andere deelnemers nog gebruik van PATA-bridge chips. De grote verschillen in prijs, features en implementaties maken het des te interessanter om antwoorden te zoeken op de vraag welke adapters het beste score op de punten prijs, performance en features.

Om een beeld te krijgen van de laatste stand van zaken in het land der SATA RAID-adapters lieten we acht adapters van de fabrikanten 3ware, Areca, HighPoint, LSI Logic, Promise en RAIDCore optrommelen. De deelnemers zijn achtereenvolgens de 3ware Escalade 8506-8, 3ware Escalade 9500S-8, Areca ARC-1120, HighPoint RocketRAID 1820A, LSI Logic MegaRAID SATA 150-4 en diens 6-poorts broeder MegaRAID SATA 150-6, de Promise FastTrak S150 SX4 en tot slot de RAIDCore BC4852. De Escalade 8506-8 is de opvolger van de Escalade 8500-8 die we in onze vorige roundup aan de tand voelden. Inmiddels heeft ook deze controller een opvolger gekregen en wel de Escalade 9500S-8. De LSI Logic MegaRAID SATA 150-4 en de Promise FastTrak S150 SX4 waren vorig jaar reeds van de partij. De producten van Areca, HighPoint en RAIDCore werden afgelopen zomer aangekondigd en behoren dus tot het selecte gezelschap van de nieuwkomers.
Anatomie van een RAID-adapter (1)
In deze les van de anatomie van een RAID-adapter dient allereerst onderscheid gemaakt te worden tussen de producten die in de volksmond 'software RAID-adapters' en 'hardware RAID-adapters' worden genoemd. Met de eerste groep worden controllers bedoeld die de RAID-bewerkingen door de CPU laten uitvoeren en met de tweede categorie bedoeld men controllers waarbij de RAID-functionaliteit zich geheel aan boord van de adapter bevindt. De onderverdeling in software en hardware RAID doet vermoeden dat de RAID-logica bij de tweede groep in silicum is gebakken. Niets is minder waar: ook bij zogenaamde hardware RAID-controllers hangen de RAID-arrays via software aan elkaar, echter draait die software niet op de CPU maar op een onboard I/O processor. Het is daarom beter om te spreken van hostbased RAID-adapters en intelligente RAID-adapters. De eerste groep is afhankelijk van de host CPU terwijl de tweede groep over voldoende intelligentie beschikt om de RAID-bewerkingen onafhankelijk van de host te kunnen uitvoeren.

RAIDCore BC4852: hardwarematig niet gecompliceerder dan normale SATA-host bus adapters
Hostbased RAID en intelligente RAID hebben ieder hun eigen voor- en nadelen. Het meest voor de hand liggende voordeel van hostbased RAID zijn lagere kosten. De RAID-controller of -adapter hoeft hardwarematig niet gecompliceerder te zijn dan een normale controller zonder RAID-functionaliteit. Omdat er gebruikgemaakt wordt van de rekenkracht van de hedendaagse snelle processors kunnen hostbased RAID-implemenaties een zeer goede performance schaling realiseren. De keerzijde is dat er vooral bij RAID-levels met pariteit veel meer CPU-cycles verstookt worden. Niet alleen wordt de CPU extra belast, er worden ook meer interrupts aangevraagd, er wordt geheugenbandbreedte verbruikt en er is meer I/O bandbreedte nodig. Naast de eigenlijke data moet immers ook de redundante gegevens voor een RAID-level met pariteit of mirroring over de bus. Bij intelligente RAID-adapters worden redundante gegevens niet over de PCI-bus verstuurd. Een ander nadeel van hostbased RAID-controllers is dat ze niet onafhankelijk van de processor en de driver in de besturingssysteem kunnen functioneren. Voor het uitvoeren van handelingen zoals het reconstrueren of uitbreiden van een RAID volume is het vaak noodzakelijk om een besturingssysteem en eventuele RAID-management software actief te hebben. Een harde reset wil bij sommige hostbased oplossingen tot gevolg hebben dat een rebuild of initialisatie geheel opnieuw moet beginnen. Ook kan write-back data, voor zover hostbased controllers systeemgeheugen als cache gebruiken, niet beschermd worden met een battery backup unit (BBU).
Intelligente RAID-controllers hebben als voordeel dat zij geheel onafhankelijk van het systeem opereren. Het rebooten, resetten of uitschakelen van het systeem laat hen doorgaans niet van de wijs brengen. Intelligente RAID-controllers verspillen in RAID-levels met pariteit aanzienlijk minder CPU-cycles dan hostbased controllers. De keerzijde is dat een onvoldoende snelle I/O processor kan zorgen voor een bottleneck in de prestaties. Alle RAID-adapters met een Intel i960, IOP302 of IOP303 processor hebben een reeële bottleneck die vaak al bij een transfer rate van 130MB/s in zicht is. Het gevolg is de prestaties bij meer dan vier snelle schijven niet meer toenemen. RAID-adapters met de nieuwe XScale I/O processors van Intel schalen daarentegen uitstekend.

Intelligente RAID: I/O processor in het centrum, rechts geheugenbanken, links SATA-controllers
We hebben eerder al voorbeelden genoemd van de hogere robuustheid van intelligente RAID-adapters. De onafhankelijke werking zorgt voor een hogere beschikbaarheid van gegevens en omdat de inhoud van de cache bij veel adapters met een battery backup unit beschermd kan worden, kan zonder risicio write-back caching ingezet worden wat de prestaties vooral in RAID 5 aanzienlijk kan verbeteren. Minstens zo belangrijk is dat de fabrikanten van intelligente RAID-adapters vaak meer werk lijken te maken van de kwalificatie van hun producten. Omdat veel intelligentie zich in de hardware of de firmware afspeelt, kunnen deze fabrikanten er maar beter voor zorgen dat hun producten solide van aard zijn. Ad-hoc een fix uitbrengen gaat immers lastiger dan bij een simpele driver update. Ook het feit dat deze fabrikanten zich vaak op een hoger marktsegment richten dan de makers van hostbased RAID-adapters speelt hierbij een rol. We hebben de indruk dat er meer driver- en compatibiliteitsproblemen voorkomen bij hostbased RAID-adapters. De rampzalige traagheid van de Promise FastTrak S150 SX4 met de eerste release drivers, de terugroepactie van de RAIDCore RC4x52 en de slechte ervaringen van gebruikers van de HighPoint RocketRAID 1820 zijn hier voorbeelden van. Overigens doen zich ook bij de fabrikanten van intelligente RAID-adapters problemen voor. Recente 3ware kaarten met ondersteuning voor 64-bit 66MHz hebben compatibliteitsproblemen met bepaalde PCI-X-moederborden en LSI Logic heeft vroege versies van de MegaRAID SATA 150-4 en MegaRAID SATA 150-6 moeten terugroepen.
Zoals vaker is de werkelijkheid niet zo zwart-wit als hierboven wordt gesteld met het onderscheid tussen hardware of software RAID en hostbased RAID-adapters of intelligente RAID-adapters. Er bestaan ook tussenoplossingen die voor bepaalde taken hardwareacceleratie gebruiken en voor andere taken afhankelijk zijn van software die wordt uitgevoerd door de host CPU. Eén van de fabrikanten met een zogenaamde hardware assisted RAID-oplossing is Promise. De FastTrak S150 SX4 kan XOR-bewerkingen in hardware uitvoeren en beschikt over onboard geheugen, maar moet het stellen zonder I/O processor.
Anatomie van een RAID-adapter (2)
In de categorie intelligente RAID-adapters vinden we veel fabrikanten die gebruikmaken van I/O processors en I/O controllers van derde partijen. In het geval van Serial ATA zijn de controllers veelal afkomstig van Marvell of Silicon Image en bij SCSI RAID-adapters worden vaak controllers van Adaptec en LSI Logic gebruikt. De I/O processor is bijna altijd afkomstig van Intel, maar er zijn ook fabrikanten die PowerPC-cores op hun kaarten integreren. De I/O processor communiceert via de PCI-bus met het systeem en gebruikt voor zijn werkgeheugen een aantal op de printplaat geïntegreerde geheugenchips of een geheugenmodule in een DIMM of SO-DIMM-slot. Een groot deel van dit werkgeheugen is gereserveerd als cache. Veel I/O processors beschikken over een geïntegreerde PCI bridge waarop de lokale I/O controllers aangesloten kunnen worden. De fabrikanteigen RAID software stack (ook wel RAID kernel genoemd) zorgt ervoor dat de harde schijven die zijn aangesloten op de I/O controllers naar buiten toe gepresenteerd worden als één of meerdere RAID-arrays. De RAID software stack is dus een stuk software dat bovenop de I/O processor draait. De recente processors van Intel zijn gebaseerd op de gestandaardiseerde ARM-instructieset. Het zijn general purpose processors die echter wel zijn uitgerust met hardwarematige acceleratie voor I/O specifieke taken zoals XOR- en CRC-bewerkingen.

Intel IOP331 block diagram
De makers van RAID-adapters kunnen met het bovenstaande concept een zeer elegante RAID-implementatie realiseren. Nieuwe ontwikkelingen bij de fabrikanten van I/O processors en I/O controllers kunnen in relatief weinig tijd omgezet worden in verbeterde RAID-implementaties. Zo zien we van Areca en LSI Logic nu de eerste SATA RAID-adapters op basis van Intel's nieuwe generatie XScale I/O processors en Marvell's nieuwe 8-poorts Serial ATA II-controller. Dit zijn beide componenten met een zeer goede performance, hoge mate van integratie en een uitgebreide featureset. Intel heeft in zijn nieuwste I/O processor reeds ondersteuning voor PCI Express gerealiseerd en met behulp van de nieuwste controllers van Marvell kunnen maar liefst acht poorten op één chip geïntegreerd worden waarbij ondersteuning voor 300MB/s SATA II-snelheden en port multipliers zijn inbegrepen. Ook zorgt het modulaire concept voor schaalbare oplossingen: meer poorten of kanalen kunnen ondersteund worden door meer I/O controllers op de RAID-adapter te integreren. De I/O controllers communiceren via een standaard PCI-bus met de I/O processor, waardoor er veel flexibiliteit is. De keerzijde van deze benadering is dat er eigenlijk per definitie een kostbare oplossing ontstaat, althans in vergelijking met hostbased RAID. De hogere prijs wordt gerechtvaardigd door een betere featureset, maar niet altijd betere prestaties. Areca, Adaptec, ICP Vortex en LSI Logic zijn voorbeelden van fabrikanten die de bovenstaande weg bewandelen.

3ware StorSwitch ASIC
Ondanks de voordelen van het modulaire concept met third-party componenten zijn er nog altijd fabrikanten die liever hun eigen weg bewandelen. De werkwijze van Promise hebben we al genoemd. 3ware is een ander voorbeeld. De fabrikant maakt in zijn 'StorSwitch'-architectuur gebruik van eigen I/O controllers en een eigen RAID ASIC. Dat de ontwikkelingen van deze componenten niet zo vlot gaat blijkt uit het feit dat ondersteuning voor native Serial ATA nog steeds ontbreekt in de nieuwste generatie van 3ware. Voor iedere poort moest een Marvell PATA naar SATA bridge toegevoegd worden om de aansturing van SATA-harde schijven mogelijk te maken. De RAID ASIC kan in zijn nieuwste verschijning 100MB/s aan RAID 5 sequential writes verwerken en doet dit bij een CPU-belasting van hooguit enkele procenten. Met de huidige harde schijven, die per stuk al snel 60MB/s doen, is een schrijfsnelheid van 100MB/s in RAID 5 niet indrukwekkend te noemen. Opmerkelijk is dat 3ware tot zijn huidige generatie geen geheugen en dus geen write-back cache op zijn kaarten integreerde. Het afwezig zijn van een onboard cache is één van de redenen voor de tegenvallende prestaties van de 3ware Escalade 8500-8 in onze vorige roundup. De andere oorzaak is de eerder genoemde beperkte rekencapaciteit van 3ware's StorSwitch architectuur. De nieuwe Escalade 9500-serie beschikt wel over cache: standaard 128MB en uitbreidbaar tot 1GB. Een ander punt waarop de 3ware-kaarten achterblijven bij modulaire implementaties met third-party componenten is de ondersteuning voor moderne PCI-busstandaarden. De Escalade 9500S-8 doet hooguit 64-bit 66MHz PCI, waar 133MHz PCI-X standaard is bij andere adapters en een enkele fabrikant zelfs al PCI Express heeft geïmplementeerd.
SATA-controllers en I/O processors
Amper twee jaar op de markt is Serial ATA inmiddels aanbeland bij versie twee van de Serial ATA-specificatie. SATA II beschikt over veel verbeteringen, waarvan de belangrijksten de toevoeging van Native Command Queuing, de ondersteuning voor port multipliers, de ondersteuning voor enclose management en de verhoging van de bandbreedte naar 300MB/s per poort zijn. Verder heeft Serial ATA II onder andere ondersteuning gekregen voor dual host active failover en worden er backplane interconnects met langere signaallijnen toegestaan. Een aantal features spreken voor zich of zijn reeds uitgebreid uitgelegd. Over NCQ en port multipliers kun je meer lezen in dit artikel. Dual host active failover maakt het mogelijk om een harde schijf op meerdere hosts aan te sluiten of via een dubbele lijn met de RAID-controller te verbinden. De twee poorten zorgen voor automatische failover zodat een hogere beschikbaarheid kan worden gerealiseerd. De verhoging van de bandbreedte naar 300MB/s lijkt in eerste plaats niet erg nuttig, aangezien de huidige generatie harde schijven bij lange na niet in staat is om de bandbreedte van SATA/150 te benutten. De toepassing van port multipliers zal het mogelijk maken om maximaal vijftien schijven op één poort aan te sluiten. In de praktijk zullen port multipliers weliswaar niet meer dan zo'n acht poorten kunnen afsplitsen, maar ook dan kan de bandbreedte van SATA/150 een beperking voor de prestaties gaan vormen. De verhoging van de bandbreedte werd dus specifiek gedaan om ruim baan te geven aan port multipliers.
SATA II zal in twee fases ingevoerd worden. In de eerste fase zullen producten voorzien worden van NCQ, enclosure management support, ondersteuning voor backplanes met langere signaallijnen en ondersteuning voor data scatter/gathering (een methode om de snelheid van DMA-transfers te verbeteren). Producten met ondersteuning voor SATA II fase twee zullen voorzien zijn van dual host active failover, 300MB/s poortsnelheden en ondersteuning voor port multipliers. Fase één en fase twee producten worden gelijktijdig op de markt gebracht. Er zijn al SATA-controllers met ondersteuning voor fase twee-features.De verbeteringen in de SATA II-standaard zijn met name interessant voor servertoepassingen. SATA II zal nog aantrekkelijker worden voor servergebruik als in de loop van dit jaar de Serial Attached SCSI-standaard zijn marktintroductie maakt. SAS-controllers kunnen zowel SAS- als SATA-schijven aansturen, zodat het mogelijk wordt om beide type interfaces in storagesystemen te combineren.
De belangrijkste leveranciers van losse Serial ATA-controllers zijn op dit moment Silicon Image en Marvell. Daarnaast maakt ook Broadcom SATA-controllers, maar zover bekend worden deze tot dusver enkel gebruikt op de kaarten van RAIDCore, een dochter van Broadcom. Puur kijkend naar specificaties komen de mooiste controllers momenteel van Marvell. De 88SX60xx-serie van deze fabrikant heeft ondersteuning voor fase twee-features en is verkrijgbaar in 4-poorts en 8-poorts versies. Dankzij een hoge mate van integratie en ondersteuning voor 300MB/s snelheden, NCQ, port multipliers en 133MHz PCI-X lijkt de 88SX60xx-serie een populaire controller onder fabrikanten van RAID-adapters te worden. Voor minder veeleisende toepassingen heeft Marvell de 88SX50xx-serie van SATA I-controllers. Ook dit type is leverbaar in 4-poorts en 8-poorts versies. De 88SX60xx-controllers van Marvell worden gebruikt op de SATA II RAID-adapters van Areca en LSI Logic. HighPoint maakt gebruik van de diensten van de 88SX50xx-serie.
Silicon Image heeft met zijn SATALink Sil 3124 eveneens een controller in huis die ondersteuning heeft voor tweede fase SATA II, echter is het aantal poorten beperkt tot vier. Het bedrijf kan twee versies leveren, de Sil 3124-1 met SATA/150-snelheid en de Sil 3124-2 met SATA/300-performance. In september kondigde Silicon Image als eerste fabrikant een SATA II-controller met PCI Express-interface aan. Deze familie bestaat vooralsnog enkel uit een versie met slechts twee poorten. De oudere SATA/150-controllers van Silicon Image zullen bij veel tweakers bekendheid genieten. De 2-poorts Sil 3112 en 4-poorts Sil 3114 zijn namelijk op erg veel moederborden terug te vinden. Deze controllers zijn in gebruik op de SATA RAID-adapters van Adaptec, ICP Vortex en LSI Logic (MegaRAID SATA 150-4 en 150-6). Featuregewijs zijn de Sil 3112 en Sil 3114 nogal achterop geraakt op de controllers van de andere fabrikanten. Niet alleen SATA II-ondersteuning ontbreekt, maar ook de PCI-interface is beperkt tot slechts 32-bit 66MHz. Ze worden daarom niet meer op nieuwe RAID-adapters toegepast. Het ontbreken van 8-poorts versie is waarschijnlijk de reden geweest waarom Areca en LSI Logic voor hun 8-poorts SATA RAID-adapters zijn overgestapt naar een oplossing van Marvell. Voor zover bekend wordt de Sil 3124 op nog geen enkele moederplank of RAID-adapter geïmplementeerd.

Broadcom moet het momenteel nog stellen zonder controller met SATA II-ondersteuning. Het assortiment bestaat uit 4-poorts en 8-poorts SATA/150-controllers, die beide overweg kunnen met 133MHz PCI-X. De controllers van Broadcom vinden we terug op de BC4x52-serie van RAIDCore. Oudere adapters uit de RAIDCore RC4x52-serie waren gebaseerd op Marvell 88SX50xx-controllers, maar deze adapters werden bij een grootschalige terugroepactie vervangen door BC4x52-modellen. De reden voor de terugroepactie was volgens RAIDCore een fout in de SATA-controller van Marvell.
Als de voornaamste fabrikant van I/O processors voor RAID-adapters heeft Intel de laatste jaren bepaald niet stilgezeten. De i960-architectuur werd ingeruild voor XScale, een moderne architectuur gebaseerd op de industrie-gestandaardiseerde ARM-instructieset. De kloksnelheden gingen ondertussen in rap tempo omhoog, van maximaal 100MHz bij de i960-processors naar 800MHz voor de snelste XScale-core. Het nieuwste model heeft de typeaanduiding IOP332 en is verkrijgbaar in kloksnelheden van 500MHz, 667MHz en 800MHz. De core beschikt over een PCI Express x8 interface en een PCI Express naar PCI-X bridge, zodat PCI-X I/O controllers probleemloos met de I/O processor kunnen babbelen terwijl de communicatie naar buiten toe via PCI Express loopt. De IOP332 heeft ondersteuning voor DDR333 en DDR2-400-geheugen en is dus ook wat betreft geheugeninterface helemaal bij de tijd. Deze I/O processor wordt gebruikt in de PCI Express SATA RAID-adapters van Areca en de nog te verschijnen MegaRAID SATA 300-8X van LSI Logic.
Voor systemen met een PCI-X-interface heeft Intel de IOP331 in zijn assortiment. In specificaties vrijwel gelijk aan de IOP332, echter uitgevoerd met een PCI-X naar PCI-X bridge. De IOP331 vinden we terug in de PCI-X SATA RAID-adapters van Areca, waarvan de 8-poorts ARC-1120 in deze review is vertegenwoordigd. Al wat langer op de markt is de IOP321, die verkrijgbaar is in klokfrequenties van 400MHz tot 600MHz en beschikt over een DDR200 geheugen- interface. De IOP321 wordt gebruikt op de LSI MegaRAID SCSI 320-2X en vormt het kloppend hart van veel externe RAID-oplossingen. Op de MegaRAID SCSI 320-2X liet hij voor het eerst zien hoe krachtig de XScale-cores zijn in vergelijking met oudere i960-processors.Nog steeds populair, maar qua prestaties en features niet meer van deze tijd zijn de IOP303 en IOP302. Deze twee jongens zijn gebaseerd op de i960-architectuur en draaien op een klok van 100MHz. Het geheugen en de interne bus lopen bij de IOP303 op 100MHz en zijn bij de IOP302 op 66MHz afgeregeld. De PCI-bridge is in beide gevallen van het type 66MHz 64-bit PCI 2.2. De IOP303- en IOP302-processors hebben ernstige schalingsproblemen en zijn dan ook ongeschikt voor moderne RAID-adapters. De MegaRAID SATA 150-4 en 150-6 van LSI Logic zijn gebaseerd op de IOP302. Alle SATA RAID-adapters van Adaptec en ICP Vortex maken momenteel nog gebruik van verouderde IOP302- en IOP303-processors.
Naast de I/O processors van Intel worden er ook embedded processors van andere fabrikanten voor I/O-doeleinden ingezet. De PowerPC 7xx-serie van IBM is een voorbeeld. AMCC, het moederbedrijf van 3ware, kondigde onlangs een eigen PowerPC-core aan die zal beschikken over een geïntegreerde PCI Express x8 naar PCI-X 2.0 bridge en ondersteuning heeft voor zowel DDR333 als DDR2-667 geheugen. Deze 440SPe-core beschikt evenals de nieuwste IOP-processors over hardwarematige XOR-acceleratie.3ware Escalade 8506-8

Over de afwijkende hardwarematige implementatie van de Escalade 8506 is op de voorgaande pagina's al het een en andere gezegd. 3ware behoort dat het selecte groepje eigenwijze fabrikanten die er een geheel eigen benadering ten aanzien van de implementatie van een RAID-adapter op na houdt. Centraal in het design van de Escalade 8506 staat een in eigen huis ontwikkelde ASIC die (bij het 8-poorts model) twee ATA/133-controllers aanstuurt en XOR-bewerkingen in hardware kan uitvoeren. Per poort zorgt een Marvell Marvell 88i8030 Serial ATA bridge voor de vertaling van het parallel ATA-protocol naar seriële praat en vice versa. Samen met de andere componenten die op de printplaat zijn terug te vinden (daaronder drie SRAM-geheugenchips van Samsung) laat de pcb een rommelige en slecht geïntegreerde indruk achter.

Een belangrijke prestatieverbeterende feature die bij veel intelligente RAID-designs aanwezig is maar bij de Escalade 8506 ontbreekt is onboard cachegeheugen. De grote hoeveelheden cache waarmee veel intelligente RAID-adapters zijn toegerust, kunnen van positieve invloed op de prestaties onder vrijwel alle soorten workloads en zijn met name belangrijk voor de RAID 5-prestaties in workloads waar veel gegevens worden weggeschreven. In de eerste editie van onze RAID-vergelijking viel de Escalade 8500 negatief op door slechte tot zeer slechte RAID 5-prestaties. Het ontbreken van cachegeheugen was één van de oorzaken, maar ook een te beperkte rekencapaciteit van de I/O processor speelde mee. De prestaties in de IOMeter random I/O tests, die nauwelijks beïnvloed kan worden door een cache, waren namelijk ook van een laag niveau. De Escalade 8506 heeft dus heel wat goed te maken, en met enkel een hogere PCI-snelheid zal dat niet lukken.
Wat betreft featureset scoort de Escalade 8506 magertjes. Online capacity expansion, online RAID level migration, 64-bit LBA en RAID level 50 worden niet ondersteund. De driverondersteuning is wel uitstekend te noemen. De RAID-adapters van 3ware beschikken al lange tijd over ondersteuning in de Linux kernel. Naast de kernel drive zijn er driver packages voor Red Hat Linux en SuSE Linux, en heeft 3ware een beta driver voor FreeBSD 4.8. Microsoft-besturingssystemen worden ondersteund vanaf Windows 2000. Ook zijn er reeds drivers voor de x64-versies van Windows XP en Windows Server 2003. De vormgeving en de functionaliteit van de webbased management tool is vrijwel gelijk gebleven aan de software die bij de Escalade 8500-8 werd geleverd. Zie voor meer informatie deze pagina uit onze 2004 SATA-vergelijking.
De Escalade 8506-serie is fors aan de prijs. Voor het model met acht poorten worden prijzen van rond de 525 euro gevraagd.
3ware Escalade 9500S-8

De hardwarematige implementatie van de Escalade 9500S bleef verder grotendeels gelijk aan zijn voorganger. De SRAM-chips konden weggelaten worden omdat de SO-DIMM nu als werkgeheugen kan dienen. Op de achterzijde van de pcb, aan de weerszijde van het SO-DIMM-slot, werd een NEC V850E microcontroller toegevoegd waarvan de functie ons onbekend is. Nog steeds maakt 3ware gebruik van huiseigen ATA/133-controllers. Deze chips met typenummer 200-0033-00 zijn al generaties lang op de adapters van 3ware te vinden. Er is dus nog steeds geen sprake van een native Serial ATA-design en het lijkt er ook niet op dat die er in de toekomst zo'n ontwerp gaat komen. In september gaven 3ware en Marvell op het Intel Developer Forum namelijk een demonstratie van een prototype controller met een SATA/300 bridge chip.

Naast de 8-poorts versie die in deze roundup wordt getest, levert 3ware modellen met vier en twaalf poorten. De laatste twee kunnen in MI-versies met multi-lane aansluitingen geleverd worden. 3ware heeft een eigen oplossing ontwikkeld om vier Serial ATA-poorten in een InfiniBand-verbinding te verpakken, zodat het aantal kabels tot een kwart gereduceerd kan worden. Een behuizing met een een multi-lane backplane is vereist om gebruik te kunnen maken van multi-lane kabels.
De Escalade 9500S-8 heeft volgens 3ware voldoende performance om in RAID 5 een sequentiële lees transfer rate van 400MB/s en een sequentiële schrijf transfer rate van 'meer dan' 100MB/s te verwerken. Over de lees transfer rate valt niets nadeligs te zeggen, een schrijfsnelheid van maximaal 100MB/s is echter niet indrukwekkend te noemen. Zelfs kleine RAID 5-arrays van drie schijven hebben met moderne 7200rpm harde schijven al de mogelijkheid om schrijf transfer rates van meer dan 120MB/s te bereiken.
3ware heeft met de featureset van de Escalade 9500S-8 een flinke sprong vooruit weten te maken. Er werd ondersteuning voor RAID 50, adapter teaming en 64-bit LBA toegevoegd. In de toekomst belooft 3ware online capacity expansion en online RAID level migration mogelijk te maken. Daarmee zou de featureset van 3ware's RAID software stack op enterprise niveau kunnen belanden. De firmware update die deze verbeteringen mogelijk moet maken, laat echter al enige tijd op zich wachten. Volgens de oorspronkelijke planning zou online capacity expansion en online RAID level migration al in de zomer van 2004 toegevoegd worden. De driverondersteuning van de Escalade 9500S is vergelijkbaar met die van de Escalade 8506. Prima in orde dus.
Een zeer irritante eigenschap van de Escalade 9500S-8, die ons tijdens het testen van de SATA RAID-adapters danig parten speelde, is de gewoonte van deze adapter om harde schijven te locken waardoor ze niet door andere controllers gebruikt kunnen worden. De enige manier om zo'n harde schijf weer toegankelijk te maken op een andere controller is door 'm aan een Escalade 9500 te hangen en de betreffende schijf als single disk te configureren of in de management tool met de hotkey r de schijf te unlocken. Hoewel het op slot zetten van schijven voorkomt dat een disk uit een array zomaar beschreven kan worden door andere controllers, schuilt er ook een een potentieel gevaar in: bij een defecte array of controller is het niet mogelijk om de data uit het array met behulp van recovery tools te reconstrueren op andere controllers. We hadden liever gezien dat 3ware geen lock had geïmplementeerd. De feature kan behoorlijk frustrerend zijn voor de gebruiker, zeker omdat het bestaan van deze 'feature' enkel is te vernemen via de handleiding, en die lezen de meeste gebruikers pas op het moment dat er een probleem is. In ons geval was het een bijlage bij de RAIDCore BC4852 die ons erop wees dat de 3ware Escalade 9500S-8 over een lockingfeature beschikt die harde schijven onbruikbaar maakt op de BC4852 en andere controllers.
De webbased managment interface is eenvoudig en doeltreffend van opzet. Evenals zijn voorloper heeft de 3ware Escalade 9500S-8 een stevig prijskaartje. Pas voor een bedrag van 600 euro wisselt de kaart van eigenaar.


Areca ARC-1120

De Areca ARC-1120 is een zeer moderne RAID-adapter, die dankzij de combinatie van een 500MHz Intel IOP331-processor, 128MB DDR333-geheugen en een 8-poorts Marvell 88SX6081 SATA II-controller zonder enige twijfel de meest krachtige adapter in deze RAID-vergelijking is. De kaart heeft ondersteuning voor alle features die men redelijkerwijs van een SATA RAID-adapter kan verlangen. De businterface is naar keuze 133MHz PCI-X of PCI Express x8 en de SATA-controller heeft ondersteuning voor native command queuing en 300MB/s poortsnelheden. Voor bedrijfskritische toepassingen is er een battery backup unit beschikbaar en wie aan 128MB cache niet genoeg heeft kan op de 12- en 16-poorts versies het geheugen naar maximaal 1GB uitbreiden via een 200-pins SO-DIMM-slot. Voor deze versies biedt Areca tevens een multi-lane optie waarmee het aantal benodigde kabels met een kwart wordt gereduceerd.

De RAID software stack van Areca heeft ondersteuning voor alle essentiële RAID-features, waaronder online capacity expansion, online RAID level en stripe size migration, array roaming, instant availability, S.M.A.R.T. disk drive monitoring en 64-bit LBA voor arrays van meer dan 2 terabyte capaciteit. Als unieke mogelijkheid hebben de RAID-adapters van Areca een redundant flash geheugen voor het BIOS en de firmware, en beschikken zij als enige over ondersteuning voor RAID level 6. Hierbij wordt gebruik gemaakt van block level striping met verspreide dubbele pariteit. Daardoor blijft een array zelfs bij uitval van twee schijven beschikbaar. De keerzijde is het verlies van capaciteit van twee schijven in plaats van één. RAID 6 is met name interessant voor zeer grote RAID-arrays.

Niet alleen de features van de Areca ARC-1120 en zijn familieleden zijn in orde, ook met de driverondersteuning is het prima gesteld. Voor Microsoft-besturingssysteem biedt Areca ondersteuning vanaf Windows 2000. Drivers voor de nog in ontwikkeling verkerende x64-versies van Windows XP en Windows Server 2003 zijn reeds beschikbaar. Linux-gebruikers worden tevreden gesteld met driver packages voor Mandrake, Red Hat, Red Hat Advanced Server, Fedore core, SuSe, SuSE Linux Enterprise Server. Van al deze drivers wordt de source code beschikbaar gesteld. FreeBSD-ondersteuning is er voor de versies 4.2, 4.4 en 5.2, ook hier inclusief source code.
Voor online management beschikt de controller over een ingebouwde HTTP server. De vormgeving van de management interface is eenvoudig doch doeltreffend. Er zitten bovendien leuke features in die we bij andere adapters niet of zelden tegenkomen, zoals de mogelijkheid om het toerental van de ventilator op de I/O processor en de temperaturen van de harde schijven uit te lezen. Het gebruik van een ventilator is een klein nadeel voor workstationgebruikers die veel waarde hechten aan een stil systeem. De rechtgeaarde tweaker zal echter niet voor schuwen om de I/O processor van een wat grotere heatsink te voorzien zodat deze passief gekoeld kan worden. Dit is zeker mogelijk, aangezien LSI Logic op zijn nieuwe RAID-adapters passieve koeling gebruikt en die kaarten zijn gebaseerd op dezelfde processor als de ARC-1120.


HighPoint RocketRAID 1820A

De RocketRAID 1820A is de directe opvolger van de RocketRAID 1820, een adapter die en niet al te beste reputatie heeft. Veel gebruikers van de RocketRAID 1820 klaagden over slechte prestaties en soms zelfs haperende muiscursors. Hardwarematig verschilt de RocketRAID 1820A van zijn voorganger door de toevoeging van een HighPoint HPT601-chip, die volgens de informatie op de HighPoint-website beschikt over een 'geoptimaliseerde XOR-technologie' en 'geavanceerde intelligente cache algoritmen'. Een volwaardige I/O processor is echter niet aanwezig. Het meest werk komt voor rekening van de CPU en zoals je in de benchmarks op de komende pagina's zult zien, kunnen pariteitsbewerkingen een behoorlijk beslag leggen op de rekencapaciteit van een single processor systeem.
HighPoint scoort geen hoge ogen met de RAID-featureset van de RocketRAID 1820A. Zo ontbreken bijvoorbeeld ondersteuning voor online RAID level migration, online capacity expansion en RAID level 50. Gezien het bescheiden prijskaartje van 250 euro is het niet verwonderlijk dat er wat features ontbreken. De Windows-managment interface van HighPoint is eenvoudig van opzet maar doet zijn werk goed. Over de driver ondersteuning valt weinig te klagen. Windows wordt ondersteund vanaf NT 4.0. Voor de x64-versies zijn reeds drivers uitgebracht. Linux-ondersteuning is er in de vorm van open source drivers en driver packages voor een aantal populaire distri's. Verder zijn er drivers voor FreeBSD 4.x en 5.x en heeft HighPoint - zeer opmerkelijk - een driver voor MacOS X uitgebracht. De HighPoint RocketRAID 1820A is daarmee de enige adapter in de vergelijking die door Mac-gebruikers gewaardeerd kan worden. Omdat de RAID-implementatie van HighPoint geheel gebaseerd is op drivers, is het maar de vraag of onze benchmarks van de 1820A vertaald kunnen worden van een Windows-omgeving naar een MacOS X-omgeving.



LSI Logic MegaRAID SATA 150-4/6

LSI MegaRAID SATA 150-4
LSI Logic introduceerde in het voorjaar van 2003 zijn eerste Serial ATA RAID-adapters. Deze MegaRAID SATA 150-4 en MegaRAID SATA 150-6 beschikken over respectievelijk vier en zes poorten en delen een vrijwel gelijk hardware design. De enige verschillen tussen beide kaarten zijn de aanwezigheid van een BBU-aansluiting, een extra SATA-controller en twee extra SATA-connectors op de MegaRAID SATA 150-6. Het kloppend hart van beide adapters is een gedateerde Intel IOP302, draaiend op een kloksnelheid van 66MHz. De I/O processor wordt bijgestaan door 64MB SDRAM en twee (SATA 150-4) of drie (SATA 150-6) Silicon Image Sil 3112-controllers. Deze eerste generatie controllers van Silicon Image beschikken over twee poorten en communiceren via 32-bit 66MHz PCI met de I/O processor. Hoewel de PCI-bridge van de IOP302 ondersteuning heeft voor 64-bit 66MHz PCI (met een bandbreedte van 533MB/s) is er richting de SATA-controllers dus niet meer dan 266MB/s beschikbaar. In de praktijk is dit geen issue omdat de IOP302 te traag is om dergelijke hoeveelheden gegevens te kunnen verwerken. Al met al zijn de MegaRAID SATA 150-4 en zijn 6-poorts broeder geen indrukwekkende oplossingen. In onze vorige SATA RAID-vergelijking deed de MegaRAID SATA 150-4 het nog behoorlijk goed. Met de toegenomen concurrentie van nieuwe, modernere RAID-implementaties valt te verwachten dat de beide kaarten van LSI Logic in deze vernieuwde vergelijking flink zullen moeten incasseren.

LSI MegaRAID SATA 150-6
De RAID-software stack van de MegaRAID SATA 150-4 en 150-6 is rechtstreeks afgeleid van de high-end SCSI RAID-adapters van LSI Logic. Dit betekent dat alle essentiële RAID-features worden ondersteund. LSI Logic biedt als enige fabrikant een grafische BIOS-interface die met de muis bediend kan worden. Het werkt prettiger en overzichtelijker dan de textbased interfaces van vergelijkbare intelligente RAID-adapters. Een webbased management interface is helaas niet beschikbaar. De Windows management tool beschikt echter wel over de mogelijkheid om RAID-adapters op afstand te beheren op het lokale netwerk. Microsoft-besturingssysteem worden ondersteund vanaf Windows 2000. Helaas zijn er nog geen drivers voor de x64-versies van Windows XP en Windows Server 2003. Drivers voor de MegaRAID-serie bevinden zich standaard in de Linux kernel. Naast de open source drivers levert LSI Logic driver packages voor Red Hat en SuSE Linux. Als enige kaarten in deze roundup beschikken de MegaRAID SATA 150-4 en 150-6 over Netware-ondersteuning.
De prijzen van de MegaRAID 150-4 en 150-6 beginnen bij respectievelijk 240 en 320 euro. Dit is een eerlijke prijsstelling voor een kaart die weliswaar is gebaseerd op een verouderd hardware ontwerp, maar wel beschikt over een featureset van enterprise-niveau.



Promise FastTrak S150 SX4
De architectuur van de FastTrak S150 SX4 kan gekwalificeerd worden als hardware assisted RAID. Op de printplaat bevindt zich een Promise PDC20621-chip die vier Parallel ATA-kanalen beschikbaar stelt en voorzien is van XOR-acceleratie. Via een 168-pins DIMM-slot heeft de FastTrak S150 SX4 toegang tot maximaal 256MB geheugen. Dit alles is gegoten in een enorme full size pcb die niet getuigd van veel drang naar integratie. Promise zou eens moeten kijken naar SCSI RAID-adapters van LSI Logic. Daar proppen ze een SCSI-controller, I/O processor, 184-pins DIMM-slot en een aansluiting voor een battery backup unit op een half length PCI-kaart. Ondanks het ruim bemeten formaat van de pcb heeft de FastTrak S150 SX4 slechts een regulier 32-bit PCI-slotje, weliswaar met ondersteuning voor 66MHz kloksnelheden. Op borden met 64-bit 66MHz PCI of PCI-X heeft de FastTrak S150 SX4 hierdoor maximaal 266MB/s bandbreedte tot zijn beschikking. Hoewel de FastTrak S150 SX4 gereed is gemaakt voor aansluiting van een battery backup unit is de BBU enkel beschikbaar als optie voor OEM's.

Promise levert de FastTrak S150 SX4 standaard zonder geheugen. Het plaatsen van een module is echter wel vereist om de kaart aan de praat te krijgen. Om problemen met geheugencompatibiliteit te verhelpen heeft Promise de FastTrak S150 SX4 inmiddels vervangen door de FastTrak S150 SX4-M, die standaard vergezeld gaat van 64MB SDRAM. Verder werden er geen veranderingen aangebracht. In deze vergelijking hebben we de FastTrak S150 SX4 getest met de maximale hoeveelheid cache van 256MB.
Buiten XOR-acceleratie laat de FastTrak S150 SX4 alle RAID-intelligentie door de CPU uitvoeren. In RAID 5 is de processorbelasting daardoor lager dan bij hostbased adapters die al het werk door de CPU laten opknappen, maar hoger dan bij de meeste intelligente RAID-adapters. Omdat veel intelligentie zich in de driver afspeelt is een stabiele driver van cruciaal belang. Helaas heeft Promise op dit gebied veel steken laten vallen. De eerste versie van de Windows-driver was oorzaak van een gigantische hoeveelheid problemen en frustaties bij kopers van de S150 SX4. Het grootste probleem was een hemeltergende traagheid wanneer de adapter werd gebruikt om de bootdrive aan te sturen. In oktober 2003 bracht Promise een bètadriver uit voor de FastTrak SX4000 waarmee ook de problemen van de FastTrak S150 SX4 goeddeels verholpen konden worden. Ondanks de release van de beta driver moesten gebruikers van de S150 SX4 tot juni 2004 wachten alvorens er een officiële driver met een oplossing voor de problemen werd uitgebracht. Een schandalige vertoning, zeker voor een fabrikant die zijn producten aanprijst als een snelle oplossing voor professionele toepassingen.
Nu dit leed geleden is, wordt de Promise FastTrak S150 SX4 met zijn prijs van 190 euro exclusief geheugen opnieuw een aantrekkelijke oplossing voor budgetbewuste gebruikers. De prijs is de laagste van alle adapters in deze test, hoewel je bij HighPoint veel minder per poort betaald. In de vorige RAID-vergelijking leverde de FastTrak S150 SX4 goed prestaties in RAID 0 en redelijke prestaties in RAID 5. Vandaag krijgt de kaart waarschijnlijk te maken met hetzelfde probleem als de MegaRAID SATA 150-4 en 150-6. Stilstand is achteruitgang, en met de concurrentie van nieuwkomers zoals Areca, HighPoint en RAIDCore zou de FastTrak S150 SX4 wel eens naar het achterveld kunnen afzakken.

Wat betreft RAID-features scoort de kaart niet slecht. RAID level migration, online RAID level migration en instant availability worden ondersteund. Het maken van arrays groter dan 2 terabyte is niet mogelijk, maar dat zal met slechts vier schijven voorlopig toch niet haalbaar zijn. Drivers zijn er voor Windows 2000, Windows XP, Windows Server 2003, Red Hat Linux en SuSE Linux. Een source code driver voor Linux is niet beschikbaar. Promise levert voor Windows-omgevingen een gebruiksvriendelijke management tool. Een handige feature van de FastTrak S150 SX4 is dat RAID-arrays uitgewisseld kunnen worden met de eenvoudiger hostbased RAID-controllers en de high-end storage arrays van Promise. Gebruikers van een FastTrak S150 TX2plus, S150 TX4 of een moederbord met een onboard Promise SATA-controller kunnen hun bestaande array dus zonder problemen overhevelen naar de FastTrak S150 SX4 en eventueel door middel van online RAID level migration en online capacity expansion de RAID-configuratie wijzigen.
RAIDCore BC4852

Helaas kent de korte geschiedenis van RAIDCore reeds enkele zwarte bladzijden. Het eerste product van de onderneming, de RC4000-serie, bleek gemankeerd te zijn door een hardwarefout. RAIDCore was hierdoor genoodzaakt om een grootschalige terugroepactie te organiseren. De hardwarefout veroorzaakte foutmeldingen over offline drives bij het booten en rebooten. Als schuldige werden de door RAIDCore gebruikte SATA-controllers van Marvell aangewezen. Halverwege dit jaar introduceerde RAIDCore onder de typeaanduiding BC4000 een opvolger voor de RC4000-seriee, waarin de 4- en 8-poorts SATA-controllers van Marvell werden vervangen door exemplaren van moederbedrijf Broadcom. RAIDCore demonstreerde hiermee hoe eenvoudig de Fulcrum-architectuur aangepast kan worden aan een veranderd hardwareplatform. Voor deze vergelijking stelde RAID-leverancier WebConeXXion de 8-poorts BC4852 beschikbaar. Samen met de 4-poorts BC4452 vormt hij het huidige productgamma van RAIDCore.
Hoewel de Fulcrum-architectuur ondersteuning heeft voor externe XOR- en DMA-acceleratie, maakt de BC4000-serie niet van die mogelijkheid gebruikt. De printplaat beslaat niet meer componenten dan noodzakelijk zijn voor een kale Serial ATA-adapter zonder RAID-functionaliteit. Het berekenen van pariteitsdata komt dus voor rekening van de CPU. Een Broadcom BCM5770 verzorgt de aansturing van maximaal acht harde schijven. Deze SATA-controller heeft ondersteuning voor 133MHz PCI-X maar mist helaas alle pracht en praal van de SATA II-standaard. Dankzij de eenvoudige hardwareuitvoering kon de BC4852 met gemak in een low profile formaat gegoten worden. Dit maakt de RAIDCore BC4852 evenals de Areca ARC-1120 en de HighPoint RocketRAID 1820A geschikt voor gebuik in systemen met low-profile PCI-slots.
De featureset van de Fulcrum-architectuur is zoals gezegd zeer compleet en heeft ondersteuning voor onder andere RAID 50, online capacity expansion, online RAID level migration en distibuted hotspares. De hardware-onafhankelijke aard van de Fulcrum-architectuur maakte het betrekkelijk eenvoudig om ondersteuning voor controller spanning te implementeren. In zijn huidige vorm ondersteunt de software stack maximaal vier controllers waarmee zodoende RAID-configuraties van maximaal 32 harde schijven mogelijk worden. Een handige feature is de mogelijkheid om de capaciteit van een harde schijf over meerdere arrays te verdelen. Bij het merendeel van de RAID-adapters kan de capaciteit van een schijf slechts aan één array toegewezen worden. Het ontbreken van cache op de adapter wordt opgevangen door RAM-geheugen als cache in te zetten. RAIDCore heeft een zelf-tunende cache ontwikkeld die dynamisch cachegeheugen toewijst aan de hand van de hoeveelheid beschikbare geheugen in het systeem en cachestrategieën optimaliseert op basis van de karakteristieken van de I/O-bewerkingen.


De driverondersteuning voor de BC4000-serie is momenteel beperkt tot Red Hat Linux 9.0, Red Hat Advanced Server 3.0, Fedora Core 1 en de Windows-versies 2000, XP en Server 2003. Gezien het feit dat alle RAID-intelligentie zich in de drivers bevindt, is het maar zeer de vraag of de source code van de Linux-drivers ooit zal worden vrijgegeven. Voor Windows-gebruikers levert RAIDCore een prettig werkende management tool. Het configureren van arrays op de BC4852 is zeer eenvoudig, mede doordat er geen mogelijkheid bestaat om arrayconfiguraties handmatig te tunen. RAIDCore hanteert de filosofie dat de gebruiker niet lastig gevallen moet worden met ingewikkelde instellingen voor stripe-size en cachestrategieën, die een moeilijk voorspelbaar effect op de prestaties hebben. Om toch een goede performance te kunnen bieden heeft RAIDCore een systeem van automatische tuning ontwikkeld. De resultaten van de benchmarks op de komende pagina's geven de indruk dat RAIDCore succesvol in die opzet is geslaagd. De prijs van de 8-poorts versie bedraagt 420 euro. Prijstechnisch houdt de RAIDCore BC4852 het midden tussen duurdere intelligente RAID-adapters en de hostbased RAID-adapters uit het budget segment.
Featurevergelijking (1)
2 Multi-lane connectors wel beschikbaar op 12-poorts Areca ARC-1131 en 16-poorts ARC-1161.
3 Online capacity expansion zal beschikbaar komen in toekomstige firmware release.
Featurevergelijking (2)
2 Inclusief 256MB PC133 SDRAM t.w.v. &europ 45,-
3 Geheugen niet standaard meegeleverd, minimaal 64MB vereist
Niet geteste alternatieven
Adaptec levert drie adapters in versies met vier, acht en zestien poorten. Dit zijn respectievelijk de 2410SA, 2810SA en 21610SA. De hardwarematige implementatie van deze kaarten komt sterk overeen met de eerder besproken adapters van LSI Logic. De 2410SA beschikt over een 66MHz IOP302-processor in combinatie met twee Silicon Image Sil 3112 SATA-controllers en 64MB geheugen. De MegaRAID SATA 150-4 van LSI Logic heeft een gelijke configuratie. Op zijn 8- en 16-poorts kaarten gebruikt Adaptec de iets snellere 100MHz IOP303. De SATA-controller is in productfoto's niet herkenbaar. Vermoedelijk wordt er gebruik gemaakt van 4-poorts Silicon Image Sil 3114 chips die zich aan beide zijden van de pcb bevinden. De 2810SA en 21610SA zijn evenals de 2410SA voorzien van 64MB cache en een 64-bit 66MHz PCI-interface. De modellen met acht en zestien poorten kunnen uitgebreid worden met een battery backup unit.

Adaptec 2810SA
Op basis van eerdere ervaringen met gelijkwaardig geconfigureerde SCSI RAID-adapters van Adaptec, ICP Vortex en LSI Logic, en ervaringen met de SATA RAID-adapters van ICP Vortex en LSI Logic, verwachten we dat de prestaties van de 2410SA en 2810SA iets onder het niveau van de adapters van ICP Vortex liggen. De kaarten van ICP Vortex zijn op hun beurt iets trager dan de adapters van LSI Logic. De Adaptec 2810SA en 21610SA moeten dus vooral gezien worden als een oplossing voor het creeëren van grote hoeveelheden opslagruimte. De performance van de IOP303 is onvoldoende om in grote RAID 5-arrays een bevredigende performance scaling te kunnen bieden. De bandbreedte richting de I/O controllers is daar ook te klein voor als er inderdaad wordt gebruikgemaakt van Silicon Image Sil 3114-controllers. Deze chips ondersteunen slechts 32-bit 66MHz PCI waardoor er niet meer dan 266MB/s aan bandbreedte beschikbaar is. De slechte schaalbaarheid van de IOP302 en IOP303 is de reden dat er naast de populaire MegaRAID SATA 150-4 en 150-6 niet meer adapters met deze verouderde Intel-processors zijn getest.
De Adaptec 2410SA en 2810SA zijn met een prijskaartje van achtereenvolgens 360 en 530 euro behoorlijk stevig aan de prijs. Het 16-poorts model kost 770 euro en is daarmee vergelijkbaar geprijsd als een 12-poorts 3ware Escalade 9500S-12.
Het Duitse ICP Vortex werd in 2003 overgenomen door Adaptec. Daarvoor was het bedrijf eigendom van Intel. In de huidige productlijn van ICP Vortex is nog geen sprake van integratie met de producten van Adaptec. ICP Vortex biedt zijn eigen assortiment van SATA RAID-adapters bestaande uit de 4-poorts GDT8546RZ en de 8-poorts GDT8586RZ. De kaarten zijn voorzien van respectievelijk twee en vier Silicon Image Sil 3112-controllers en zijn beide voorzien van een 100MHz IOP303-processor in combinatie met 128MB geheugen. De GDT8546RZ werd getest in onze vorige SATA RAID-vergelijking in presteerde toen iets onder het niveau van de LSI MegaRAID SATA 150-4. Mede vanwege hun Duitse afkomst zijn de oplossingen van ICP Vortex zeer prijzig. Het 4-poorts model kost 599 euro en voor het 8-poorts model moet zelfs 925 euro overlegd worden.

ICP Vortex GDT8546RZ
LSI Logic zal binnenkort beginnen met de levering van zijn nieuwe 8-poorts MegaRAID SATA 300-8X. De hardwareimplementatie van deze kaart is vrijwel identiek aan de Areca ARC-1120: LSI Logic gebruikt een 500MHz IOP331 in combinatie met 128MB embedded geheugen en een Marvell 88SX6081 SATA II-controller. Het formaat waarin deze componenten zijn verpakt is wel iets anders: LSI Logic gebruikt een kaart met normale hoogte terwijl Areca alle onderdelen heeft weten samen te persen op een low-profile kaartje. De MegaRAID SATA 300-8X heeft op zijn beurt als voordeel de garandeerde support voor port multipliers. Areca heeft de ondersteuning van port multipliers nog niet kunnen bevestigen, hoewel de Marvell-controller deze functionaliteit in principe ondersteunt. Port multipliers bieden de mogelijkheid om de bandbreedte van één poort te splitsen zodat meerdere harde schijven op één poort aangesloten kunnen worden. Het maximum ligt op 15 schijven per poort. In de praktijk zullen 1:4 en 1:5 configuraties met aansluitingen voor respectievelijk vier en vijf harde schijven gangbaar zijn. Port multipliers zullen de effectieve prijs per poort aanzienlijk kunnen verlagen, zodat het aanleggen van grote arrays een minder prijzige aangelegenheid wordt. De MegaRAID SATA 300-8X zal volgens de laatste informatie van LSI Logic in maart leverbaar worden. Verwacht een prijs en een performance die gelijk is aan de Areca ARC-1120. LSI Logic kon op het moment van publicatie nog geen samples van de MegaRAID SATA 300-8X leveren.

NetCell is een kleine startup die zich heeft gespecialiseerd in de ontwikkeling van ATA RAID-technologie. Het assortiment van NetCell bestaat uit een 3-poorts en 5-poorts adapter die naast de RAID-levels 0 en 1 ondersteuning hebben voor het zelfbenoemde 'RAID XL'. De werking van RAID XL met betrekking tot de afhandeling van pariteit is vergelijkbaar met RAID 4: er wordt één schijf aangewezen als parity disk. Pariteit wordt dus niet over alle schijven verdeeld zoals bij RAID 5. Volgens NetCell levert dit prestatievoordelen op in desktopapplicaties. Een unieke feature van de NetCell-adapters is dat de arrays zich aan het besturingssystemen presenteren als een reguliere ATA-harde schijf, waardoor er geen specifieke drivers nodig zijn. De NetCell-adapters beschikken over 64MB cache en een 32-bit 66MHz PCI-interface. In de VS heeft het 3-poorts model een prijs van 219 dollar en moet voor de 5-poorts versie 249 dollar neergelegd worden. In Nederland zijn de kaarten nog niet verkrijgbaar.
Op basis van het hardware ontwerp en de RAID-software stack van Areca heeft Tekram onlangs een eigen serie intelligente SATA RAID-adapters uitgebracht. De adapters zijn leverbaar in 4- en 8-poorts versies met een PCI-X of PCI Express interface. Evenals de adapters van Areca hebben de kaarten van Tekram ondersteuning voor RAID 6. Tekram richt zich echter op een lager marktsegment. Door toepassing van goedkopere componenten - de Tekram-kaarten gebruiken 250MHz processors en de oudere SATA/150 controllers van Marvell - heeft Tekram op de kosten kunnen besparen. De naamgeving van de adapters is erg herkenbaar voor wie bekend is met het assortiment van Areca. Zo heeft de Tekram-versie van de Areca ARC-1120 de naam SIR-1120 meegekregen. In Japan is de Tekram SIR-1120 ongeveer 35 procent goedkoper dan de Areca ARC-1120. In Nederland zou dit verschil resulteren in een prijs van ongeveer 410 euro, wat niet onaantrekkelijk is voor een intelligente RAID-adapter met acht poorten. We hopen de kaarten van Tekram binnenkort te kunnen testen.
Update: inmiddels heeft Tekram de specificaties van zijn RAID-adapters aangepast. Deze komen nu exact overeen met de specificaties van de Areca-adapters. Ook de naamgeving is overgenomen.

Tekram SIR-1120 en NetCell SR5113
Testverantwoording
Tyan Thunder K8S
De SATA RAID-adapters kregen een zeer uitgebreid testprogramma voor hun kiezen waarin de bijna complete benchmarksuite werd losgelaten op een totaal van vijftien verschillende RAID-configuraties (in het geval van een kaart met acht poorten). De temperatuur- en geluidsdrukmetingen werden om logische redenen weggelaten. Verder werden de low-level tests in AnalyzeDisk niet gedraaid vanwege het feit dat we ons in deze review voornamelijk willen concentreren op de performance in realistische workloads. De testparcours werd daarmee veel langer dan in de RAID-vergelijking van vorig jaar, toen slechts een deel van de desktop benchmarks werd uitgevoerd en een uitgebreide set van serverworkloadsimulaties nog niet was ontwikkeld. Bij een effectieve bezetting van het testsysteem van 20 uur per dag duurde het ongeveer een week om alle benodigde tests op de 8-poorts adapters te draaien.
Omdat de performance scaling van de adapters niet is te voorspellen, zat er niets anders op dan tests uit te voeren met een groot aantal RAID-levels. Het testschema is in de onderstaande tabel weergegeven. Vanzelfsprekend werd bij de adapters met vier en zes poorten een verkort testschema gehanteerd.
| Testschema | ||||
|---|---|---|---|---|
| RAID-level | Aantal schijven | Cache modus | Array status | |
| Single disk | 1 | WB | Optimaal | |
| RAID 0 | 2 | WB | Optimaal | |
| RAID 1 | 2 | WB | Optimaal | |
| RAID 1 | 2 | WT | Optimaal | |
| RAID 5 | 3 | WB | Optimaal | |
| RAID 0 | 4 | WB | Optimaal | |
| RAID 5 | 4 | WB | Optimaal | |
| RAID 5 | 4 | WB | Degraded | |
| RAID 5 | 4 | WT | Optimaal | |
| RAID 10 | 4 | WB | Optimaal | |
| RAID 10 | 4 | WT | Optimaal | |
| RAID 5 | 6 | WB | Optimaal | |
| RAID 50 | 6 | WB | Optimaal | |
| RAID 5 | 8 | WB | Optimaal | |
| RAID 50 | 8 | WB | Optimaal | |
De tests met acht schijven in RAID 50 werden alleen uitgevoerd mits de configuratie met zes schijven in RAID 50 beter presteerde dan een configuratie met evenzoveel schijven in RAID 5. RAID 50 (een stripe van twee RAID 5-arrays) is in de praktijk veelal trager dan RAID 5 en omdat de effectieve capaciteit lager is, heeft het weinig nut om de configuratie met acht schijven in RAID 50 te testen als de opstelling met zes schijven al heeft bewezen slechter te presteren dan een RAID 5-configuratie. Er werden geen RAID 0 en RAID 10 tests met meer dan vier schijven gedaan. In het eerste geval neemt het risico op gegevensverlies bij configuraties met meer dan vier schijven zulke ernstige vormen aan dat vrijwel niemand een RAID 0-configuratie van dergelijke omvang in de prakijk zal gebruiken. RAID 10 gaat zeer inefficiënt om met opslagcapaciteit. Voor grote RAID-arrays wordt in de praktijk daarom vrijwel altijd RAID 5 gebruikt.
De write-through tests werden beperkt tot een aantal low-level benchmarks en de workload simulaties uit de Server StorageMark 2004-suite. Het merendeel van de workstationgebruikers zal write-back cache gebruiken, ook als er geen battery backup unit gebruikt wordt. Het is daarom niet zinvol om de desktop- en workstationprestaties in de write-through configuraties te testen.
Om te testen hoe de adapters presteren als er een schijf defect raakt in een RAID 5-array, werden er tests uitgevoerd op een degraded array waarvan één harde schijf moedwillig was verwijderd. Er werden geen benchmarks gedraaid van de prestaties tijdens het rebuilden van een array. Dit vanwege het feit dat niet alle adapters dezelfde rebuild rate gebruiken. Een rebuild rate van 30 procent (wat betekent dat het rebuildproces wordt gelimiteerd op een schijfbelasting van 30 procent) is de norm. Sommige adapters bieden echter niet de keuze uit percentages maar laten de gebruiker kiezen uit bijvoorbeeld vijf voorgedefnieerde instellingen waarvan niet duidelijk is wat het percentage schijfbelasting is. Een eerlijke vergelijking is daardoor niet mogelijk.
Performance tuning is uitermate belangrijk om het maximale uit de prestaties van een RAID-adapter te halen. Sommige adapters, zoals de RAIDCore BC4852, hebben erg eenvoudige configuratiemogelijkheden, terwijl andere kaarten veel tuningopties bieden. Ons streven is om alle RAID-adapters met de meest optimale instellingen te sten. Omdat het niet haalbaar is om alle mogelijke configuraties te testen, waren we genoodzaakt om een pragmatische werkwijze te hanteren bij het vinden van de optimale instellingen. Eerst werden de optimale cacheinstellingen onderzocht door de adapter te testen bij een stripe size van 64K of 128K. Vervolgens werd gezocht naar de optimale stripe size door de beste cacheconfiguratie te testen bij hogere of lagere stripegroottes (relatief aan het startpunt van 64K of 128K), net zolang tot er een stripe size werd gevonden die geen verbetering van de prestaties liet zien. De prestatievergelijking vond plaats op basis van de gewogen en geïndexeerde gemiddelden van de Desktop, Gaming, Workstation en Server StorageMark 2004-suites, waarbij er onderscheid werd gemaakt tussen desktop- en serverworkloads. Voor de desktopbenchmarks werd de stripe size gekozen die de beste gemiddelde prestaties in de desktop-, gaming- en workstationindices leverde. Op de komende pagina's laten we dus niet per desktopindex een optimaal resultaat zien. De meeste mensen gebruiken hun systeem zowel voor desktop- als workstationapplicaties en eventueel games. Zij hebben niet de mogelijkheid om per applicatie de stripe size en cachesettings te optimaliseren. Meer informatie over de benchmarks van Tweakers.net is te lezen in dit artikel en in de testbeschrijving in de Benchmark Database.

Het is overigens vermeldingswaardig hoe betrouwbaar en probleemloos de Raptor WD740GD's hun werk tijdens de vele testuren hebben gedaand. Ondanks de zware arbeid die de schijven moesten leveren en de honderden miljoenen I/O's die zij de afgelopen maanden te verwerken kregen, verkeren alle schijven nog steeds in een uitstekende conditie. Afgezien van wat irritatie veroorzaakt door de lockfunctie van de 3ware Escalade 9500S-8, waar de Raptors geen blaam voor troffen, verliep en aan- en afkoppelen van harde schijven en het configureren van arrays volstrekt probleemloos. Dat is wel anders bij grote SCSI-arrays. In serverbehuizing met een SCSI-backplane en vaste SCSI ID's wil het wel eens problematisch zijn om de gewenste bussnelheid te realiseren. Het aanslingeren van een array met een stuk of vier 68-pins LVD-schijven per bus, losse SCSI-kabels en handmatig in te stellen ID's kan een hel zijn. Serial ATA heeft die problemen niet dankzij de point-to-point topologie en seriële dataoverdracht.
Toegangstijden en STR's
Voor het meten van de gemiddelde toegangstijd maken we gebruik van de Disk Inspection Test van Winbench 99 v2.0. In verband met de minimale verschillen tussen de adapters worden de resultaten in tabelvorm gepresenteerd. De 3ware-adapters en de RAIDCore BC4852 behoren consequent tot het groepje adapters met de laagste gemiddelde toegangstijd, terwijl de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 zich zonder twijfel de traagste mag noemen. De verouderde architectuur van de MegaRAID SATA 150-4/6 zorgt voor een meetbare hogere latency. In de RAID 5-tests scoort de 3ware Escalade 9500S-8 vier keer op rij een groen kleurtje, ten teken dat hij in die tests de snelste tijd op de klokte zet. De Areca ARC-1120 behoort met zijn moderne RAID-implementatie tot de middenmoot. Het is niet vreemd dat een intelligente RAID-adapter een wat hogere latency heeft dan een hostbased RAID-adapter zoals de RAIDCore BC4852, waarbij de SATA-controller direct met het systeem kan praten. Bij de Areca ARC-1120 gaat het verkeer via de I/O processor en een PCI-bridge naar de lokale SATA-controller op de pcb van de RAID-adapter. 3ware heeft de communicatie tussen RAID ASIC en ATA-controllers op de Escalade 9500S-8 goed voor elkaar. De aanwezigheid van een Marvell PATA naar SATA-bridge zorgt niet voor een hogere latency.
| Winbench 99 v2.0 - Gemiddelde toegangstijd (ms) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| RAID-level | Single | 0 | 1 | 5 | 10 | 50 | |||||
| Aantal schijven | 1 | 2 | 4 | 2 | 3 | 4 | 6 | 8 | 4 | 6 | 8 |
| 3ware Escalade 8506-8 | 7,96 | 7,84 | 8,00 | 6,91 | 8,00 | 7,95 | 7,89 | 8,24 | 7,10 | ||
| 3ware Escalade 9500S-8 | 7,77 | 7,93 | 7,91 | 7,99 | 7,80 | 7,69 | 7,64 | 7,95 | 7,85 | 7,88 | 7,93 |
| Areca ARC-1120 | 7,96 | 7,98 | 7,97 | 8,04 | 7,99 | 8,04 | 8,54 | 8,19 | 7,91 | ||
| HighPoint RR1820A | 8,01 | 7,87 | 7,84 | 6,99 | 8,03 | 7,98 | 7,72 | 8,17 | 6,96 | ||
| LSI MegaRAID SATA 150-4/6 | 8,15 | 8,30 | 8,12 | 7,15 | 8,30 | 8,18 | 8,24 | 7,42 | 8,21 | ||
| Promise FastTrak S150 SX4 | 7,93 | 8,06 | 7,99 | 6,98 | 8,23 | 8,03 | 7,30 | ||||
| RAIDCore BC4852 | 7,70 | 7,86 | 7,83 | 6,96 | 7,89 | 7,80 | 7,72 | 8,18 | 6,98 | 7,78 | |
Pronken met hoge sequentiële transfer rates is een populaire activiteit onder eigenaars van grote RAID-arrays. Op het forum worden er zelfs hele topics aan gewijd. In deze roundup van SATA RAID-adapters zijn benchmarks van de sequentiële transfer rates vooral nuttig om de schaalbaarheid van de RAID-adapters te onderzoeken. Idealiter zou de STR lineair met het aantal schijven moeten stijgen. In de praktijk is dit door allerlei mogelijke bottlenecks in de systeembus, de CPU of de I/O processor echter lang niet altijd het geval.
Het meten van de sequentiële transfer rates wordt wederom gedaan met de Winbench 99 v2.0 Disk Inspection Test. Winbench meet de STR over het gehele bereik van de schijf en is daarom één van de meest betrouwbare tools voor het testen van de sequentiële transfer rates. De resultaten worden weergegeven in een grafiek en tevens retourneert Winbench de transfer rate aan het begin en aan het eind van het schijfvolume. De meeste harde schijven bereiken de hoogste transfer rate aan het begin van de partioneerbare ruimte, dat wil zeggen op de buitenste sporen van de schijf. Naarmate de positie op de schijf zich richting de binnenste sporen beweegt, neemt de transfer rate af. Soms gaat dit gelijkmatig, vaak ook trapsgewijs. De afname van de transfer rates over het bereik van de schijf deed zich ook voor bij RAID-arrays. De komende grafieken tonen de transfer rates aan het begin en het eind van het RAID-volume in RAID 0, RAID 1/10 en RAID 5-configuraties. Per RAID-type wordt een gelijke schaal van de y-as gebruikt zodat de resultaten van de begin- en eind-transfer rate makkelijk zijn te vergelijken.
In RAID 0 met twee of vier schijven worden de hoogste transfer rates door de RAIDCore BC4852 op het scorebord gezet. De RAID 0 transfer rate aan het begin van de schijf wordt door geen enkele andere adapter geëvenaard. Aan het einde van de schijf zijn de verschillen minimaal: de RAIDCore BC4852, 3ware Escalade 8506-8 en Promise FastTrak S150 SX4 presteren vrijwel gelijk. Wel is het opvallend dat de FastTrak S150 SX4 niet de optimale transfer rate in de single disk configuratie weet te bereiken. In de RAID 0-configuratie met vier schijven blijven de LSI MegaRAID SATA 150-5/6 en de HighPoint RocketRAID 1820A ver verwijderd van de maximaal haalbare transfer rate.
In de RAID 1- en RAID 10-tests behoort de RAIDCore BC4852 opnieuw tot de adapters met de hoogste sequentiële transfer rates. De verschillen tussen de adapters zijn echter beperkt. In de RAID 1-tests scoort de Promise FastTrak S150 SX4 teleurstellend en in de RAID 1- en RAID 10-metingen van de eind-transfer rate wordt de Areca ARC-1120 op de vingers getikt wegens een ietwat achterlopende doorvoersnelheid.
Pas echt interessant wordt het in de RAID 5-tests. De adapters met zes en acht poorten krijgen nu de kans om zeer hoge transfer rates te halen. In theorie moet (8 - 1) * 70MB/s mogelijk zijn, maar helaas blijkt voor lang niet alle adapters de optimale transfer rate van 490MB/s haalbaar. De RAIDCore BC4852 zit dicht in de buurt en ook de HighPoint RocketRAID 1820A is niet ver verwijderd van optimale schaling. Goede prestaties worden ook neergezet door de Areca ARC-1120 en - in mindere mate - de 3ware Escalade 9500S-8. Ronduit matig zijn de transfer rates van de 3ware Escalade 8506-8 en de LSI MegaRAID SATA 150-5/6. De Promise FastTrak S150 SX4 ontloopt de kritieken omdat hij met z'n vier poortjes niet aan serieus hoge transfer rates toe komt.

ATTO STR's en cache transfer rates
Niet alle adapters zijn in staat om ATTO te foppen. De resultaten in de onderstaande grafieken hebben daarom bij sommige adapters betrekking op de cache transfer rate, terwijl zij bij andere adapters de media transfer rates weergeven. Worden de resultaten gecached, dan is dat vaak herkenbaar aan een transfer rate die constant is voor verschillende RAID-configuraties. De ATTO-tests werden uitgevoerd op een lege NTFS-partitie met ATTO ingesteld op de standaard queue-diepte van 4 I/O's, een testlengte van 32MB en transfergroottes van 512 bytes tot 1MB. Het resultaat van de test is de hoogste lees en schrijf transfer rate over alle transfergroottes. Meestal wordt de hoogste doorvoersnelheid bij een transfer rate van 256KB of 512KB bereikt.

De resultaten van de RAID 0-tests maken duidelijk dat de Areca ARC-1120 wel raad weet met het kaboutertestje van ATTO. Zwevend op grote hoogte heeft de ARC-1120 een perfect overzicht van de schermutselingen die zich boven het maaiveld voltrekken. De maximale lees transfer rate van de Areca ARC-1120 is met meer dan 750MB/s bijna gelijk aan de effectieve bandbreedte van de 133MHz PCI-X-bus. Iets minder snel, maar nog steeds indrukwekkend, zijn de schrijf transfer rates van meer dan 450MB/s. Hoewel het in deze resultaten niet meteen duidelijk is, maakt ook de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 gebruik van caching. De bejaarde architectuur van deze adapter staat echter geen hogere lees transfer rates dan 145MB/s toe. Ook de maximale schrijf transfer rate van 125MB/s imponeert niet. Veel voordeel heeft de MegaRAID SATA 150-4/6 daardoor niet van zijn cache. De meeste andere adapters halen in configuraties met meer dan twee schijven al hogere media transfer rates. Het verschil tussen een transfer vanuit cache of vanaf de harde schijven is natuurlijk wel de veel lagere latency van cache transfers.
De RAIDCore BC4852 weet als enige van de niet-cachende kaarten een fatsoenlijke transfer rate te halen in de RAID 0-configuratie met vier schijven. De queue grootte van 4 I/O's zorgt bij sommige kaarten voor problemen. Bij tests met een queuegrootte van 1 I/O bleek de 3ware Escalade 9500S-8 wel gezond schalende transfer rates te halen. We hebben de queue op 4 gelaten omdat dit de standaardinstelling van ATTO is die door de meeste mensen als zodanig wordt gebruikt. Desalniettemin mag het teleurstellend genoemd worden dat de Escalade 9500S-8 er niet in slaagt om te profiteren van zijn cache.


In RAID 1 en RAID 10 is het gebruik van caching op de LSI MegaRAID SATA 150-4-6 beter zichtbaar. Dankzij de cache is de transfer rate van de MegaRAID in RAID 1 ongeveer het dubbele van de niet-cachende adapters. De resultaten van de RAIDCore BC4852 in RAID 10 zijn vrijwel gelijk aan de ideale (media) transfer rate. Verder valt op dat de 3ware Escalade 9500S-8 een vrij goede schrijf transfer rate heeft in RAID 10, terwijl de lees transfer rate juist erg tegenvalt. De Escalade 8506-8 heeft hetzelfde probleem maar presteert ook nog eens slecht in de schrijftest.


In de RAID 5-tests laten de RAIDCore BC4852 en de HighPoint RocketRAID 1820A wederom een goede performance scaling zien. Beide slagen er echter niet in om in hun klim naar de top het niveau van de Areca ARC-1120 te bereiken. De Escalade 9500S-8 kan niet overweg met sequentiële transfer rates bij een queuegrootte van 4 I/O's, waardoor de resultaten in de leestest ronduit teleurstellend zijn. Zelfs de oudere Escalade 8506-8 is hier sneller. In de schrijftest zijn de rollen omgedraaid. De Escalade 8506-8 heeft een minder krachtige I/O processor dan zijn opvolger en blijft daardoor onderaan de grafiek bungelen. Ondanks een zekere verbetering ten opzichte van zijn voorganger, kunnen er over de schrijf transfer rate van de Escalade 9500S-9 echter ook weinig positieve woorden geschreven worden. De verschillen ten opzichte van de RAIDCore BC4852 en de HighPoint RocketRAID 1820A zijn enorm.


Schrijf STR en CPU-belasting
Omdat ATTO gevoelig is voor caching en een te korte testduur heeft om er betrouwbare conclusies aan te kunnen verbinden, zijn er andere testmethoden nodig om de media schrijf transfer rates van de RAID-adapters te kunnen vergelijken. IOMeter biedt de mogelijkheid om eigen toegangspatronen samen te stellen. Hiermee hebben we een test gecreeërd die twee minuten lang in een sequentieel patroon en bij een transfer grootte van 1MB gegevens van de schijf. Naast een meting van de transfer rate worden er door IOMeter onder andere statistieken van de processorbelasting, het aantal interrupts en het aantal verwerkte I/O's verzameld.
In de RAID 0-tests zijn pariteitsbewerkingen nog niet aan de orde. Toch zijn er bij veel kaarten aan bottlenecks waarneembaar. De LSI MegaRAID SATA 150-4 en de Promise FastTrak S150 SX4 presteren zwaar ondermaats en ook de performance scaling van de 3ware Escalade 8506-8, 3ware Escalade 9500S-8 en HighPoint RocketRAID 1820A is niet optimaal te noemen. Die eerste is wel de snelste met twee schijven in RAID 0. Alleen de Areca ARC-1120 en de RAIDCore BC4852 schalen goed naar vier schijven. De BC4852 doet dat helaas wel met een matige score in de configuratie met twee schijven.

Wederom matige prestaties van de LSI MegaRAID SATA 150-4/6, de 3ware Escalade 8506-8 en de Promise FastTrak S150 SX4 in de RAID 10-test. De schrijf transfer rates van de Areca ARC-1120, HighPoint RocketRAID 1820A en RAIDCore BC4852 schalen uitstekend.

In de RAID 5-test komen zoals verwacht pas echt grote verschillen aan het licht. De HighPoint RocketRAID 1820A en de RAIDCore BC4852 kunnen profiteren van de hoge performance van de hedendaagse processors. Met acht schijven in RAID 5 wordt een schrijf transfer rate van bijna 350MB/s bereikt. In theorie moeten beide adapters betere kunnen presteren, maar omdat de CPU-belasting op onze 1,4GHz Opteron 240 is opgelopen tot 100 procent komt aan de schaling van de transfer rates een vroegtijdig einde. Ook de Areca ARC-1120 is ondanks zijn moderne architectuur niet vrij van bottlenecks. Bij 240MB/s bereikt de schrijf transfer rate een maximum. De 3ware Escalade 9500S-8 komt amper aan de 100MB/s, zijn voorganger blijft steken op 75MB/s. Daartussen bevindt zich de Promise FastTrak S150 SX4 met een transfer rate van iets meer dan 90MB/s en onderaan de grafiek zet de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 al ploeterend 55MB/s op de teller.

Het bovenstaande plaatje ziet er zeer rooskleurig uit voor de hostbased RAID-adapters. Aan de hoge schrijf transfer rates van deze adapters hangt ook een keerzijde en wel de hoge processorbelasting die hiermee gepaard gaat. Om een eerlijke vergelijking mogelijk te maken, moet er rekening gehouden worden met de transfer rate van de adapters. De processorbelasting is namelijk vrijwel lineair afhankelijk van de transfer rate. We doen onze vergelijking daarom op basis van de processorbelasting per 100MB/s transfer rate. De relatieve processorbelasting is bij alle kaarten zo goed als stabiel per RAID-level. We laten daarom alleen de resultaten zien van RAID 0, RAID 10 en RAID 5 configuraties met vier schijven. Uiteraard geldt voor alle percentages dat zij afhankelijk van de processorsnelheid. De Opteron 240 van ons testsysteem is niet bepaald een snelheidsmaniak.
De Areca ARC-1120, 3ware Escalade 8506-8 en HighPoint RocketRAID 1820A scoren de laagste relatieve processorbelasting in de RAID 0-test. Alle drie zorgen ze voor een CPU-belasting van minder dan twee procent per 100MB/s schrijf transfer rate. Niet ver van deze groep eindigt de 3ware Escalade 9500S-8 met een relatieve CPU-belasting van 2,30 procent. De resultaten van de HighPoint RocketRAID 1820A mogen zeer goed genoemd worden. Ondanks het feit dat de RAID-bewerking op deze kaart niet volledig in hardware worden afgehandeld, is de relatieve processorbelasting nauwelijks hoger dan de best presterende intelligente RAID-adapters. De RAIDCore BC4852 geeft zich met 4,17 procent al beter te kennen en bij de Promise FastTrak S150 SX4 is het overduidelijk dat de CPU voor veel RAID-bewerking wordt ingeschakeld. Verbazingwekkend zijn de slechte resultaten van de LSI MegaRAID SATA 150-4/6. Ondanks zijn intelligente karakter eindigt deze kaart op de laatste plaats met een relatieve processorbelasting van 12,60 procent. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de schrijf transfer rate van de MegaRAID lager is dan 100MB/s. De werkelijke processorbelasting is dus minder dan 12,60 procent.
| Relatieve processorbelasting | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (%) |
| 4 | RAID 0 | Areca ARC-1120 | |
| 4 | RAID 0 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 4 | RAID 0 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
| 4 | RAID 0 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 0 | RAIDCore BC4852 | |
| 4 | RAID 0 | Promise FastTrak S150 SX4 256MB | |
| 4 | RAID 0 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
De resultaten van de RAID 10-benchmarks zijn wederom positief voor de 3ware Escalade 9500S-8, de Areca ARC-1120 en de HighPoint RocketRAID 1820A. De meest opvallende verandering ten opzichte van de RAID 0-test zijn de slechte prestaties van de 3ware Escalade 8506-8 (12,35 procent) en de Promise FastTrak S150 SX4 (15,04 procent).
| Relatieve processorbelasting | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (%) |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 | |
| 4 | RAID 10 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
| 4 | RAID 10 | RAIDCore BC4852 | |
| 4 | RAID 10 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 4 | RAID 10 | Promise FastTrak S150 SX4 256MB | |
De extra belasting van pariteitsbewerkingen heeft tot gevolg dat de RAIDCore BC4852 en de HighPoint RocketRAID 1820A met afstand de hoogste relatieve processorbelasting in de RAID 5-test scoren. De Promise FastTrak S150 SX4 maakt gebruikt van een hardware XOR-processor en veroorzaakt daardoor geen hogere processorbelasting dan in RAID 0. Op het ereschavot eindigen de 3ware Escalade 8506-8, de Areca ARC-1120 en de 3ware Escalade 9500S-8.
| Relatieve processorbelasting | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (%) |
| 4 | RAID 5 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 | |
| 4 | RAID 5 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 5 | Promise FastTrak S150 SX4 256MB | |
| 4 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| 4 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
Wie geschrokken is van de bovenstaande resultaten moet realiseren dat de processorbelasting van de hostbased RAID 5-adapters in direct verband staat met de schrijf transfer rate en de prestaties van de CPU. In de praktijk zullen de schrijf transfer rates zelden pieken van honderden megabytes per seconden bereiken. Simpelweg omdat er niet zoveel gegevens tegelijkertijd worden weggeschreven en omdat schrijfoperaties zelden een volledig sequentieel patroon hebben. Transfer rates van honderden MB/s zijn niet mogelijk wanneer de schijven veel kopverplaatsingen moeten maken, bijvoorbeeld in serversystemen die veel data wegschrijven naar uiteenlopende locaties op een array. Bovendien zijn de processors van nieuwe desktop- en serversystemen vrijwel altijd krachtiger dan de bescheiden Opteron 240 in onze testmachine. De hogere processorbelasting van een hostbased RAID-adapter hoeft in de praktijk daarom geen struikelblok te zijn. Voor zware toepassingen, bijvoorbeeld serversystemen die een hoge processorcapaciteit vragen én veel data naar de disken wegschrijven, kan het natuurlijk wel verstandig zijn om de processor niet met pariteitsbewerkingen te belasten.
Random I/O performance
De bovenstaande benadering van fileserverprestaties is uiteraard nogal theoretisch. Om die reden hechten wij niet al te veel belang aan de prestaties in de IOMeter fileserver simulatie. Met behulp van IPEAK Storage Performance Toolkit heeft Tweakers.net een aantal server workload simulaties samengesteld die zijn gebaseerd op de toegangspatronen van échte servertoepassingen. Deze benchmarks hebben meer relatie met workloads uit de echte wereld.
IOMeter blijft echter nuttig voor low-level prestatiemetingen. De prestaties van single harde schijven worden in de IOMeter fileserver simulatie grotendeels bepaald door de gemiddelde toegangstijd en de command queuing prestaties van de harde schijf. Bij RAID-adapters speelt mee het vermogen van de adapter om I/O's over de harde schijven in een array te kunnen verdelen. Goede of slechte prestaties in de random I/O toegangspatronen van IOMeter kunnen uitmuntende of tegenvallende prestaties in onze database en mailserver workloads verklaren. Omdat de transfer rate door de willekeurige aard van het toegangspatroon erg laag is, spelen bottlenecks in de busbandbreedte en de verwerkingssnelheid van de I/O processor meestal geen rol.
De IOMeter fileserver simulatie werd uitgevoerd in RAID 1, RAID 10 en RAID 5. De tests in RAID 0 werden overgeslagen omdat dit RAID-level ongeschikt is voor servergebruik. In de RAID 1- en RAID 10-benchmarks zien we goede prestaties van de 3ware Escalade 9500S-8 en de Promise FastTrak S150 SX4. De Escalade 9500S-8 is met enige afstand de snelste adapter in de RAID 10-test. Teleurstellend zijn de prestaties van de HighPoint RocketRAID 1820A en de Areca ARC-1120. Vooral die laatste blijft ver achter bij zijn concurrenten.

In de RAID 5-tests laat de 3ware Escalade 9500S-8 zich wederom van zijn sterke kant zien. De kaart gaat onbedreigd aan kop in alle RAID 5-configuraties. Redelijke prestaties worden neergezet door de LSI MegaRAID SATA 150-4/6, de Promise FastTrak S150 SX4 en de RAIDCore BC4852. De Areca ARC-1120 en de HighPoint RocketRAID 1820A behoren wederom tot de achterhoede, maar worden nu ook vergezeld van de 3ware Escalade 8506-8. De slechte random I/O-prestaties van de ARC-1120 zijn inmiddels bevestigd door Areca. Het bedrijf heeft een firmware update in ontwikkeling die deze problemen zal verhelpen (zie pagina 30).

Desktopprestaties
De resultaten van onze eerste test laten geen twijfels bestaan over de vraag welke adapter de beste prestaties levert in RAID 0. De Areca ARC-1120 gaat onbedreigd aan kop. Desktop workloads zijn relatief gevoelig voor cacheoptimalisaties en de Areca ARC-1120 weet daar optimaal gebruik van te maken. Op enige afstand van de ARC-1120 volgt de 3ware Escalade 9500S-8, met in zijn kielzog de RAIDCore BC4852, HighPoint RocketRAID 1820A en 3ware Escalade 8506-8. Alledrie leveren ze vrijwel gelijke prestaties. De LSI MegaRAID SATA 150-4/6 wordt al in de eerste test geconfronteerd met de consequenties van een slechte schaalbaarheid. Een stoere naam voorkomt niet dat de resultaten ver achter blijven bij de concurrentie.

In de RAID 1- en RAID 10-tests moeten de 3ware Escalade 8506-8 en de kaarten van HighPoint, LSI Logic, Promise en RAIDCore van enige afstand gadeslaan hoe de Areca ARC-1120 en de 3ware Escalade 9500S-8 vrijwel gelijk opgaan in hun strijd om de eerste plaats. De Areca-kaart is wat sneller in RAID 10 terwijl de adapter van 3ware beter presteert in RAID 1. De caching performance van de Escalade is lang niet zo goed als van de Areca ARC-1120. Dankzij betere mirroring-optimalisaties komt de Escalade 9500S-8 toch langszij.

De situatie veranderd drastisch in de grafiek van de RAID 5-prestaties. De Areca ARC-1120 consolideert zijn eerste positie maar de beide kaarten van 3ware presteren zeer teleurstellend. De Escalade 8506-8 is niet in staat om het prestatieniveau van een enkele schijf te overtreffen, ongeacht de grootte van de RAID 5-array. Zijn opvolger heeft weliswaar veel progressie geboekt maar in het algemente plaatje blijven de prestaties van de Escalade 9500S-8 weinig soeps. De schaalbaarheid is er gewoon niet. Een positieve noot gaat er naar de prestaties van de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 in de RAID 5-configuratie met vier schijven. Hij is op dit punt nauwelijks trager dan de nummer twee in de test, de RAIDCore BC4852. Helaas zorgen een slechte schaalbaarheid, veroorzaakt door de onvoldoende krachtige architectuur van de MegaRAID SATA 150-4/6, voor een afname van de prestaties in de test met zes schijven. De prestaties van de HighPoint RocketRAID 1820A houden ongeveer het midden tussen die van de Areca ARC-1120 en de 3ware Escalade 8506-8.

Het nadeel van de Desktop StorageMark Index is dat de resultaten niet door derden gereproduceerd kunnen worden. Om aan de vraag naar verifieerbare benchmarks te voldoen, hebben we de RAID-adapters tevens getest in de disk benchmark van PCMark04. Deze benchmark is gebaseerd op het trace/playback-principe van Intel IPEAK Storage Performance Toolkit. Het grote verschil is dat PCMark04 veel minder uitgebreid is en dus een beperkter beeld van de prestaties laat zien. De disktest van PCMark04 duurt slechts enkele minuten terwijl het afwerken van onze complete set van desktop-, gaming- en workstationbenchmarks ongeveer twee uur in beslag neemt op een snelle RAID-configuratie.
De hoge RAID 0-performance van de Areca ARC-1120 en de slechte RAID 5-prestaties van de Promise FastTrak S150 SX4 en de adapters van 3ware worden bevestigd door de resultaten van de PCMark04 HDD Index.



Workstationprestaties
De Areca ARC-1120 behaalt in de RAID 0-tests dankzij zijn goede schaalbaarheid en uitmuntende cacheprestaties zo mogelijk een nog grotere voorsprong dan in de RAID 0-resultaten van de desktop index. Het is belangrijk om te weten dat er in deze tests voor tientallen gigabytes aan gegevens worden verplaatst. Zomaar cheaten met een grote cache zit er niet in, er zullen echt intelligente cachestrategieën toegepast moeten worden om betere resultaten te behalen. Met uitzondering van één test wint de Areca ARC-1120 in alle subtests van de workstation index. Het verschil met de andere adapters ligt vrij consequent rond de 35 procent. De RAIDCore BC4852 mag zich best of the rest noemen, maar groot zijn de verschillen ten opzichte van de 3ware Escalade 9500S-8, de 3ware Escalade 8506-8 en de HighPoint RocketRAID 1820A niet.

In RAID 1 en RAID 10 levert de Areca ARC-1120 opnieuw goede prestaties. De 3ware Escalade 9500S-8 staat ook zijn mannetje. Gezien het algemene positieve beeld van de RAIDCore BC4852 zijn de prestaties in deze test tegenvallend. In de RAID 1-test bungelt hij zelfs onderaan de grafiek. De prijs voor de slechtste schaalbaarheid wordt opnieuw toegekend aan de LSI MegaRAID SATA 150-4/6.

De tests in de workstationsuite kennen een grote verhouding van sequentiële schijfbenaderingen. Ook vinden er veel sequentiële schrijfacties plaats, bijvoorbeeld in de dvd stripping trace en de Photoshop load/save test, waar Photoshop veelvuldig zijn pagefiles moet benaderen. Dit betekent werk aan de winkel voor de XOR-accelerators van de intelligente en hardware assisted RAID-adapters, en een hogere werkdruk voor de CPU bij de hostbased RAID-adapters. Adapters met een slechte schaalbaarheid of een onvoldoende krachtige architectuur vallen onherroepelijk door de mand.
Op de voorgaande pagina's hebben we al met weinig positieve bewoordingen geschreven over de slechte RAID 5-prestaties van de 3ware-kaarten. In de workstation index is het niet anders gesteld met deze adapters. De 3ware Escalade 8506-8 presteert in de configuraties met drie en vier schijven ver onder het niveau van een single Raptor WD740GD. De prestaties in RAID 5 met zes en acht schijven zijn ook niet om over naar huis te schrijven, maar in ieder geval komen ze in de buurt van een Raptor WD360GD. De Escalade 9500S-8 doet het beter en weet het prestatieniveau van de Raptor WD740GD te handhaven bij drie en vier schijven. De tests bij zes en acht schijven laten een lichte stijging van de performance zien. Een goede performance schaling zien we pas bij de HighPoint RocketRAID 1820A en de RAIDCore BC4852, met daarboven op grote hoogte verheven de Areca ARC-1120. De LSI MegaRAID SATA 150-5/6 levert redelijke prestaties met drie en vier schijven maar schaalt niet bij zes schijven.

Serverprestaties (1)
De karakteristieken van de diverse soorten servertoepassingen varieëren sterk en men kan zich daarom afvragen of het zin heeft om de serverprestaties in één getal samen te vatten. Om deze reden worden de resultaten van de zwaarste scenario's uit de serversuite individueel besproken. De zware tests passen het best bij de typische toepassing van grote RAID-arrays. Wie liever een gesimplificeerd beeld heeft van de serverprestaties kan zijn keuze maken op basis van de index. Een adapter die goed presteert in de Server StorageMark 2004 Index zal - wat betreft prestaties - nooit een erg slecht product zijn. Vanzelfsprekend zijn de servertests niet uitgevoerd in RAID 0. Dit RAID-level zal hooguit 'per ongeluk' in een serversysteem geconfigureerd worden.
Het RAID 1- en RAID 10-plaatje levert weer een uitstekend beeld op voor de Areca ARC-1120. De prestaties in RAID 10 zijn zeer goed. In RAID 1 moet de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 voorgelaten worden en is de performance vrijwel gelijk aan de 3ware Escalade 8506-8 en de Promise FastTrak S150 SX4. De 3ware Escalade 9500S-8, HighPoint RocketRAID 1820A en RAIDCore BC4852 presteren wat minder in RAID 1, maar de onderlinge verschillen zijn erg klein. Dit geldt ook voor de prestaties in RAID 10 van alle kaarten behalve de Areca ARC-1120.

In RAID 5 geeft de Areca ARC-1120 de beste algemene serverprestaties. Goede resultaten worden ook geleverd door de RAIDCore BC4852. Het middenveld wordt bezet door de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 en de HighPoint RocketRAID 1820A. Bij drie en vier schijven presteren ze vrijwel gelijk aan de RAIDCore-adapter, met zes en acht schijven schalen de prestaties een heel stuk minder. De kaarten van 3ware en Promise bezetten dezelfde slechte posities als in de RAID 5-desktopbenchmarks. Ten opzichte van een single disk zijn de prestaties wel wat beter dan in de desktoptests.

Op de komende pagina's zullen een aantal tests uit de serversuite individueel besproken worden. De stripe size van de adapters werd getweakt voor optimale prestaties in de index, en werd dus niet per individuele test geoptimaliseerd. Het zou teveel tijd vergen om de serverbenchmarks per RAID-configuratie in alle mogelijke stripe size settings uit te voeren. Als er wél dubbele tests voor een RAID-configuratie zijn uitgevoerd (om te onderzoeken welke stripe size of cache setting het beste presteerde in de server index), dan wordt per inviduele test het beste resultaat in de database gekozen. Dit kan dus een prestatie zijn die bij een andere setting werd neergezet dan de setting waarin de server index het hoogst is.
De eerste test betreft een disk-to-disk backupserver in een high concurrency scenario. Disk arrays worden in toenemende mate gebruikt voor backups van gegevens. Bij de grotere systemen werken zij vaak in combinatie met tape robots: eerst worden de gegevens naar backup arrays weggeschreven en op een later tijdstip wordt de backup naar tape gekopieerd. Het voordeel is een kleiner backupwindow, dus minder langdurige belasting op de servers waarvan een backup wordt gemaakt, en snellere dataoverdracht naar de tapedrives, die niet meer worden opgehouden door een traag netwerk of te trage storage in de backupclients. Serial ATA-harde schijven zijn vanwege hun lage prijs per gigabyte ideaal voor backupservers. Gekoppeld aan een degelijke en snelle RAID-adapter kunnen zij hoge prestaties en een hoge betrouwbaarheid realiseren.
In de high concurrency variant van de backupserver-simulatie schrijven zeven clients via twee gigabit verbinding hun backups naar de backupserver. Tijdens het tracen werden hierbij netwerksnelheden van meer dan 70MB/s behaald. In totaal werd 43GB aan gegevens weggeschreven. De prestaties van de write-back cache spelen een belangrijke rol bij het behalen van goede prestaties, evenals het vermogen om met grote I/O queues om te gaan. Gemiddeld staan er in deze test 30 I/O's op antwoord van de RAID-adapter te wachten.
De resultaten van de Areca ARC-1120 bevinden zich op een vertrouwde plek in de grafiek van de RAID 1- en RAID 10-prestaties. De preformance van de 3ware Escalade 9500S-8 valt tegen. We hebben betere RAID 1- en RAID 10-prestaties van deze adapter gezien. Verder valt op dat de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 goed kan meekomen in RAID 1.

De RAID 5-grafiek laat uitstekende prestaties zien van de MegaRAID in RAID 5 met drie en vier schijven. Bij zes schijven is er geen sprake meer van stijging van de prestaties, zoals we vaker bij deze adapter hebben gezien. De Areca ARC-1120 en de RAIDCore BC4852 bieden goede prestaties in elke schijfconfiguratie. Vanaf zes schijven leveren deze adapters een beduidend betere performance dan een enkele Raptor. Erg matig zijn de RAID 5-prestaties van de 3ware-kaarten. Ze presteren in alle gevallen slechter dan een single disk.

Serverprestaties (2)
In het medium filesize scenario werden bestanden opgevraagd met een grootte van 0KB tot 64MB. Het zwaartepunt lag bij bestanden met een grootte tussen 16KB en 64KB (15 procent), 64KB en 256KB (30 procent), 256KB en 1MB (27 procent) en 1MB en 4MB (15 procent). Dit zijn bestandsgroottes die veel voorkomen bij tekstdocumenten, PDF-documenten en afbeeldingen in webformaat. De clients veroorzaakten een gemiddelde queue-diepte van 8,5 uitstaande I/O's op de fileserver. De pieken liepen tot 35 uitstaande I/O's. Ongeveer 65 procent van de schijfbewerkingen bestond uit leesoperaties.
De Areca ARC-1120 kan zich prima vinden in het bovenstaande scenario. In RAID 10 komt hij opnieuw met grote voorsprong als eerste aan de finish. Op afstand volgen de 3ware Escalade 8506-8 en de HighPoint RocketRAID 1820A. In RAID 1 zijn de verschillen tussen de eerder genoemde kaarten en de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 minimaal. Alle vier presteren ze erg goed. De RAIDCore BC4852 heeft vaker matige prestaties in RAID 1 en RAID 10 laten zien en dat is ook nu het geval. De ontwikkelaars bij RAIDCore hebben werk te doen wat betreft verbetering van de mirroring-optimalisaties in hun RAID-stack.

In RAID-level 5 hengelt de Areca ARC-1120 zijn zoveelste winst binnen. De ARC-1120 is uitstekend geschikt voor fileservers met een workload die vergelijkbaar is met het hierboven beschreven scenario. De goede prestaties van de RAIDCore BC4852 en de slechte prestaties van de 3ware-kaarten mogen geen verrassing meer heten.

Het tweede fileserver scenario is gebaseerd op een filesize-distributie met grotere bestandsgroottes. De grootte van de bestanden varieerde van ~0KB tot 256MB met de nadruk op bestanden met een grootte tussen 1MB en 4MB (10 procent), 4MB en 16MB (30 procent), 16MB en 64MB (22 procent) en 64MB en 256MB (12 procent). Deze zeer grote bestanden komen voor in studio's waar met grote grafische afbeeldingen en videofragmenten wordt gewerkt. SATA RAID wordt in deze situaties al veelvuldig toegepast. De gemiddelde queue-grootte in de test was 9,8 uitstaande I/O's met pieken tot 41 uitstaande I/O's. 80 procent van de schrijfbewerkingen bestond uit leesoperaties.
Nieuwe benchmarks, nieuwe kansen. De RAID 1- en RAID 10-tests van het large filesize scenario zijn de eerste servertests waarin de Areca ARC-1120 geen overtuigende winst boekt. De prestaties van de ARC-1120 mogen zelfs ronduit teleurstellend genoemd worden. De beste prestaties worden geboden door de 3ware Escalade 8506-8 en de LSI MegaRAID SATA 150-4/6.

De Areca ARC-1120 herstelt zich in de RAID 5-tests. De prestaties gaan gelijk op met de LSI MegaRAID SATA 150-4/6, die verrassend goed presteert in deze test, en de RAIDCore BC4852. Gemiddeld genomen biedt de ARC-1120 toch de beste prestaties van dit groepje. De 3ware Escalade 9500S-8 kan voor het eerst in een RAID 5-test redelijk meekomen met het deelnemersveld. Dit zal ongetwijfeld anders zijn zodra de verhouding lees/schrijfoperaties meer richting de schrijfbewerkingen verschuift.

Serverprestaties (3)
De databases van Tweakers.net en GoT zijn redelijk fors van omvang en resulteren in een dataset van 20GB. De queries bestaan voor een groot deel uit selects maar ook worden er veel inserts en updates gedaan voor het bijhouden van bezoekersstatistieken. De logs en de data werden op aparte arrays opgeslagen, zoals dat ook veelvuldig in de praktijk gebeurd. De komende MySQL data drive-test is gebaseerd op de traces van de data array. Door de scheiding logs en data zijn er aanzienlijk minder schrijfoperaties in de mix zijn opgenomen. De trace werd gestart met een volle disk cache van het besturingssysteem en een volle query en data cache van de database-server. 84 procent van de dataverplaatsing bestond uit leesacties. De gemiddelde lengte van de queue bedroeg 12 I/O's met pieken tot 50 uitstaande I/O's. Zou de activiteit van de logs op de data-array hebben plaatsgevonden, dan zou ongeveer 64 procent van de operaties uit leesacties hebben bestaan.
In de vergelijking van de RAID 1- en RAID 10-prestaties komen de adapters van 3ware als beste uit de bus. De Areca ARC-1120 weet duidelijk geen raad met de toegangspatronen van het database-scenario en eindigt op een jammerlijke laatste plaats. De oorzaak moet waarschijnlijk gezocht worden in de slechte random I/O-prestaties van de Areca-adapters. Areca heeft een firmware update in ontwikkeling die dit probleem grotendeels oplost.

Dankzij het beperkte aantal schrijfoperaties presteert de 3ware Escalade 9500S-8 uitstekend in de RAID 5-test. De beste performance scaling komt voor rekening van de RAIDCore BC4852. Met acht schijven in RAID 5 is deze adapter ongeveer 2,75 keer sneller dan een enkele drive. De middenmoot wordt gevormd door de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 en de HighPoint RocketRAID 1820A. Matige tot slechte prestaties worden geleverd door de 3ware Escalade 8506-8, de Promise FastTrak S150 SX4 en de Areca ARC-1120.

Het tweede database-scenario betreft een dump van een draaiende database. De data, logs en dump bevonden zich hierbij op dezelfde disk-array. Het systeem kreeg weer te tijd om te acclimatiseren zodat er gewerkt kon worden met realistisch gevulde buffers. Door het exporteren van de database en schrijfacties in de logfiles nam het percentage lees I/O af naar 57 procent, maar de gemiddelde lengte van de I/O queue bleef vrijwel gelijk. Dit scenario komt in de praktijk voor wanneer er backups worden gemaakt van een database die actief wordt gebruikt. Betere prestaties van de RAID-array zorgen hierbij voor minder merkbare vertraging voor de gebruikers van de database-server.
De LSI MegaRAID SATA 150-4 en de Promise FastTrak S150 SX4 hebben zich in de voorgaande tests niet als snelheidsmonsters ontpopt. In deze test presteren ze erg goed, althans wat betreft de RAID 1- en de RAID 10-benchmarks. De prestaties van de deelnemers wijken niet veel van elkaar af. Alleen de HighPoint RocketRAID 1820A neemt wat meer afstand.

De resultaten van de RAID 5-test pakken opnieuw positief uit voor de LSI MegaRAID SATA 150-4/6. Verder leveren de RAIDCore BC4852 en de net nog teleurstellend presterende RocketRAID 1820A een goede performance. De Areca ARC-1120 presteert middelmatig en de beide 3ware-adapters zijn als vanouds traag in RAID 5.

Serverprestaties (4)
Voor het simuleren van deze toepassing maakten we gebruik van Windows Media Services 9, de ingebouwde streaming media server van Windows Server 2003. De load werd op de clients gegenereerd met behulp van Microsoft Media Load Simulator. Door de server werden videofragmenten in Windows Media-formaat van verschillende groottes en bitrates geserveerd. Er werden twee scenario's gesimuleerd; de eerste met een beperkte dataset van 6GB en een geheugen van 2GB in de server, en de tweede met een grotere dataset van 19GB en 4GB RAM in de server. De streaming media server kon dus gebruikmaken van een behoorlijk grote diskcache. In beide gevallen werden enkele honderden clients gesimuleerd door de load simulator. Op deze pagina zullen we de resultaten van de variant met de grote dataset bespreken.
Tijdens het tracen van het large dataset-scenario werd gedurende een gedeelte van de scenario een videostream geupload met een snelheid van circa 800KB/s. Tijdens de trace werd een gemiddelde transfer rate van 20,5MB/s op de server bereikt. De verplaatste data bestond voor 98 procent uit ingelezen gegevens. Ondanks het grote aantal clients was de gemiddelde lengte van de queue slechts 3,5 I/O's. Toch was de belasting van de disk array met de videostreams erg hoog, gemiddeld 89 procent.
In de vergelijking van de RAID 1- en RAID 10-prestaties gaan de twee 3ware-adapters aan de leiding. 3ware heeft uitstekende mirroring-optimalisaties in zijn RAID-stack ingebouwd. In RAID 10 biedt ook de Areca ARC-1120 goede prestaties, maar in RAID 1 is de performance helaas wat minder. Gemiddelde prestaties zijn weggelegd voor de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 en de Promise FastTrak S150 SX4. Minder goed presteren de HighPoint RocketRAID 1820A en de RAIDCore BC4852. Vooral die laatste geeft een tegenvallende performance. Ook dat hebben we al vaker gezien in de RAID 1- en de RAID 10-benchmarks.

De RAID 5-grafiek laat een compleet andere plaatje zien. De Areca ARC-1120 gaat met grote voorsprong aan kop en tikt bijna het plafond van de grafiek aan. Een zeldzame inzinking in de RAID 5-formatie met acht schijven vormt geen bedreiging voor zijn heerschap. Op een verdienstelijke tweede plaats eindigt de 3ware Escalade 9500S-8, die in de streaming media benchmark een verassend goede performance scaling laat zien. In het middenveld zijn de prestatieverschillen tussen de LSI MegaRAID SATA 150-4/6, HighPoint RocketRAID 1820A, 3ware Escalade 8506-8 en de RAIDCore BC4852 niet al te groot. Dit complete groepje laat een matige schaling zien. Enige performance scaling is bij de Promise FastTrak S150 SX4 compleet afwezig.

Mailservers zijn evenals database-servers nog vooral het domein van SCSI RAID-oplossingen. In situaties die geen enorm hoge prestaties verlangen, is er echter geen reden om Serial ATA bij voorbaat af te wijzen. Om de workloads van grote mailservers te kunnen testen hebben we met behulp van Exchange 2003 en Microsoft Load Simulator een simulatie opgezet van een middelgrote en een zeer grote Exchange-installatie. In de eerste 'medium concurrency'-workload werden 500 gebruikers gesimuleerd, waarvan 150 met een zwaar profiel en 350 met een gemiddeld profiel. De totale dataset van 33GB was verspreid over het gehele bereik van het 73GB grote RAID 10-datavolume. Logfiles werden gescheiden bijgehouden op een RAID 1-array zoals dat bij voorkeur ook in de werkelijkheid gebeurt. De simulatie betreft uiteraard een playback van het datavolume. Het wegschrijven van logfiles is een grotendeels sequentiële bedrijvigheid die geen hoge eisen stelt aan de prestaties van de RAID-adapter of de harde schijven. De load simulatie genereerde een gemiddelde transfer rate van 4,3MB/s en een gemiddelde I/O-rate van 810 IOps op de data-array. Hierbij steeg de gemiddelde diskbelasting naar 99 procent, wat samen met de lage transfer rate aangeeft dat er veel willekeurige I/O's werden uitgevoerd. De verplaatste gegevens werden voor 57,6 procent naar de schijf weggeschreven en van alle I/O-bewerkingen bestond 49,4 procent uit schrijfoperaties. De I/O queue had een gemiddelde lengte van 16,1 uitstaande I/O's.
De LSI MegaRAID SATA 150-4/6 heeft eerder bewezen goed te presteren in situaties met veel random I/O. Dat is ook het geval in de RAID 1- en RAID 5-tests van deze mailserver-simulatie. De MegaRAID doet het minder goed in RAID 10. Deze discipline wordt beter beheerst door de beide adapters van 3ware. Minder positief zijn we over de Areca ARC-1120 en de RAIDCore BC4852, beide presteren slecht in RAID 1 en RAID 10.

In de RAID 5-test zijn er wederom goede prestaties voor de MegaRAID, al is de schaalbaarheid naar zes schijven slecht. De RAIDCore BC4852 doet het uitstekend en is in RAID 5-formaties vanaf circa vijf schijven sneller dan de MegaRAID. De verschillen met het middenveld, bestaande uit de HighPoint RocketRAID 1820A en de Areca ARC-1120, zijn behoorlijk groot. Slechte prestaties worden geleverd door de Promise FastTrak S140 SX4 en de kaarten van 3ware. De Escalade 9500S-8 kan nog wel aardig meekomen in de configuraties met drie en vier schijven.

In het high concurrency Exchange-scenario werd het aantal gebruikers van de mailserver verhoogd naar 1500, waarvan 700 gemiddelde gebruikers, 500 zware gebruikers en 300 gebruikers in zogenaamde cached mode. Het grotere aantal gebruikers zorgt voor een flinke verhoging van de belasting op de mailserver. De gemiddelde transfer rate in de trace steeg naar 6,45MB/s en de gemiddelde I/O-rate liep op tot 1047 IOps. 46,3 Procent van de dataverplaatsing bestond uit writes en 35,2 procent van de I/O-bewerkingen bestond uit schrijfoperaties. De verhoogde belasting zorgde tevens voor een enorme stijging van de gemiddelde queue-lengte, deze bedroeg nu 72,3 uitstaande I/O's. De modus lag echter lager, zo rond 48 uitstaande I/O's. Een zwaar scenario dus, dat enkel op zeer grote mailservers zal voorkomen.
Door de hoge verhouding van willekeurige I/O presteert de Areca ARC-1120 slecht in dit scenario. Eens zo oppermachtig, bezet hij nu een treurige laatste plaats in de ranglijsten van de RAID 1- en RAID 10-prestaties. De resultaten van de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 en de 3ware Escalade 9500S-8 zijn uitstekend. Hetzelfde geldt in mindere mate voor de oudere Escalade 8506-8. Het middenveld wordt gevormd door de adapters van Promise, RAIDCore en HighPoint.

In de RAID 5-test laat de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 opnieuw verbazingwekkend goede prestaties zien. Zelfs met zes schijven doet de MegaRAID nauwelijks onder voor de RAIDCore BC4852. Alle overige kaarten schalen veel minder dan de twee afgevaardigden van LSI Logic en RAIDCore. Droevig is het gesteld met de prestaties van de 3ware Escalade 8506-8 en ook de Areca ARC-1120 valt tegen. We zijn benieuwd naar de verbetering in de nieuwste firmware voor deze adapter.

RAID 6-en RAID 50-prestaties
RAID 50 is, zoals de naam doet vermoeden, een combinatie van twee RAID-levels, namelijk RAID 5 (block-level striping met verspreide pariteit) en RAID 0 (block-level striping). Een RAID 50-arrays is dus een stripe van twee of meer RAID 5-arrays. Sommige RAID-adapters bieden de mogelijkheid om meer dan twee RAID 5-arrays te stripen. Gemakshalve gaan we hier uit van twee. Het minimum aantal harde schijven voor een RAID 50 is twee keer het minimum van RAID 5, dus zes schijven. Hiervan gaat de capaciteit van twee harde schijven verloren aan pariteit. Het voordeel van RAID 50 is een hogere fouttolerantie: er mogen per onderliggende RAID 5-array twee harde schijven uitvallen, maar per individueel RAID 5-array mag er slechts één disk kaputt gehen. De werking van RAID 6 is gelijk aan die van RAID 5, echter wordt de pariteit nu dubbel opgeslagen. Dit resulteert in een verlies van capaciteit van twee harde schijven. De fouttolerantie is hoger dan bij RAID 50: er mogen altijd twee harde schijven stuk gaan, ongeacht hun positie in de RAID-formatie.
In theorie belooft RAID 50 een betere schrijfperformance dan RAID 5. Onze schrijf STR-benchmarks in IOMeter wijzen echter uit dat geen van de bovengenoemde adapters betere schrijfresultaten haalt in RAID 50. De random I/O performance waren bij de 3ware Escalade 9500S-8 en de LSI MegaRAID SATA 150-6 wel beter. RAID 6 biedt vanzelfsprekend geen prestatievoordeel ten opzichte van een RAID 5-opstelling. Door de dubbele pariteit is er bij een gelijk aantal harde schijven immers één stripe block minder. De RAID 50-configuraties zijn getest met zes schijven zodat de zespoortige MegaRAID in de vergelijking kon worden meegenomen. RAID 6 op de Areca ARC-1120 werd getest met acht harde schijven omdat bij dit aantal schijven de behoefte aan dubbele pariteit het grootst is.
| Sequential write transfer rate | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (MB/s) |
| 6 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| 6 | RAID 50 | RAIDCore BC4852 | |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1120 | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1120 | |
| 6 | RAID 5 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 6 | RAID 50 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 6 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| 6 | RAID 50 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| IOMeter fileserver simulation - Weighted average | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (IOps) |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 6 | RAID 50 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 6 | RAID 5 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 6 | RAID 50 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| 6 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| 6 | RAID 50 | RAIDCore BC4852 | |
| 6 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1120 | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1120 | |
RAID 6 en RAID 50 heeft bij alle adapters behalve de 3ware Escalade 9500S-8 een negatieve invloed op de workstationprestaties. Het verlies van prestaties in RAID 50 bij de RAIDCore BC4852 en de LSI MegaRAID SATA 150-6 is overigens niet groot. RAID 50 is daarom zeker het overwegen waard als een hogere fouttolerantie belangrijk is en het verlies van capaciteit niet als een probleem beschouwd hoeft te worden. RAID 6 is op de Areca ARC-1120 helaas wel aanzienlijk minder snel dan RAID 5.
| Workstation StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1120 | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1120 | |
| 6 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| 6 | RAID 50 | RAIDCore BC4852 | |
| 6 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| 6 | RAID 50 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 6 | RAID 50 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| 6 | RAID 5 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
RAID 50 levert een flinke prestatiewinst op voor de 3ware Escalade 9500S-8 in de serverbenchmarks. Het verschil met de RAID 5-opstelling van zes schijven is niet minder dan 26 procent. Bij de RAIDCore BC4852 zien we weer een kleine afname van de prestaties, maar de MegaRAID is in de serverbenchmarks dit keer een fractie sneller dan in RAID 5. De Areca ARC-1120 moet opnieuw behoorlijk aan prestaties inleveren in RAID 5.
| Server StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1160 128MB | |
| 8 | RAID 5 | Areca ARC-1120 | |
| 8 | RAID 6 | Areca ARC-1120 | |
| 6 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| 6 | RAID 50 | RAIDCore BC4852 | |
| 6 | RAID 50 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| 6 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-6 | |
| 6 | RAID 50 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 6 | RAID 5 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
Write-thru en degraded array performance
Areca battery backup unit
De prestaties met write-through caching werden getest in RAID 1-, RAID 10- en RAID 5-configuraties met vier schijven. We bespreken hier alleen de resultaten van de Server StorageMark 2004 Index omdat de risico's van write-back caching voor workstationgebruik als minder groot worden beschouwd. Zonder twijfel de best presterende adapter is de Areca ARC-1120. De ironie is dat juist deze adapter als één van de weinigen een BBU-optie heeft. De andere adapters geven behoorlijk toe en slagen er nooit in om het prestatieniveau van een enkele Raptor WD740GD (120 punten) met write-back cache te benaderen.
| Server StorageMark 2004 Index - Write through caching | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 2 | RAID 1 | Areca ARC-1120 | |
| 2 | RAID 1 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 2 | RAID 1 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 2 | RAID 1 | Promise FastTrak S150 SX4 256MB | |
| 2 | RAID 1 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 2 | RAID 1 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
| 2 | RAID 1 | RAIDCore BC4852 | |
| Server StorageMark 2004 Index - Write-through caching | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 | |
| 4 | RAID 10 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 10 | Promise FastTrak S150 SX4 256MB | |
| 4 | RAID 10 | RAIDCore BC4852 | |
| 4 | RAID 10 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
| Server StorageMark 2004 Index - Write-through caching | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 4 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 | |
| 4 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 5 | Promise FastTrak S150 SX4 256MB | |
| 4 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| 4 | RAID 5 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 5 | 3ware Escalade 8506-8 | |
Om een idee te geven van het verlies van prestaties zijn in de onderstaande tabel cijfers verzameld van het prestatieniveau in write-through modus ten opzichte van de performance in write-back modus. De Areca ARC-1120 verliest veruit de minste performance, terwijl de RAIDCore BC4852 het meest kwijtraakt. Dit geeft overigens ook aan dat RAIDCore een efficiënte vorm van write-back caching in zijn RAID-stack heeft geïmplementeerd. De BC4852 beschikt niet over eigen cachegeheugen, in plaats daarvan wordt systeemgeheugen gebruikt.
| Prestaties write-through vs write-back caching | |||
|---|---|---|---|
| Adapter | 2x RAID 1 | 4x RAID 10 | 4x RAID 5 |
| 3ware Escalade 8506-8 | 51,9% | 46,4% | 63,3% |
| 3ware Escalade 9500S-8 | 47,2% | 47,4% | 54,1% |
| Areca ARC-1120 | 81,4% | 77,0% | 50,0% |
| HighPoint RR1820A | 47,0% | 41,6% | 71,5% |
| LSI MegaRAID SATA 150-4/6 | 48,9% | 54,6% | 48,2% |
| Promise FastTrak S150 SX4 | 48,5% | 49,7% | 58,5% |
| RAIDCore BC4852 | 43,2% | 47,5% | 43,9% |
De prestaties van de adapters tijdens het rebuilden van een RAID 5-array zijn niet getest in verband met alle moeilijkheden die bestaan rond het afnemen van eerlijke metingen. De rebuildrate kan namelijk niet bij alle adapters op hetzelfde percentage ingestel worden. Wel hebben we onderzocht hoe de kaarten presteren in een degraded RAID 5-array van vier schijven. De arrays werden in kritieke toestand gebracht door de kabel van één van de aangesloten harde schijven te verwijderen. Er bestaan opvallende verschillen in het prestatieverliezen die in degraded modus optreden. In de server index ondervindt de Areca ARC-1120 geen enkel verlies van prestaties. Per individuele test zijn er echter wel degelijk verschillen tussen de optimale en degraded array, soms ten nadele en soms ten voordele van het degraded array. De 3ware Escalade 8506-8 moet het meest inleveren en presteert in een degraded array op bijna 75 procent van de prestaties in een gezond array.
| Server StorageMark 2004 Index - Degraded array | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 | |
| 4 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
| 4 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| 4 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 5 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 5 | Promise FastTrak S150 SX4 256MB | |
| 4 | RAID 5 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| Prestaties degraded array vs optimal array | |||
|---|---|---|---|
| Adapter | 4x RAID 5 | ||
| 3ware Escalade 8506-8 | 74,6% | ||
| 3ware Escalade 9500S-8 | 82,2% | ||
| Areca ARC-1120 | 100,2% | ||
| HighPoint RR1820A | 93,9% | ||
| LSI MegaRAID SATA 150-4/6 | 77,1% | ||
| Promise FastTrak S150 SX4 | 78,4% | ||
| RAIDCore BC4852 | 82,7% | ||
SATA vs SCSI RAID
Over de betrouwbaarheid van Serial ATA durven we geen harde uitspraken te doen. Wel kunnen we op basis van de features van de adapters in deze test constateren dat SATA RAID niet onder hoeft te doen voor lang beproefde alternatieven met een SCSI-interface. De high-end adapters ondersteunen alle belangrijke availability features die ook op SCSI RAID-adapters zijn te vinden. De SATA RAID-adapters van Areca en LSI Logic zijn zelfs rechtstreeks afgeleid van een architectuur die eerder is toegepast voor SCSI RAID- systemen.
Rest de vraag of Serial ATA acceptabele prestaties kan bieden in workstation- en serveromgevingen. Dankzij het grote aantal RAID-adapters dat Tweakers.net inmiddels heeft getest, kunnen we daar wél het een en ander over zeggen. Naast performance zijn prijs en rack density belangrijke afwegingspunten. Gaat de voorkeur uit naar de beste performance per euro, de hoogste capaciteit per euro, of wegen performance en capaciteit per hoogte-eenheid zwaar mee? Deze voorkeuren maken verschillende intepretaties mogelijk van de resultaten verderop deze pagina. Een SATA RAID-opstelling met zes 10.000rpm harde schijven kan bijvoorbeeld goedkoper zijn en beter presteren dan een SCSI RAID-opstelling met vier 10K's, terwijl een SCSI-configuratie met 15K harde schijven hogere prestaties per hoogte-eenheid zal realiseren. Over de vraag welke configuratie de laagste prijs per gigabyte levert, hoeft in ieder geval niet gediscussieerd te worden. Dat voordeel ligt altijd bij Serial ATA.

Adaptec 2230SLP
Voor de vergelijking van SATA en SCSI RAID-prestaties hebben we gebruik gemaakt van snelle 18GB Maxtor Atlas 15K-harde schijven en de nieuwste dual channel SCSI RAID-adapters van Adaptec en LSI Logic. Dit zijn de Adaptec 2230SLP en de LSI MegaRAID SCSI 320-2X. De 2230SLP is een nieuw RAID-on-Chip design van Adaptec, waarbij de SCSI-controller en de I/O processor op één chip zijn geïntegreerd. De kaart is sinds kort verkrijgbaar. LSI Logic bracht met de MegaRAID SCSI 320-2X in het voorjaar van 2004 de eerste SCSI RAID-adapter op de markt die was voorzien van Intels nieuwe generatie XScale I/O processors. Het betreft hier de 400MHz IOP321, een voorloper van de 500MHz IOP331 die op de Areca ARC-1120 wordt toegepast. Eerdere adapters waren gebaseerd op tragere i960 en IOP302 of IOP303 processors. In deze vergeljking hebben we ook zo'n oudere adapter opgenomen. De LSI MegaRAID Elite 1600 is uitgerust met een 100MHz i960RN-processor en beschikt over twee Ultra160 SCSI-kanalen. De MegaRAID SCSI 320-2X werd getest met 128MB en 512MB cache, de MegaRAID Elite 1600 alleen met 128MB cache.

LSI MegaRAID SCSI 320-2X
Het testsysteem voor de SCSI-kaarten was niet in alle gevallen gelijk aan het testsysteem van de SATA RAID-adapters. Voor de Adaptec 2230SLP en de MegaRAID kaarten met 128MB werd een Intel E7525-systeem gebruikt. De resultaten van de MegaRAID SCSI 320-2X met 512MB cache zijn al wat ouder en werden wel op het Opteron-systeem gedraaid. Het een en ander houdt verband met een test van een nieuwe PCI Express SCSI RAID-adapter waar later een artikel over zal verschijnen op Tweakers.net. Ons Opteron-systeem beschikt niet over PCI Express, vandaar dat er toevlucht gezocht moest worden in een ander testsysteem. Het verschil in I/O performance tussen het Intel en het AMD-systeem is minimaal, vaak minder dan een procent.

LSI MegaRAID SCSI 320-2E
Aan de Adaptec 2230SLP hangt in de kitversie met kabels en 128MB cache en prijskaartje van ongeveer 680 euro. De LSI MegaRAID SCSI 320-2X kost in de standaardversie met 128MB cache 760 euro. Dit prijsniveau is niet ver verwijderd van de prijzen van de 8-poorts intelligente SATA RAID-adapters van 3ware en Areca. Het prijsverschil tussen de 18GB versie van de Maxtor Atlas 15K en de Raptor WD740GD bedraagt 12 euro in het voordeel van de Atlas 15K. De capaciteit is vier keer zo laag, het toerental de helft hoger. Om de grafieken overzichtelijk te houden zijn de resultaten van de oudere 3ware Escalade 8506-8 en de 4-poorts Promise FastTrak S150 SX4 geschrapt.
In de resultaten van de workstationindex zien we een beeld dat bij de andere tests vaker zal terugkomen. De grafiek wordt aan de onder- en bovenkant geflankeerd door kaarten met een SCSI-interface. Het is dus zeker niet SCSI of SATA dat het verschil in prestaties maakt. Vele factoren spelen een rol. De performance van de RAID-adapter en de snelheid van de harde schijven spelen zonder twijfel een belangrijkere rol dan de schijfinterface. Vanaf vier schijven worden de beste prestaties neergezet door de MegaRAID SCSI 320-2X met 512MB cache. De Areca ARC-1120 zit hem echter op de hielen. De MegaRAID SCSI 320-2X met 128MB cache en de Adaptec 2230SLP vullen het gat tot de eerstvolgende snelste SATA RAID-adapters, de RAIDCore BC452 en de HighPoint RocketRAID 1820A.

De prestaties in de serverindex vallen duidelijk in het voordeel van de SCSI-RAID-adapters uit. De MegaRAID SCSI 320-2X met 512MB cache zegeviert met een grote voorsprong over zijn concurrenten. In de tweede positie ligt zijn broertje met 128MB cache, daaronder volgen de Areca ARC-1120, RAIDCore BC4852, Adaptec 2230SLP, LSI MegaRAID SATA 150-4/6 en LSI MegaRAID Elite 1600. De positie van SATA RAID ten opzichte van SCSI RAID is niet slecht in scenario's die veel opslagcapaciteit vragen in combinatie met een acceptabele prijs. Een Areca ARC-1120 met zes Raptor WD740GD's in RAID 5 is net zo duur als een MegaRAID SCSI 320-2X 128MB met vier 36GB 15.000rpm harde schijven (prijs circa 190 euro) in RAID 5. Het voordeel van de SATA-configuratie is de drieëneenhalf keer zo hoge opslagcapaciteit.

We zullen kort de resultaten in een aantal subtests uit de serversuite bespreken. Oog voor details is belangrijk omdat de verschillen per servertoepassing zeer groot kunnen zijn. De eerste test is het high concurrency disk-to-disk backupscenario waarin de MegaRAID SCSI 320-2X 512MB dankzij zijn enorme cache een massieve overwinning binnensleept. Deze configuratie zal niet snel de bottleneck vormen in een backupsysteem. Op enige afstand volgen de MegaRAID SCSI 320-2X 128MB, de Adaptec 2230SLP en de oude MegaRAID Elite 1600. Pas daarna komen de SATA RAID-adapters aan bod. Geen al te best resultaat dus voor de SATA RAID-configuraties.

Heel wat gunstiger voor het SATA-kamp is de situatie in de fileserver-simulatie. De Areca ARC-1120 gaat gelijk op met de Adaptec 2230SLP, die nu eens beter presteert dan de Ultra320-adapters van LSI Logic. Goede zaken worden ook gedaan door de RAIDCore BC4852. Op de laatste plaats eindigt de LSI MegaRAID Elite 1600. De ook al niet erg getalenteerde 3ware Escalade 9500S-8 piekert er niet over om de oude heer een betere plaats aan te bieden.

De willekeurige I/O's in de database-simulatie zijn ideaal voor de 15K SCSI-schijven met hun lage toegangstijd en support voor command queuing. De twee MegaRAID SCSI 320-2X-kaarten zien dan ook als eerste de zwart-wit geblokte vlag. Op enige afstand nestelen de LSI MegaRAID Elite 1600 en de Adaptec 2230SLP zich tussen de SATA RAID-adapters.

De punten in de streaming media-simulatie gaan naar de Areca ARC-1120, met de Adaptec 2230SLP op een goede tweede plaats. De SCSI RAID-adapters van LSI Logic presteren erg matig in deze test. Pas in de configuratie met zes schijven komen ze op het niveau van de Serial ATA-configuraties. Ook in deze test is er dus geen uitgesproken verschil tussen SATA en SCSI RAID.

Tenslotte een grafiek van de prestaties in de Exchange 2003-simulatie. Die blijkt een gemakkelijke prooi te zijn voor de SCSI RAID-adapters van LSI Logic. Het verschil met de SATA RAID-adapters is gigantisch. Toch is het SCSI-team niet onoverwinnelijk in de Exchange 2003-simulatie. Smet op het blazoen van de SCSI RAID-adapters zijn de matige prestaties van de Adaptec 2230SLP, die niet sneller is dan de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 en de RAIDCore BC4852. De RAID-adapters van LSI Logic zijn bij uitstek geschikt voor database-servers en andere toepassingen die gebruikmaken van databases, zoals Exchange 2003-mailservers.

Het moraal van het bovenstaande verhaal moge duidelijk zijn: er kan geen eenduidig antwoord gegeven worden over de vraag welke interface het beste presteert in servertoepassingen. De SATA-configuraties kunnen uitstekend presteren in fileserver en streaming media servers. SCSI-configuraties kunnen (afhankelijk van het type adapter en harde schijven) oppermachtig zijn in databasetoepassingen. Met de komst van Serial ATA II zijn vrijwel alle gebreken van de ATA-interface ten aanzien van prestaties en betrouwbaarheid opgelost. Een nieuwe generatie harde schijven met native command queuing zal nog betere prestaties kunnen bieden dan de Raptor WD740GD in onze tests. Tegelijkertijd zal de komst van Serial Attached SCSI en SAS-harde schijven met een toerental van 22.000rpm ervoor zorgen dat ook de prestaties van de producten met een SCSI-interface zullen blijven stijgen. SCSI zal dankzij zijn hogere positie in de markt kunnen profiteren van de beste technologieën. Dat maakt niet alleen snellere harde schijf maar ook snellere RAID-adapters (door grotere caches en hoger geklokte I/O processors) mogelijk. In de low-end servermarkt - systemen met één of twee processors en direct attached storage - zal Serial ATA echter een zeer interessant alternatief worden.
Last minute driver en firmware updates
| Desktop StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 8 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A 1.13 | |
| 8 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A 1.12 | |
| Workstation StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 8 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A 1.13 | |
| 8 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A 1.12 | |
| Server StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 8 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A 1.13 | |
| 8 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A 1.12 | |
Een procent of vier, vijf snelheidsverbetering is mooi meegenomen maar niet direct iets waar wij opgewonden van raken. Anders is dat wanneer een driver- of firmware-update zeer significante snelheidsverbetering bewerkstelligt. Eerder in deze review hebben we al gesproken over de tegenvallende random I/O performance van de Areca ARC-1120 en de verbetering die Areca op dit gebied in petto heeft. De slechte random I/O-prestaties van de Areca-kaarten kwam voor het aan het licht in een recente review van de Tom's Hardware Guide, waar de ARC-1120 (naar onze mening overigens onterecht) een matige beoordeling kreeg en werd afgerekend op slechte prestaties in de IOMeter fileserver simulatie.
Vlak voor de publicatie van dit artikel ontvingen we van Areca een beta van hun nieuwste firmware voor de ARC-1120 met de vraag of wij verbeteringen van de random I/O prestaties konden bevestigen. De resultaten van onze tests met vier schijven in RAID 5 en RAID 10 wijzen uit dat de performance in workloads met veel willekeurige I/O en lange I/O queues inderdaad zijn opgelost. Waar de prestaties met de oude firmware al bij een queue-lengte van acht of meer uitstaande I/O's aan het plafond zat, schaalt de nieuwe firmware helemaal door tot aan de grootste queue-lengte van de test. De verbeteringen zijn het grootst in RAID 5 (groene lijnen), maar ook de winst in RAID 10 (rode lijnen) mag er zijn.

Bekijken we het complete plaatje met de prestaties van alle andere adapters, dan blijkt de positie van de Areca ARC-1120 dankzij de nieuwe firmware enorm te zijn verbeterd. Met de oude firmware was hij de traagste kaart in de IOMeter fileserver simulatie, nu moet de ARC-1120 alleen nog de 3ware Escalade 9500S-8 voor zich dulden.

De aanzienlijke verbeteringen van de I/O performance zijn niet beperkt tot synthetische benchmarks zoals de IOMeter fileserver simulatie, ook in onze workloadsimulaties laten de prestaties vaak een behoorlijke progressie zien. Helaas wordt de jubelstemming enigzins bedorven door licht afgenomen RAID 10-prestaties in de Desktop en Workstation StorageMark 2004 Index. De RAID 5-prestaties noteren daarentegen een forse stijging van 17,8 en 15,6 procent in de desktop en workstation index, en dat terwijl deze workloads vrij beperkte I/O queues kennen. In de onderstaande tabellen zijn naast de resultaten van de Areca ARC-1120 in RAID 5 en RAID 10 met de nieuwe en oude firmware ook de resultaten van het best presterende alternatief weergegeven. De RAID 5-performance van de ARC-1120 was in deze benchmarks al onovertroffen, nu is hij helemaal een klasse apart.
| Desktop StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
| Workstation StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 5 | HighPoint RocketRAID 1820A | |
In de Server StorageMark 2004 Index zet de nieuwe firmware zowel in RAID 5 als RAID 10 snellere responsetijden op de klok. In RAID 10 is de winst 3,0 procent, in RAID 5 is de nieuwe firmware gemiddeld 15,0 procent sneller. De voorsprong ten opzichte van de andere adapters is in RAID 5 wederom enorm.
| Server StorageMark 2004 Index | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (StorageMarks) |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
De prestatieverbeteringen in de individuele tests uit de server suite lopen uiteen van een klein verliezen tot aanzienlijke verbetering van meer dan 30 procent. De prestaties in RAID 10 zijn lang niet altijd beter. In acht van de vijftien tests is de nieuwe firmware sneller, in twee tests presteert hij exact gelijk. In RAID 5 is de nieuwe firmware elf keer sneller en één keer gelijk. Gelukkig wordt de winst vooral gemaakt in de scenario's waar de Areca ARC-1120 eerst matig tot slecht presteerde. In het high concurrency disk-to-disk backupscenario verliest de ARC-1120 iets van zijn overigens zeer stevige positie in RAID 10, en pakt hij dankzij de nieuwe firmware de leiding in RAID 5.
| Disk-to-Disk Backupserver - High concurrency | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (IOps) |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
Een zeer forse verbetering van de RAID 5-prestaties wordt geboekt in de fileserver medium filesize benchmark. Ten opzichte van de numero twee, de BC4852 van RAIDCore, is de Areca ARC-1120 maar liefst 41 procent sneller. De RAID 10-performance is vrijwel gelijk gebleven met de nieuwe firmware.
| Fileserver - Medium filesize | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (IOps) |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 8506-8 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 5 | RAIDCore BC4852 | |
Een kleine verbetering is er ook voor de RAID 10-prestaties in het MySQL data drive-scenario. Het verschil ten opzichte van de koploper in de RAID 10-vergelijking blijft echter onveranderd groot. De RAID 5-performance gaat er namelijk weer behoorlijk op vooruit en staat nu bijna op kampioensniveau. De prestaties in RAID 5 zijn zelfs beter dan die in RAID 10. Vergelijken we de RAID 5-prestaties met de snelste RAID 10-adapter dan doet de Areca ARC-1120 het niet eens zo slecht.
| MySQL - Data drive | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (IOps) |
| 4 | RAID 10 | 3ware Escalade 9500S-8 | |
| 4 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 v1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
Tenslotte een belichting van de nieuwe situatie in het high concurrency Exchange 2003-scenario. De RAID 10-prestaties namen behoorlijk toe deze benchmark, maar liggen nog steeds ver achter op de LSI MegaRAID SATA 150-4/6. In RAID 5 is de Areca ARC-1120 dankzij de nieuwe firmware op gelijk niveau gekomen met de LSI MegaRAID SATA 150-4/6, en dat zijn prestaties van het hoogste niveau. Ook in dit scenario presteert RAID 5 beter dan RAID 10.
| Exchange 2003 - High concurrency | |||
|---|---|---|---|
| # | RAID | Controller | Score (IOps) |
| 4 | RAID 10 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 5 | LSI MegaRAID SATA 150-4 | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.35ß | |
| 4 | RAID 10 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
| 4 | RAID 5 | Areca ARC-1120 FW1.33 | |
De beta firmware voor de Areca ARC-1120 kan niet voorkomen dat de prestaties in RAID 10 in sommige tests nog steeds achter blijven bij de concurrentie. Wat betreft het gebruik in RAID 5, sowieso het belangrijkste RAID-level, hebben de Areca-adapters feitelijk geen zwakke punten meer. De nieuwe firmware heeft vrijwel alle achterstanden weggewerkt. In de scenario's waar eerst matige tot slechte prestaties werden geleverd, behoort de ARC-1120 nu tot de snelste adapters. We zullen de 16-poorts Areca ARC-1160 binnenkort met de nieuwe firmware gaan testen. Daarbij zullen alle RAID-levels opnieuw gebenched worden en zullen er tevens tests met 512MB en 1GB cache gedaan worden.
Gebruikerservaringen
Onze ervaringen met ons Opteron-testsysteem en de adapters uit deze review waren over het algemeen positief. De grootste problemen hadden we met de HighPoint RocketRAID 1820A, die twee keer vanuit Taiwan overgevolgen moest worden omdat het eerste exemplaar geen harde schijven herkende, en de Raptors die op de 3ware Escalade 9500S-8 aangesloten waren geweest, want die werden door deze kaart op slot gezet (zie pagina zeven). De RAIDCore BC4852 verloor tijdens de RAID 10-test een harde schijf, wat tot gevolg had dat onze testapplicatie in een oneindige loop raakte en het systeem opnieuw opgestart moest worden. Daarna bleek het array degraded te zijn. Niet erg netjes dus: de werking van het systeem had niet onderbroken mogen worden. Na het uit- en aanzetten van het systeem was de schijf weer terug. Een warme reboot hielp niet. De RAIDCore BC4852 viel wel op door zijn vlotte reactie op het uitpluggen van harde schijven. Er werd direct gestart met het rebuilden naar een hotspare. Een vlotte response was er ook bij de RocketRAID 1820A, ook die begon meteen na het afsluiten van een schijf met het rebuilden naar de hotspare. Wel jammer is dat een array in het niets verdwijnt als je 'm in de management tool hebt aangemaakt en het builden nog bezig is terwijl je Windows opnieuw opstart. De 3ware Escalade 9500S-8 was erg traag met het herkennen van afgesloten drives. Er moet eerst I/O plaatsvinden voordat een afwezige schijf wordt gedetecteerd.
De Areca ARC-1120 verhuisde vanwege zijn goede prestaties na het voltooiien van de tests linea recta in het workstation van ondergeschrevene, waar hij als vervanger voor een LSI MegaRAID SCSI 320-2X met 512MB cache ging fungeren. De ARC-1120 heeft in de drie maanden die er sindsdien zijn verlopen een smetteloze indruk achter gelaten. De prestaties met vier WD740GD's in RAID 10 zijn uitstekend, minstens zo goed als zes Atlas 15K's in RAID 5 op de MegaRAID SCSI 320-2X. De betrouwbaarheid was echter hoger omdat de SCSI-schijven nog wel eens de neiging hadden om uit te vallen. Mogelijk had dit te maken met overhitting van de passief gekoelde processor op de 320-2X. In systemen die niet zijn gebouwd op minimale geluidsproductie is dat geen probleem. Ook de Areca ARC-1120 reageert erg vlot op het in- en uitpluggen van harde schijven.
De LSI MegaRAID SATA 150-4/6 en de Promise FastTrak S150 SX4 (met de nieuwste drivers en firmware) werkten probleemloos in ons testsysteem.
Op de forums van Tweakers.net, Storage Review, 2CPU.com en AnandTech zijn veel ervaringen van gebruikers te vinden. Gebruikers van de 3ware Escalade 8506-8 en Escalade 9500S-8 zijn over het algemeen tevreden over dit product, hoewel sommige gebruikers klagen over tegenvallende prestaties in STR-benchmarks. We weten al dat de Escalade 9500S-8 wat moeite heeft met ATTO Disk Benchmark. Dit is echter niet zo relevant voor de werkelijke prestaties. De beide kaarten presteren matig tot slecht in onze RAID 5-benchmarks. Toch is het prestatieniveau vaak beter dan een enkele SATA-harde schijf. Dit kan een verklaring zijn waarom veel mensen toch tevreden zijn over de performance. De Linux-ondersteuning van 3ware wordt alom geroemd en is een reden waarom deze adapters vaak in servers worden gebruikt. Bepaalde productieseries van de Escalade 8506 hebben problemen gehad met de signalering van de PCI-bus in moederborden met 64-bit 66MHz slots. Dit probleem is opgelost in nieuwe revisies van de kaart. Op het forum van Storage Review lezen we een ervaring die last had van crashes met de Escalade 9500S op een Tyan Thunder K8S dual Opteron-moederbord (overigens hetzelfde mobo als in ons testsysteem, waar de Escalade 9500S-8 probleemloos werkte). Het probleem verdween na vervanging van de RAID-adapter door een RAIDCore BC4852.
Ervaringen met de Areca ARC-1120 en zijn vier-, twaalf- of zestienpoortige familieleden zijn nog schaars. Voor de komst van deze PCI RAID-adapters waren de producten van Areca nauwelijks in Europa te vinden. Onze preview in september van 2004 was voor WebConneXXion, een leverancier van RAID-adapters, reden om de Areca-adapters naar Europa te halen. Inmiddels zijn enkele gebruikers van het forum in het bezit van een Areca-controller en dat lijkt hen allen goed te bevallen. Eén gebruiker spreekt van een ervaring waarbij een disk uitviel tijdens online capacity expansion. Dit werd opgelost door een hotspare toe te voegen nadat de uitbreiding van het array was voltooid. Op de buitenlandse forums is de interesse voor de Areca-adapters groot. Het kleine aantal gebruikers dat er inmiddels een in bezit heeft, is positief.
HighPoint heeft zwaar onder vuur gelegen in verband met problemen met de RocketRAID 1820, die uiteenliepen van tegenvallende resultaten in STR-benchmarks tot hakkelende muiscursors. De gebruikers van de RocketRAID 1820A zijn minder prominent aanwezig op de forums, wellicht ten teken dat er met de A-variant minder problemen zijn. De gebruikers die wel hun ervaringen delen, zijn positief over de prestaties van het apparaat. Serieuze problemen zoals een systeem dat niet of slecht op user input reageert worden niet gemeld door gebruikers van de A-versie. De RocketRAID 1820A is vooral populair onder prijsbewuste gebruikers. Zij vinden het ontbreken van online capacity expansion één van de grootste nadelen deze kaart. Veel gebruikers willen kennelijk met een klein aantal harde schijven beginnen en dit aantal in de toekomst uitbreiden. Online capacity expansion is daarbij erg handig, hoewel het altijd verstandig is om vooraf backups te maken van de data op een array dat via online capacity expansion vergroot zal worden.
De LSI MegaRAID SATA 150-4 en 150-6 zijn al enige tijd op de markt. Zoals je in onze low-level benchmarks hebt kunnen zien, zijn de sequentiële transfer rates van deze adapters niet om over naar huis te schrijven. Sommige gebruikers klagen dan ook over de slechte prestaties in STR-benchmarks. Op het forum wordt melding gemaakt van een compatibiliteitsprobleem met een Intel dual Xeon Grand Prairie-moederbord, wat opmerkelijk is omdat LSI MegaRAID SATA 150-6 door Intel als de SRCU16 op de markt wordt gebracht en je zou verwachten dat de compabiliteit met Intel-moederborden wel snor zit. Deze gebruiker lostte zijn probleem op door vervanging van de MegaRAID door een 3ware Escalade 9500S-8. Zijn ervaring met de support van LSI Logic was wel positief, de reactietijd is snel en de behandeling van de klant persoonlijker dan bij 3ware. Er zijn meerdere gevallen bekend van gebruikers die een slecht functionerende MegaRAID SATA 150-4 of 150-6 bij de fabrikant moesten vervangen. Op het forum klaagt iemand over Maxtor DiamondMax 10-schijven die niet op de MegaRAID SATA 150-4 willen werken. Door al deze problemen laat de MegaRAID SATA 150-4/6 op ons een wat mindere indruk achter dan we gewend zijn van producten van LSI Logic. Tevreden gebruikers van de MegaRAID-kaarten zijn er overigens ook.
Over de problemen met de Promise FastTrak S150 SX4, de frustraties die deze narigheid bij gebruikers teweeg bracht en de psychologische therapieën die toegepast kunnen worden om gefrustreerde gebruikers weer bij rede te brengen, kunnen complete boekwerken geschreven worden. De kaart vertoonde met de eerste versies van de drivers en de firmware een onbevattelijke traagheid wanneer Windows vanaf een array op de FastTrak S150 SX4 werd geboot. Met traagheid bedoelen we in dit geval een volledig lamlegging van het systemen door tergend trage reactietijden. Vaak wisselde dit tussen snelheid op het ene moment en tergende traagheid op het andere moment. Verder werden er bootproblemen gemeld als de SX4 wordt gebruikt in combinatie met een onboard Promise-controller, worden sommige harde schijven tijdens het booten niet herkend en zijn er zelfs gevallen bekend van toetsenborden die door de FastTrak S150 SX4 onklaar werden gemaakt. Met de nieuwe drivers en firmware, die overigens jammerlijk laat werden uitgebracht, lijken de meeste problemen te zijn opgelost, zodat de FastTrak S150 SX4 weer een praktisch doel kan dienen. In de tussentijd heeft de kaart wel veel van zijn charme verloren. Vergeleken met de SATA RAID-adapters van vorig jaar waren de prestaties nog vrij goed te noemen. Inmiddels is de SX4 niet meer dan een matig tot slecht presterende speler. Mede door een slechte ervaring met harde schijven de spontaan uit een array vielen, hebben wij nog steeds onze twijfels bij de betrouwbaarheid van de Promise FastTrak S150 SX4.
De RAIDCore BC4852 is de opvolger van de gedragsgestoorde RC4852, die vanwege problemen met afvallige harde schijven van de markt werd gehaald. De ervaringen met de BC4852 zijn bijna unaniem positief. Er is één melding van iemand die zijn Hitachi Deskstar 7K400 drives niet betrouwbaar aan de praat krijgt op de BC4852.
Conclusie
Nog meer dan de deelnemers uit onze vorige SATA RAID-vergelijking maken de adapters in deze test duidelijk dat Serial ATA gereed is voor toepassing in professionele serversystemen. De topklasse adapters in deze vergelijking bieden alles wat je van een enterprise RAID-adapter mag verwachten: zeer hoge prestaties - in veel gevallen op SCSI-niveau - alle essentiële availability features en professionele management software. De intelligente RAID-implementaties zijn veelal directe afgeleiden van implementaties die al veel langer in de SCSI-wereld worden gebruikt. Zij doen dan ook niets onder voor SCSI RAID-oplossing, zeker niet nu native command queuing en enclosure management onderdeel zijn geworden van de Serial ATA-standaard. De Western Digital Raptor WD740GD-harde schijven die wij voor onze tests gebruikten, lieten zich nooit uit het veld slaan. Ondanks de honderden miljoenen I/O's die deze schijven tijdens onze langdurige tests kregen te verwerken, bleef de betrouwbaarheid optimaal. Geen uitvallers, en dankzij de gebruiksvriendelijke en probleemvrije point-to-point topologie van de Serial ATA-architectuur ook geen connectiviteitsproblemen. In eerdere SCSI RAID-tests is dat wel eens anders geweest, daar hebben we meerdere schijven zien sneuvelen en zorgde de bus-topologie en foutgevoelige bekabeling van de SCSI-standaard regelmatig voor frustraties.
In de groep van acht SATA RAID-adapters die in dit artikel wordt besproken, is er één die met kop en schouders boven de rest uitsteekt. De Areca ARC-1120 is dankzij zijn 500MHz Intel IOP331-processor, 128MB DDR333-geheugen en Marvell SATA II-controller zonder twijfel de krachtigste RAID-implementatie in deze test. Dit vertaalt zich in prestaties van het hoogste niveau. In de desktop en workstation workloads is de Areca ARC-1120 onoverwinnelijk. Dit geldt ook voor de gemiddelde serverprestaties, hoewel de Areca ARC-1120 in sommige disciplines nog wat te kort komt om een alleenheerschappij over de RAID 10-formaties te kunnen opeisen. De RAID 5-performance is met de nieuwe firmware over het hele spectrum zeer goed te noemen. Of je de kaart nu inzet als backupserver, fileserver, database server, streaming media server of mailserver, de RAID 5-prestaties zijn altijd van hoog niveau en vaak zelfs ver boven de competitie verheven. De Areca ARC-1120 valt verder op door zijn brede driverondersteuning, zijn simpele maar doeltreffende webbased management interface en zijn uitstekende RAS-features (reliability, availability en serviceability), waaronder ondersteuning voor online capacity expansion, online RAID level migration, een optionele battery backup unit en een redundante flashchip. Als enige hebben de Areca-kaarten ondersteuning voor RAID 6, een RAID-level dat nóg veiliger is dan RAID 50 en uitval van maximaal twee willekeurige schijven in het array toestaat. De Areca ARC-1120 is behoorlijk aan de prijs, maar die prijs is zeker niet onredelijk voor het gebodene. De veel slechter presterende en minder rijk uitgeruste 3ware Escalade 9500S-8 is slechts enkele tientallen euro's goedkoper, een prijsverschil dat op dit niveau niet relevant is. Dual channel SCSI RAID-adapters zijn veelal duurder dan de Areca ARC-1120.

Niet onbelangrijk is bovendien dat Areca zijn SATA RAID-kaarten in een zeer uitgebreid assortiment aanbiedt. De poortconfiguraties lopen van 4 naar 8, 12 en 16 poorten, allemaal verkrijbaar in zowel PCI-X- als PCI Express-varianten. In het eerste kwartaal van dit jaar belooft Areca zelfs versies met 24 poorten op de markt te zullen brengen. Vanaf 12 poorten beschikken de kaarten over uitbreidbaar cachegeheugen en een ethernet interface, waarmee de webbased management tool zonder tussenkomst server-side software direct via het netwerk toegankelijk is. Deze unieke feature vinden we op geen enkele andere SATA RAID-adapter en is ook een zeldzaamheid in de SCSI-wereld. Uitbreidbare cache is alleen bij enkele modellen uit de Escalade 9500-serie van 3ware terug te vinden. Helaas zijn de cacheprestaties van deze adapters aanzienlijk minder dan de cacheprestaties van de Areca-kaarten. De 12- en 16-poorts adapters zijn leverbaar met normale SATA-connectors of met gebundelde multi-lane aansluitingen.

Areca ARC-1160 16-poorts PCI-X SATA RAID-adapter
Het mag een prestatie van formaat genoemd worden dat het onbekende Areca binnen een zo kort tijdbestek zo'n breed gamma van SATA RAID-adapters op de markt heeft kunnen brengen. Alleen Adaptec biedt een alternatief met zestien poorten. De geplande variant met 24 poorten zal geen concurrentie kennen. In de eerste helft van dit jaar zal Areca zijn aanbod van PCI RAID-adapters uitbreiden naar veel belovende producten met de nieuwe Serial Attached SCSI-interface. Een geweldige prestatie als je je realiseert dat een gigant als LSI Logic de marktintroductie van zijn MegaRAID SATA 300-8X, die een vergelijkbare implementatie heeft als de ARC-1120, nu al met meer dan driekwart jaar heeft moeten vertragen. En dat terwijl LSI Logic ruime ervaring heeft met PCI RAID-adapters en slechts één model met acht poorten in ontwikkeling heeft. Areca is een bedrijf met een grote potentie, een naam die we in de toekomst ongetwijfeld nog vaker zullen tegenkomen.
Om alle bovengenoemde redenen verdienen de Areca ARC-1120 en zijn lotgenoten uit de ARC-11xx en ARC-12xx series een sterke aanbeveling. Daarom het predikaat 'highly recommended'.
De prestaties van de RAIDCore BC4852 halen niet het niveau van de Areca ARC-1120. Toch laat deze hostbased RAID-adapter een zeer goede schaalbaarheid zien. De achilleshiel van de RAIDCore BC4852 is zijn performance in RAID 1 en RAID 10, en zijn hoge processorbelasting bij sequentiële schrijfbewerkingen. In de praktijk hoeft dat laatste geen belemmering te zijn. Er zijn maar weinig toepassingen die schrijf transfer rates van honderden MB/s genereren. Op een snel dual processor systeem hoe je ook dan nog voldoende processorcapaciteit in reserve. RAIDCore is erin geslaagd om een degelijke RAID-stack te ontwikkelen die dankzij self tuning een zeer gebruiksvriendelijke configuratie heeft. De goede prestaties in onze benchmarks wijzen uit dat die deze kaarten zich uitstekend kunnen behelpen in het configureren van allerlei ondoorzichtige instellingen zoals stripe size en cache parameters. De prijs van de BC4852 is aantrekkelijk in vergelijking met 8-poorts intelligente RAID-implementaties zoals de Areca ARC-1120. De RAIDCore BC4852 en zijn vier poorts broertje verdienen daarom het predikaat 'recommended'.

De RocketRAID 1820A van HighPoint valt op door zijn uitzonderlijk lage prijs. Met een prijs per poort van net boven de 30 euro is de RocketRAID 1820A bijna 70 procent voordeliger dan de RAIDCore BC4852 en zelfs ruim tweeënhalf keer goedkoper dan de Areca ARC-1120. De kaart levert weliswaar geen topprestaties - vaak zweeft hij in het middenveld - maar de snelheid is voldoende voor de minder veeleisende toepassingen in en om het huis. Ook ontbreken er belangrijke features zoals online capacity expansion. Vanwege de wat minder degelijke indruk die de HighPoint manageft software achter liet, en de eerder genoemde nadelen met betrekking tot prijs en featureset, adviseren wij vooralsnog tegen het gebruik van de RocketRAID 1820A in professionele servers. Wel is deze kaart uitermate geschikt voor de hobbymatige gebruiker. Vanwege de uitstekende price/performance-verhouding krijgt de RocketRAID 1820A het oordeel 'recommended'.

De overige kaarten in deze test vinden wij om diverse redenen niet aanbevelingswaardig. De prestaties van de 3ware Escalade 8506-8 lopen ver achter op de concurrentie. Bovendien mist hij belangrijke features zoals online capacity expansion, online RAID level migration en RAID 50-ondersteuning, en is de prijs veel te hoog voor het gebodene. De 3ware Escalade 9500S-8 scoort heel behoorlijk in de desktop en workstation RAID 10-benchmarks. De serverprestaties blijven echter achter bij de concurrentie, uitgezonderd enkele toepassingen met veel random I/O zoals database-servers en mailservers. In RAID 5 kunnen zowel de Escalade 8506-8 als de nieuwe Escalade 9500S-8 geen potten breken. Zolang 3ware de beloofde firmware update niet heeft uitgebracht, ontbeert de Escalade 9500S-8 evenals zijn voorganger ondersteuning voor RAID level migration en online capacity expansion. Zou dit alles voor een redelijke prijs aangeboden worden, dan zou de Escalade 9500S-8 nog de overweging waard kunnen zijn. Helaas staat de hoge prijs van rond de 600 euro in geen verhouding tot de performance en de featureset. We vragen ons daarom af of 3ware met zijn eigenwijze RAID-implementatie op een dood spoor is aanbeland. De prestaties zijn slecht, de featureset karig en de hardware implementatie sterk verouderd. Terwijl de Areca ARC-1120 al volwaardige Serial ATA II-ondersteuning heeft, beschikt de Escalade 9500S-8 nog niet eens over een native Serial ATA-controller. Het is te hopen dat 3ware iets geniaals bedenkt, of tot de conclusie komt dat het beter een geheel nieuwe architectuur kan ontwikkelen, bijvoorbeeld op basis van de PowerPC I/O processors van moederbedrijf AMCC.
De LSI MegaRAID SATA 150-4 mocht in onze roundup van vorig jaar nog een goed presterende SATA RAID-adapter genoemd worden. Inmiddels is het prestatieniveau van deze serie dik overtroffen door nieuwe producten zoals de Areca ARC-1120 en de RAIDCore BC4852. Het probleem zit 'm simpelweg in de verouderde implementatie van de MegaRAID SATA 150-4 en 150-6. Een trage I/O processor met traag geheugen gekoppeld aan een trage lokale 32-bit 66MHz PCI-bus is een perfect recept voor slechte schaalbaarheid. In de workloads met veel sequentiële I/O heeft de MegaRAID SATA 150-4 al bij vier Raptor-schijven zijn maximum heeft bereikt. Aan de RAID-stack van LSI Logic ligt het zeker niet, die presteert uitstekend in de moderne SCSI RAID-adapters van LSI Logic en weet ondanks de verouderde architectuur van de MegaRAID SATA 150-4/6 toch nog goede prestaties te realiseren in de database en mailserver scenario's uit onze testsuite.
Voor de Promise FastTrak S150 SX4 geldt min of meer hetzelfde als de MegaRAID SATA 150-4/6. Een jaar geleden was het een leuke kaart geweest als driverproblemen het feestje niet hadden verpest. Inmiddels wordt de kaart compleet zoekgefietst door de nieuwkomers van Areca, HighPoint en RAIDCore. De lage prijs per poort van de FastTrak S150 SX4 is niet langer een voordeel nu HighPoint voor een meerprijs van 60 euro het dubbele aantal poorten biedt.
Deze review kwam tot stand dankzij de medewerking van 3ware, Areca, HighPoint, LSI Logic, WebConneXXion en Western Digital. We willen in het bijzonder John Mocnik van WebConneXXion en Dennis Hompes van LVT Benelux PR bedanken voor het beschkbaar stellen van respectievelijk de RAIDCore BC4852 en de acht Western Digital Raptor WD740GD-harde schijven. De RAIDCore BC4852 zal binnenkort in een prijsvraag weggegeven worden, dus hou Tweakers.net in de gaten als je geïnteresseerd bent in deze kaart!
We willen iedereen, die ervaring heeft met de adapters of de soortgenoten van de adapters in deze test, willen vragen om hun ervaringen in de reacties te delen. Onze testmethodieken kunnen een heel aardig beeld scheppen van de prestaties van de verschillende adapters, maar veel andere zaken zoals compatibiliteit en betrouwbaarheid komen pas bij dagelijks gebruik aan het licht!
