Seagate Cheetah 10K.6
De Cheetah 10K.6 is alweer de zesde generatie 10.000 toeren harde schijf van Seagate. De eerste Cheetah werd in 1996 geïntroduceerd en had destijds een capaciteit van maximaal 9GB. Dankzij een verhoging van de plattercapaciteit van 18GB naar 36GB kan de Cheetah 10K.6 geleverd worden in modellen met een capaciteit van maximaal 146,8GB. Naast de 146,8GB variant worden versies met een opslagcapaciteit van 73,4GB en 36,7GB aangeboden. Alle modellen hebben een standaard 1 inch form factor. De maximale interne transfer rate van de Cheetah 10K.6 bedraagt 840 megabits per seconde, 25 procent meer dan de vorige Cheetah 73LP generatie. Evenals de Cheetah 15K.3 kan de Cheetah 10K.6 geleverd worden met een Ultra320 SCSI of 2Gbit/s Fibre Channel-interface. Beide drives hebben een multi-segmented cachegeheugen van 8MB.
De Cheetah 15K.3 en 10K.6 zijn gespecificeerd met een meantime between failure van 1,2 miljoen uur. Het jaarlijkse uitvalpercentage wordt door Seagate geschat op 0,73 procent. De schijven delen op bepaalde punten dezelfde componenten. Op die manier kan Seagate de ontwikkelingstijd en ontwikkelingskosten van zijn SCSI schijven beperken en kunnen de schijven eerder op de markt gebracht worden, wat leidt tot een betere concurrentiepositie.

De Cheetah 10K.6 is volgens Seagate met name geschikt voor toepassingen die een hoge opslagcapaciteit vereisen. Door de toegenomen maximale opslagcapactiteit van 146,8GB per unit zijn er minder schijven nodig om dezelfde capaciteit te bereiken, zodat het ruimte- en energieverbruik wordt verlaagd. De Cheetah 10K.6 levert de meest capaciteit binnen de kleinste afmetingen en bij de laagste kosten per gigabyte, aldus Seagate.

Testconfiguratie
De prestaties van de Seagate Cheetah 15K.3 en de Cheetah 10K.6 worden in deze review vergeleken met de Maxtor Atlas 10K III-320 en de twee vorige 15.000 toeren generaties van Seagate, de Cheetah X15 en X15-36LP. Alle schijven hadden een capaciteit van 36,7GB. De Maxtor Atlas 10K IV hebben we helaas nog niet kunnen meenemen in alle tests, omdat ons testexemplaar erg vreemd presteerde. In de desktopbenchmarks was de Atlas 10K IV veelal trager dan de Atlas 10K III en in de serversimulaties bleven de prestaties ver achter bij de Cheetah 10K.6. De transfer rates en toegangstijden waren daarentegen wel op niveau. Een review van de Atlas 10K IV zal volgen zodra we een vervangend exemplaar van Maxtor hebben ontvangen.
De resultaten van de Cheetah X15 in de desktopbenchmarks zijn niet in alle gevallen volledig betrouwbaar. De desktopbenchmarks zijn gebaseerd op traces die werden opgenomen op schijven met een maximale capaciteit van 36GB. De Cheetah X15 heeft een opslagcapaciteit van 18,4GB, wat tot gevolg heeft dat benadering boven 18,4GB door RankDisk worden geremapped naar het begin van de schijf. In sommige gevallen zal de Cheetah X15 daardoor extra grote of juist kleinere kopverplaatsingen moeten doen.
De schijven werden getest op een Asus A7M266-D moederbord met twee Athlon XP 2400+ processors, 1GB DDR SDRAM en een Tekram DC-390U4B Ultra320 SCSI adapter. De schijven werden onderworpen aan onze vaste benchmarksuite bestaande uit Winbench 99, ATTO, IPEAK Storage Performance Toolkit en IOMeter tests. Gedetailleerde informatie over de testprocedure kun je terug vinden in onze testmethodiek.
De Cheetah 15K.3 en 10K.6 zijn gespecificeerd met een meantime between failure van 1,2 miljoen uur. Het jaarlijkse uitvalpercentage wordt door Seagate geschat op 0,73 procent. De schijven delen op bepaalde punten dezelfde componenten. Op die manier kan Seagate de ontwikkelingstijd en ontwikkelingskosten van zijn SCSI schijven beperken en kunnen de schijven eerder op de markt gebracht worden, wat leidt tot een betere concurrentiepositie.

De Cheetah 10K.6 is volgens Seagate met name geschikt voor toepassingen die een hoge opslagcapaciteit vereisen. Door de toegenomen maximale opslagcapactiteit van 146,8GB per unit zijn er minder schijven nodig om dezelfde capaciteit te bereiken, zodat het ruimte- en energieverbruik wordt verlaagd. De Cheetah 10K.6 levert de meest capaciteit binnen de kleinste afmetingen en bij de laagste kosten per gigabyte, aldus Seagate.

De prestaties van de Seagate Cheetah 15K.3 en de Cheetah 10K.6 worden in deze review vergeleken met de Maxtor Atlas 10K III-320 en de twee vorige 15.000 toeren generaties van Seagate, de Cheetah X15 en X15-36LP. Alle schijven hadden een capaciteit van 36,7GB. De Maxtor Atlas 10K IV hebben we helaas nog niet kunnen meenemen in alle tests, omdat ons testexemplaar erg vreemd presteerde. In de desktopbenchmarks was de Atlas 10K IV veelal trager dan de Atlas 10K III en in de serversimulaties bleven de prestaties ver achter bij de Cheetah 10K.6. De transfer rates en toegangstijden waren daarentegen wel op niveau. Een review van de Atlas 10K IV zal volgen zodra we een vervangend exemplaar van Maxtor hebben ontvangen.
De resultaten van de Cheetah X15 in de desktopbenchmarks zijn niet in alle gevallen volledig betrouwbaar. De desktopbenchmarks zijn gebaseerd op traces die werden opgenomen op schijven met een maximale capaciteit van 36GB. De Cheetah X15 heeft een opslagcapaciteit van 18,4GB, wat tot gevolg heeft dat benadering boven 18,4GB door RankDisk worden geremapped naar het begin van de schijf. In sommige gevallen zal de Cheetah X15 daardoor extra grote of juist kleinere kopverplaatsingen moeten doen.
De schijven werden getest op een Asus A7M266-D moederbord met twee Athlon XP 2400+ processors, 1GB DDR SDRAM en een Tekram DC-390U4B Ultra320 SCSI adapter. De schijven werden onderworpen aan onze vaste benchmarksuite bestaande uit Winbench 99, ATTO, IPEAK Storage Performance Toolkit en IOMeter tests. Gedetailleerde informatie over de testprocedure kun je terug vinden in onze testmethodiek.
Volgende pagina (Low-level performance (1) - 3/8)
