ATTO STR's en cache transfer rates
ATTO Disk Benchmark wordt vanwege zijn eenvoud en korte testduur veel gebruikt om harde schijven te benchen. De tool meet de sequentiële transfer rate van een partitie over een testlengte van maximaal 32MB. Vanwege deze beperkte dataset is ATTO ongeschikt voor het meten van media transfer rates van intelligente RAID-adapters die beschikken over cachegeheugen. De slimmere RAID-adapters bedienen ATTO direct vanuit hun cache waardoor er resultaten ontstaan die niets van doen hebben met de media transfer rates van deze kaarten. ATTO is daarom een ideale tool om de cache transfer rates van intelligente RAID-adapters te testen.
Niet alle adapters zijn in staat om ATTO te foppen. De resultaten in de onderstaande grafieken hebben daarom bij sommige adapters betrekking op de cache transfer rate, terwijl zij bij andere adapters de media transfer rates weergeven. Worden de resultaten gecached, dan is dat vaak herkenbaar aan een transfer rate die constant is voor verschillende RAID-configuraties. De ATTO-tests werden uitgevoerd op een lege NTFS-partitie met ATTO ingesteld op de standaard queue-diepte van 4 I/O's, een testlengte van 32MB en transfergroottes van 512 bytes tot 1MB. Het resultaat van de test is de hoogste lees en schrijf transfer rate over alle transfergroottes. Meestal wordt de hoogste doorvoersnelheid bij een transfer rate van 256KB of 512KB bereikt.

De resultaten van de RAID 0-tests maken duidelijk dat de Areca ARC-1120 wel raad weet met het kaboutertestje van ATTO. Zwevend op grote hoogte heeft de ARC-1120 een perfect overzicht van de schermutselingen die zich boven het maaiveld voltrekken. De maximale lees transfer rate van de Areca ARC-1120 is met meer dan 750MB/s bijna gelijk aan de effectieve bandbreedte van de 133MHz PCI-X-bus. Iets minder snel, maar nog steeds indrukwekkend, zijn de schrijf transfer rates van meer dan 450MB/s. Hoewel het in deze resultaten niet meteen duidelijk is, maakt ook de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 gebruik van caching. De bejaarde architectuur van deze adapter staat echter geen hogere lees transfer rates dan 145MB/s toe. Ook de maximale schrijf transfer rate van 125MB/s imponeert niet. Veel voordeel heeft de MegaRAID SATA 150-4/6 daardoor niet van zijn cache. De meeste andere adapters halen in configuraties met meer dan twee schijven al hogere media transfer rates. Het verschil tussen een transfer vanuit cache of vanaf de harde schijven is natuurlijk wel de veel lagere latency van cache transfers.
De RAIDCore BC4852 weet als enige van de niet-cachende kaarten een fatsoenlijke transfer rate te halen in de RAID 0-configuratie met vier schijven. De queue grootte van 4 I/O's zorgt bij sommige kaarten voor problemen. Bij tests met een queuegrootte van 1 I/O bleek de 3ware Escalade 9500S-8 wel gezond schalende transfer rates te halen. We hebben de queue op 4 gelaten omdat dit de standaardinstelling van ATTO is die door de meeste mensen als zodanig wordt gebruikt. Desalniettemin mag het teleurstellend genoemd worden dat de Escalade 9500S-8 er niet in slaagt om te profiteren van zijn cache.


In RAID 1 en RAID 10 is het gebruik van caching op de LSI MegaRAID SATA 150-4-6 beter zichtbaar. Dankzij de cache is de transfer rate van de MegaRAID in RAID 1 ongeveer het dubbele van de niet-cachende adapters. De resultaten van de RAIDCore BC4852 in RAID 10 zijn vrijwel gelijk aan de ideale (media) transfer rate. Verder valt op dat de 3ware Escalade 9500S-8 een vrij goede schrijf transfer rate heeft in RAID 10, terwijl de lees transfer rate juist erg tegenvalt. De Escalade 8506-8 heeft hetzelfde probleem maar presteert ook nog eens slecht in de schrijftest.


In de RAID 5-tests laten de RAIDCore BC4852 en de HighPoint RocketRAID 1820A wederom een goede performance scaling zien. Beide slagen er echter niet in om in hun klim naar de top het niveau van de Areca ARC-1120 te bereiken. De Escalade 9500S-8 kan niet overweg met sequentiële transfer rates bij een queuegrootte van 4 I/O's, waardoor de resultaten in de leestest ronduit teleurstellend zijn. Zelfs de oudere Escalade 8506-8 is hier sneller. In de schrijftest zijn de rollen omgedraaid. De Escalade 8506-8 heeft een minder krachtige I/O processor dan zijn opvolger en blijft daardoor onderaan de grafiek bungelen. Ondanks een zekere verbetering ten opzichte van zijn voorganger, kunnen er over de schrijf transfer rate van de Escalade 9500S-9 echter ook weinig positieve woorden geschreven worden. De verschillen ten opzichte van de RAIDCore BC4852 en de HighPoint RocketRAID 1820A zijn enorm.


Niet alle adapters zijn in staat om ATTO te foppen. De resultaten in de onderstaande grafieken hebben daarom bij sommige adapters betrekking op de cache transfer rate, terwijl zij bij andere adapters de media transfer rates weergeven. Worden de resultaten gecached, dan is dat vaak herkenbaar aan een transfer rate die constant is voor verschillende RAID-configuraties. De ATTO-tests werden uitgevoerd op een lege NTFS-partitie met ATTO ingesteld op de standaard queue-diepte van 4 I/O's, een testlengte van 32MB en transfergroottes van 512 bytes tot 1MB. Het resultaat van de test is de hoogste lees en schrijf transfer rate over alle transfergroottes. Meestal wordt de hoogste doorvoersnelheid bij een transfer rate van 256KB of 512KB bereikt.

De resultaten van de RAID 0-tests maken duidelijk dat de Areca ARC-1120 wel raad weet met het kaboutertestje van ATTO. Zwevend op grote hoogte heeft de ARC-1120 een perfect overzicht van de schermutselingen die zich boven het maaiveld voltrekken. De maximale lees transfer rate van de Areca ARC-1120 is met meer dan 750MB/s bijna gelijk aan de effectieve bandbreedte van de 133MHz PCI-X-bus. Iets minder snel, maar nog steeds indrukwekkend, zijn de schrijf transfer rates van meer dan 450MB/s. Hoewel het in deze resultaten niet meteen duidelijk is, maakt ook de LSI MegaRAID SATA 150-4/6 gebruik van caching. De bejaarde architectuur van deze adapter staat echter geen hogere lees transfer rates dan 145MB/s toe. Ook de maximale schrijf transfer rate van 125MB/s imponeert niet. Veel voordeel heeft de MegaRAID SATA 150-4/6 daardoor niet van zijn cache. De meeste andere adapters halen in configuraties met meer dan twee schijven al hogere media transfer rates. Het verschil tussen een transfer vanuit cache of vanaf de harde schijven is natuurlijk wel de veel lagere latency van cache transfers.
De RAIDCore BC4852 weet als enige van de niet-cachende kaarten een fatsoenlijke transfer rate te halen in de RAID 0-configuratie met vier schijven. De queue grootte van 4 I/O's zorgt bij sommige kaarten voor problemen. Bij tests met een queuegrootte van 1 I/O bleek de 3ware Escalade 9500S-8 wel gezond schalende transfer rates te halen. We hebben de queue op 4 gelaten omdat dit de standaardinstelling van ATTO is die door de meeste mensen als zodanig wordt gebruikt. Desalniettemin mag het teleurstellend genoemd worden dat de Escalade 9500S-8 er niet in slaagt om te profiteren van zijn cache.


In RAID 1 en RAID 10 is het gebruik van caching op de LSI MegaRAID SATA 150-4-6 beter zichtbaar. Dankzij de cache is de transfer rate van de MegaRAID in RAID 1 ongeveer het dubbele van de niet-cachende adapters. De resultaten van de RAIDCore BC4852 in RAID 10 zijn vrijwel gelijk aan de ideale (media) transfer rate. Verder valt op dat de 3ware Escalade 9500S-8 een vrij goede schrijf transfer rate heeft in RAID 10, terwijl de lees transfer rate juist erg tegenvalt. De Escalade 8506-8 heeft hetzelfde probleem maar presteert ook nog eens slecht in de schrijftest.


In de RAID 5-tests laten de RAIDCore BC4852 en de HighPoint RocketRAID 1820A wederom een goede performance scaling zien. Beide slagen er echter niet in om in hun klim naar de top het niveau van de Areca ARC-1120 te bereiken. De Escalade 9500S-8 kan niet overweg met sequentiële transfer rates bij een queuegrootte van 4 I/O's, waardoor de resultaten in de leestest ronduit teleurstellend zijn. Zelfs de oudere Escalade 8506-8 is hier sneller. In de schrijftest zijn de rollen omgedraaid. De Escalade 8506-8 heeft een minder krachtige I/O processor dan zijn opvolger en blijft daardoor onderaan de grafiek bungelen. Ondanks een zekere verbetering ten opzichte van zijn voorganger, kunnen er over de schrijf transfer rate van de Escalade 9500S-9 echter ook weinig positieve woorden geschreven worden. De verschillen ten opzichte van de RAIDCore BC4852 en de HighPoint RocketRAID 1820A zijn enorm.


Volgende pagina (Schrijf STR en CPU-belasting - 19/32)
Inhoudsopgave
- Inleiding
- Testdoelstelling en testveld
- Anatomie van een RAID-adapter (1)
- Anatomie van een RAID-adapter (2)
- SATA-controllers en I/O processors
- 3ware Escalade 8506-8
- 3ware Escalade 9500S-8
- Areca ARC-1120
- HighPoint RocketRAID 1820A
- LSI Logic MegaRAID SATA 150-4/6
- Promise FastTrak S150 SX4
- RAIDCore BC4852
- Featurevergelijking (1)
- Featurevergelijking (2)
- Niet geteste alternatieven
- Testverantwoording
- Toegangstijden en STR's
- ATTO STR's en cache transfer rates
- Schrijf STR en CPU-belasting
- Random I/O performance
- Desktopprestaties
- Workstationprestaties
- Serverprestaties (1)
- Serverprestaties (2)
- Serverprestaties (3)
- Serverprestaties (4)
- RAID 6-en RAID 50-prestaties
- Write-thru en degraded array performance
- SATA vs SCSI RAID
- Last minute driver en firmware updates
- Gebruikerservaringen
- Conclusie
- Reacties (66)
