Inleiding
Omdat mijn pc in een gigantische Cosmos S in de weg begon te staan, onstond het idee voor een mini-ITX systeem. Belangrijkste voorwaarde was dat mijn huidige hardware –afgezien van het moederbord- erin zou passen. Daarbij wilde ik graag zoveel mogelijk airflow, ruimte voor twee harde schijven en een DVD-brander, het liefst een strak zwart uiterlijk en daar maximaal €100,- voor betalen. Ik gebruik een dubbelslots videokaart van 25,1cm, wat de keuze uiteindelijk nogal beperkt maakte. Een standaard mini-ITX kast heeft namelijk één slot voor een uitbreidingskaart, niet genoeg dus.
De oplossing bleek simpel: een mini-DTX kast. Dat ik hier nog nooit van gehoord had, is te wijten aan het feit dat ik tot nu toe alleen ATX-systemen gebouwd had. Als je in de pricewatch naar mini-ITX behuizingen zoekt en vervolgens filtert op mini-DTX form-factor, krijg je
deze lijst met in totaal tien producten.
Vier daarvan zijn hetzelfde afgezien van de kleur: de Lian-Li PC-Q11 serie. Eigenlijk een mooie mini-case voor een lage prijs (nouja, de zwarte en zilveren versie dan). Dat hij maar één (intake-)fan heeft kan ik niet als nadeel bestempelen, gezien het formaat. Echter gezien de gespecificeerde lengte van 260mm durfde ik hem niet aan te schaffen omdat ik dan het risico liep dat mijn videokaart niet zou passen.
Van de zes kastjes die dan nog overblijven, hebben er 5 een voeding. Nog afgezien van het feit dat ik geen voeding nodig had, waren die bovendien boven budget op één na.
Die is €99,90 maar kan enkel grafische kaarten tot 228mm herbergen, te weinig.
De keuze is dan zoals gezegd, nihil. Deze Lian-Li PC-Q08B biedt ruimte aan een videokaart tot 300mm en heeft zowel een 140mm intake- als 120mm outtake-fan. Ook is er plaats voor een 5,25”-drive en maximaal 6 harde schijven. Zo op het eerste gezicht geen slechte ‘keuze’ dus, en met prijzen rond €90,- ruim binnen budget.
Voor mensen die denken aan een mini-ITX setup met een videokaart langer dan 30cm heeft Lian-Li ook nog een
mooie kast. Deze is dan wel weer een slagje groter, maar biedt ruimte voor micro-ATX en een videokaart tot 35cm! Daar moet je dan overigens wel vier van de zeven(!) 3,5” bays voor opofferen. Is ook wel ietsje duurder natuurlijk. Voor mij was deze te groot én te duur, maar ik vond hem toch wel het noemen waard.
Eerste indruk
Ik heb de kast besteld bij Azerty, samen met wat andere onderdelen. Helaas wel een week op moeten wachten in plaats van twee tot drie werkdagen, maar in ieder geval was alles goed ingepakt en compleet.
Als je de doos, die ongeveer zo groot is als een magnetron, opent, kom je eerst de handleiding tegen. Deze is kort, geschreven in ‘slechts’ vier talen waaronder Engels, maar zeker duidelijk genoeg dankzij de vele afbeeldingen. Het kastje zelf zit stevig verpakt in twee blokken piepschuim en een plastic hoes. Het uitpakken maakt meteen duidelijk dat het zwart geborsteld aluminium nogal vingerafdruk-gevoelig is. Maar ongeschonden ziet hij er superstrak uit!
Uiterlijk
De kast is geheel van stevig aluminium gemaakt en voelt degelijk aan. Aan de voorkant zit een afdekklepje voor de 5,25” bay, iets wat in mijn ogen het uiterlijk ten goede komt. Dit kan eventueel verwijderd worden, mocht je een fan-controller of iets dergelijks willen monteren. Daaronder zit het rooster waardoor de intake-fan zijn lucht aanzuigt. Rechts daarvan zitten van boven naar beneden: de aan/uit knop, reset, twee USB 3.0 poorten en de standaard audio aansluitingen.
De rest van de case is vrij simpel. Bovenop een rooster voor de outtake-fan, dat vreemd genoeg als enige niet één geheel is met het aluminium van de kast, maar bestaat uit een los mesh-plaatje. In het linker zijpaneel zit een rooster op de plek waar de voeding achter komt te hangen. Hier is helaas geen stoffilter gemonteerd! Aan de achterkant vind je logischerwijs een gat voor je I/O-shield, en een opening waar de voeding doorheen moet... Daarover straks meer. Verder is de gehele achterkant voorzien van ventilatiegaatjes, net als een groot deel van de onderkant. Het rechter zijpaneel is dicht, en zit net als de andere kant met zes schroefjes, die ook zwart zijn, vast.
De binnenkant
Afgezien van de bays is de binnenkant ook zwart. Binnenin zaten ook de accesoires netjes in een doosje:
-Schroefjes voor: PSU, DVD-drive (reserveschroefjes voor de zijpanelen helaas niet zwart)
-Thumb-screws voor hdd's
-Kabelklem
-PCI-bracket (om je USB3.0 poorten op achterkant van de moederbord aan te kunnen sluiten, maar uiteraard niet mogelijk als je een dubbelslots videokaart gebruikt)
-USB3.0 naar USB2.0 convertor
-Extra frame (nodig als je een full-size videokaart gebruikt)
De front fan is voorzien van blauwe LED’s en een stoffilter. Zowel de fan als het stoffilter zijn makkelijk te demonteren, maar alleen in een lege kast! De hdd-kooi zal je namelijk wel gedeeltelijk moeten uitbouwen. Gedeeltelijk omdat deze opgedeeld is in twee delen. Het onderste gedeelte kan je namelijk vervangen door het hierboven genoemde frame. Daarmee offer je twee 3,5”bays op om ruimte te maken voor een videokaart.
Inbouwen
Ik heb tijdens het inbouwen latex handschoenen gebruikt om mezelf een hoop poetswerk achteraf te besparen, maar dat terzijde. Ik begon met het inbouwen van de drives en monteren van het steunframe. Harde schijven bleken bij nader inzien beter andersom ingebouwd te kunnen worden, maar als je daar niet op let ziet dat er dan zo uit:
Ineens werd me duidelijk hoe klein alles was! Natuurlijk deels omdat ik grote kasten gewend ben, maar toch. De ruimte binnen in de kast is in ieder geval zo klein dat ik iedereen aan zou raden om op het moederbord zoveel mogelijk vooraf te installeren (CPU, koeler en geheugen). Denk ook vooraf na over waar kabels langs moeten lopen, iets wat ik dus even vergeten was.
Zodra het moederbord op zijn plek zit is aansluiten niet anders dan normaal, behalve het monteren van de voeding zelf. Dit gebeurt namelijk met behulp van een bracket. Zodra je die aan de voeding geschroefd hebt schuif je hem via de achterkant de kast in en schroef je de bracket vast aan de kast. Klinkt simpel, maar dat was het helaas niet. Misschien was het toevallig alleen dit exemplaar, maar het gat waar de voeding doorheen moest was krap. Frustrerend gewoon. Zo krap dat het toch aardig wat kracht kostte om de eerste centimeter van de voeding naar binnen te drukken, waarbij de lak van de voeding dan ook beschadigde. Om je een indruk te geven van het aantal pogingen: het duurde 6 koppen koffie, 35 potjes Team Deathmatch van Black Ops, 4 joints, 9 uur slaap en een boterham met pindakaas voordat het lukte. Voornamelijk omdat ik er op een gegeven moment geen zin meer in had, maar uiteindelijk toch slecht en hoewel geen ramp, wel erg jammer.
En dan zit hij eindelijk in dat gat, lijnen de schroefgaten in de bracket niet uit met die in de kast! Dit was uiteindelijk relatief simpel te verhelpen door de bracket opnieuw op de voeding te schroeven terwijl je die uitlijnt met de schroefgaten. Achteraf valt de schade erg mee, en bij een tweede keer gaat de voeding al wat gemakkelijker door de opening in de achterkant.
Kabelmanagement is beperkt tot het gebruik van tie-wraps. Een modulaire voeding of gewoon eentje met alleen de noodzakelijke kabels is sterk aan te raden. En dan is dit het eindresultaat:
Koeling en geluid
Hierover kan ik niet helemaal objectief oordelen. Ik heb namelijk om de fans te monteren de schroeven direct vervangen door Nexus silicon fanmounts. De twee case-fans hebben allebei een 3pins-connector en zijn via een splitter aangesloten op het moederbord. Ik heb de kast getest zoals ik hem zelf gebruik: case-fans op ‘silent’ en CPU-fan op ‘standard’ in het BIOS van m’n moederbord.
De temperatuur van de GPU, onder stress in Furmark, kan ik vergelijken met die in mijn vorige kast. Van de CPU kan ik dat niet omdat die a) een andere koeler gebruikt en b) nu unlockt is van X2 naar X4.
In mijn vorige kast werd de videokaart 66˚C. Nu wordt hij met dezelfde instellingen 87˚C. Wel wat aan de hoge kant vind ik. Als ik de videokaart zelf zijn fanspeed laat regelen wordt hij maximaal 68˚C. Al een stuk beter, maar nog steeds 10˚C meer dan in de Cosmos S. Ik denk dat het verschil voornamelijk komt doordat in deze kast de warme lucht voor een deel onderin blijft hangen omdat de videokaart niet ‘in de airflow’ hangt zoals in de Cosmos S het geval was. Als ik weer eens een nieuwe videokaart koop wordt dat daarom eentje die zijn lucht direct uit de kast blaast.
Idle is het geheel fluisterstil. Tijdens Furmark is dat toch wel anders, maar dat is dan weer voornamelijk aan de videokaart te wijten. Onder het gamen valt het geluid wel weer mee, maar dit belast de GPU aanzienlijk minder dan Furmark waardoor de fanspeed beperkt blijft.
Nog één belangrijk punt: de hdd-kooi kan resoneren afhankelijk van je harde schijf. Dit kan je bijvoorbeeld oplossen met wat slim geplaatste rubbers.
Conclusie
Al met al ben ik toch erg blij met dit kastje. Als ik het monteren van de voeding vergeet, blijven er maar weinig minpunten over die het waard zijn om nog een keer genoemd te worden. Het ontbrekende stoffilter voor de PSU en de algehele ‘vingerafdrukgevoeligheid’ vind ik wel echte nadelen.
Maar deze mini-DTX kast heeft me desondanks niet in de steek gelaten. Met zijn twee fans, plek voor minimaal vier harde schijven, een dubbelslots videokaart tot 300mm en strak uiterlijk voldoet hij aan mijn wensen. Gezien de weinige alternatieven een opluchting. En zeg nou zelf, is hij niet mooi?
Changelog:
15-12-2010: Layout verbeterd, hier en daar tekst aangepast