Cookies op Tweakers

Tweakers maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren, het gebruiksgemak te vergroten en advertenties te tonen. Door gebruik te maken van deze website, of door op 'Ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Wil je meer informatie over cookies en hoe ze worden gebruikt, bekijk dan ons cookiebeleid.

Meer informatie

Door Julian Huijbregts

Nieuwsredacteur

AMD bestaat vijftig jaar

Van Intel-kloon tot corekampioen

02-05-2019 • 06:00

194 Linkedin Google+

Vijftig jaar AMD

AMD viert zijn vijftigste verjaardag. Het jubileum komt op een feestelijk moment, want AMD staat er na de introductie van zijn Ryzen-processors weer goed voor en er is gloednieuwe hardware op komst in de vorm van Zen 2 en Navi. Het is niet voor het eerst dat AMD een positieve periode doormaakt, maar het bedrijf heeft ook moeilijke tijden gehad. Ter ere van het jubileum blikken we terug op de geschiedenis van het merk.

1 mei 1969 - Het begin

AMD, voluit Advanced Micro Devices, is op 1 mei 1969 formeel opgericht door Jerry Sanders. De Amerikaan werkte bij Fairchild Semiconductor, maar was ontevreden over de gang van zaken. Hij vond zeven gelijkgestemde collega's en samen besloten ze een eigen chipbedrijf op te richten. AMD is niet de enige processorfabrikant die vanuit Fairchild is ontstaan. Een jaar eerder vertrokken Robert Noyce en Gordon Moore bij datzelfde bedrijf en in juli 1968 richtten zij Intel op.

Start van de bouw van het AMD-kantoor in Sunnyvale, California (1969). Foto: AMD

In de beginjaren maakte AMD allerlei geïntegreerde schakelingen en ramgeheugen. In 1975 kwam het bedrijf met zijn eerste microprocessor: de Am9080. Dat was een kloon van de Intel 8080, gemaakt door middel van reverse engineering. Een jaar later begon Intel microcode toe te voegen aan zijn processors en sloot het een copyrightdeal met AMD voor het gebruik van die code.

AMD ging in 1977 een joint venture aan met Siemens. Het Duitse bedrijf kocht twintig procent van de AMD-aandelen. Samen richtten ze Advanced Micro Computers op, met het doel om aan eigen processors te werken. Die samenwerking was echter van korte duur, want in 1979 kocht AMD Siemens weer uit, omdat de zienswijzen van de bedrijven niet bij elkaar aansloten. AMC werd daarna gesloten.

AMD's uitvoering van de Intel 80286.
Foto: Konstantin Lanzet CC BY-SA 3.0

1981 - AMD maakt processors voor Intel

Het was 1981 toen IBM zijn eerste pc maakte. Het bedrijf had daarvoor de x86-processors van Intel nodig. IBM eiste echter dat er voor alle chips in zijn producten twee leveranciers waren. Intel klopte aan bij AMD en sloot een tienjarige overeenkomst voor de productie van processors. In 1982 begon AMD met de productie van de Intel 8086. Het was exact hetzelfde ontwerp als Intels eigen processor, maar dan gemaakt in de faciliteiten van AMD. Ook maakte AMD exemplaren van Intels 8088, 80186 en 80188, en toen Intel in 1984 zijn 286 uitbracht, kwam AMD met zijn eigen versie daarvan: de Am286. Dat was de laatste Intel-processor die AMD in opdracht maakte, want er kwam een voortijdig einde aan de samenwerking doordat Intel niet langer zijn ontwerpen wilde prijsgeven.

In de tussentijd ging AMD ook door met het maken van zijn eigen microprocessors op basis van de risc-architectuur. In 1988 kwam de eerste variant in de Am29000-serie uit, een 32bit-microprocessor die nog jaren daarna in vele varianten zou worden gebruikt in verschillende apparatuur, waaronder laserprinters.

1991 - AMD kloont 386 en gaat concurrentie met Intel aan

Hoewel AMD geen ontwerp van de Intel 386 kreeg, maakte het zijn eigen kloon. Het werk daaraan begon in 1988 en in 1991 bracht AMD zijn Am386 uit, die volledig compatibel is met de Intel-versie. AMD had de processor al eerder willen uitbrengen, maar dat werd met een rechtszaak tegengehouden. AMD had die zaak in 1987 aangespannen, nadat Intel geen ontwerpen meer deelde. Het langlopende juridische conflict eindigde in 1994, waarbij AMD in het gelijk werd gesteld, maar in de tussentijd was gedwongen tot reverse engineering om x86-processors te maken.

Die shot van Am486 DX4-120.
Foto: Pauli Rautakorpi CC BY 3.0

De Am386 die AMD uitbracht, bleek efficiënter te zijn dan Intels variant. Zo maakte AMD een 386DX-40 met een snelheid van 40MHz, terwijl Intels snelste 386-ontwerp op 33MHz piekte. Die voorsprong kwam doordat AMD op dat moment een beter productieprocedé had. Ook in de jaren daarna bleef AMD processors van Intel klonen.

In 1993 bracht AMD zijn Am486 uit, vier jaar nadat Intel de 486 op de markt bracht. De AMD-versie was per kloktik net zo snel als het origineel van Intel, maar goedkoper. Bovendien bracht AMD in de jaren daarna snellere versies uit, met als topmodel de Am486DX4, die op 120MHz draaide. Het snelste Intel-model haalde 100MHz. Intel had toen ook al zijn eerste Pentiums uitgebracht, maar die draaiden op 66MHz. AMD's snelle 486-varianten waren populair omdat ze nog in oude moederborden pasten en beter presteerden dan de eerste Pentiums. Volgens WikiChip liep het marktaandeel van de Am486 in 1995 op tot veertig procent.

1996 - AMD-K5, eerste eigen x86-ontwerp

Na de 486 begon bij Intel het Pentium-tijdperk en AMD zette daar zijn K5 tegenover. Dat was AMD's eerste volledig eigen x86-ontwerp en ook werden een bijbehorende socket en chipset ontwikkeld. Voor zijn K5 putte AMD uit de kennis die het met risc-processors had opgedaan. De AMD-K5 bestond in feite uit een afgeleide van de Am29000-architectuur met een x86-decoding front-end daaraan toegevoegd.

AMD-K5 PR166
Foto: Denniss CC BY-SA 2.5

Volgens een artikel van Forbes staat de K in de naam voor Kryptonite, het fictieve element uit de Superman-stripboeken waarmee de superheld in bedwang kan worden gehouden. AMD zou de Intel Pentium-processors zien als Superman en de K-processors moesten daarmee dus de strijd aangaan.

In de 5k86-lijn had AMD processors met snelheden van 90 tot 133MHz, maar klok-voor-klok waren ze sneller dan de Pentium-tegenhangers. In de naamgeving gebruikte de fabrikant daarom een performance rating, om aan te geven met welke Pentium de K-processor concurreerde. Het 90MHz-model werd verkocht als de K5-120 en de 133MHz-versie was de K5-200. De K5-processors pasten in Socket 5-moederborden, die ook voor Intel Pentium-processors werden gebruikt. Ook de AMD-K6, die in 1997 volgde, deelde dezelfde moederborden als de Pentium-tegenhangers, maar dan ging het om Socket 7.

1999 - Athlon met koper en de GHz-barrière

AMD bleef zijn eigen chips verder ontwikkelen en sloot in 1998 een samenwerking met Motorola. Het bedrijf dat nu vooral bekend is van smartphones, was toen ook een vooraanstaande chipfabrikant. AMD en Motorola werken samen aan het verfijnen van een productieproces met koperen interconnects. Omdat koper een betere geleider is dan aluminium, konden de interconnects kleiner worden gemaakt en dat maakte ze zuiniger.

De nieuwe productiemethode, waarbij processors op 180 nanometer werden gemaakt, resulteerde in 1999 in de komst van de eerste Athlon-processors gebaseerd op de K7-architectuur. De eerste serie bestond nog uit zogenaamde slotprocessors, net als de Pentium II en III. De L2-cache zat daarbij naast de processor op een printplaat. AMD's Slot A maakte net als Intels Slot 1 gebruik van 242 pinnen. Het was echter 180 graden gedraaid, zodat gebruikers niet per ongeluk een AMD-processor in een Intel-moederbord konden stoppen en andersom. Hoewel de slotbevestiging vergelijkbaar was, waren de processors niet compatibel.

Binnenkant van AMD Athlon-processor in Slot A-uitvoering.
Foto: Tullius CC BY-SA 3.0

De Athlons op basis van de K7-architectuur draaiden op snelheden van 500 tot 700MHz. Niet veel later kwam AMD met de verbeterde K75-architectuur en op basis daarvan introduceerde de fabrikant in maart 2000 's werelds eerste gigahertzprocessor. Voor de 1GHz-versie moest 1300 dollar worden neergeteld en echt een aanrader was het niet, want al enkele maanden later werd de nieuwe Athlon-generatie met Thunderbird-cores uitgebracht.

AMD Athlon in Socket A-uitvoering.
Foto: Konstantin Lanzet CC BY-SA 3.0

2000 - Thunderbird en Spitfire: overklokken met een potlood

In juni 2000 bracht AMD zijn tweede generatie Athlon-processors uit met Thunderbird-cores. De eerste modellen kwamen nog uit als Slot A-variant, maar meteen verschenen ook de Socket A-versies, die uiteindelijk uitkwamen met snelheden van 600MHz tot 1,4GHz. Het grote verschil tussen de eerste en tweede generatie Athlon-processors was de plaatsing van de L2-cache. Bij de eerste varianten was dat 512kB naast de processor; bij de tweede generatie was er 256kB op de chip zelf geïntegreerd. Hoewel de hoeveelheid was gehalveerd, was de snelheid van cache op de chip zelf veel hoger. AMD was in juni 2000 de enige fabrikant met een x86-processor van de zevende generatie. Intel rekte de snelheid van zijn Pentium III ook op tot 1GHz, maar volgde pas in augustus met zijn Pentium 4. De Athlons op basis van Thunderbird-cores waren een succes en het aanbod van moederborden voor AMD-processors werd steeds groter.

In diezelfde periode kwam AMD ook met de Duron-processors als tegenhanger voor Intels Celeron-cpu's. De Durons hadden Spitfire-cores, gebaseerd op het Thunderbird-ontwerp, maar de L2-cache was 64kB in plaats van 256kB. De L1-cache van 128kB was echter ongewijzigd en de front-side bus-snelheid was net als bij de Athlons 100MHz. Dat maakte de Durons veel interessanter dan de Celerons, want de budgetprocessors van Intel hadden een fsb van 66MHz en slechts 32kB L1-cache. De Durons waren niet alleen sneller, maar ook veel goedkoper. Voor 269 gulden haalde je in de zomer van 2000 een Duron 600 in huis en een Celeron met diezelfde snelheid kostte toen 429 gulden.

Lijntjes trekken op een AMD-cpu.
Foto: RoboHobo CC BY-SA 3.0

Veel tweakers zullen met warme gevoelens terugdenken aan deze processorgeneratie. Voor overklokkers waren het leuke tijden, ondanks dat AMD de multiplier van zijn processors op slot zette door met een laser de L1-bruggen op de bovenkant van de Thunderbird- en Spitfire-processors door te snijden. Die verbindingen herstellen was een eenvoudig klusje. Alles wat je nodig had, was een vaste hand en een potlood. Dat werd ontdekt nadat Tweakers een uitgebreid Duron-overklokproject publiceerde. Daarin werd nog flink aan de socket geknutseld en Bison Electro-Kit gebruikt om de pinnetjes met elkaar te verbinden, maar al snel bleek dat hetzelfde mogelijk was met een HB-potlood vanwege de geleidende eigenschappen van grafiet. De Duron-processors waren in trek bij overklokkers en tweakers met een klein budget. Met een beetje geluk kocht je een 600MHz-exemplaar en kon je dat op 900MHz laten draaien.

2003 - Athlon 64: 64bit en dualcores

In de beginjaren van de 21e eeuw had AMD een duidelijke technologische voorsprong op Intel. De Pentium 4-processors, gebaseerd op de NetBurst-architectuur, waren geen succes. Het energiegebruik en de warmteontwikkeling waren hoog, terwijl de kloksnelheden niet zo goed schaalden als Intel had verwacht. Intel dacht met het ontwerp snelheden van 5GHz te kunnen halen en met afgeleiden ervan zelfs tot 10GHz te komen, maar bleef steken op 3,8GHz. Dat was hoger dan wat AMD haalde, maar bij gelijke kloksnelheid presteerden de Athlon-processors beter.

AMD bleef zijn Athlon-processors verder verbeteren en bracht in 2003 de Athlon 64 uit: de eerste 64bit-processor voor consumenten op basis van de K8-architectuur. De eerste versies werden op 130nm gemaakt en vanaf 2005 gebeurde dat op 90nm. AMD bracht de Athlon 64-processors aan de man met performance ratings in plaats van de daadwerkelijke snelheid in de naam te noemen. Dat deed de fabrikant om de processors met de Pentium 4's te vergelijken. Zo positioneerde AMD zijn op 2,4GHz-draaiende Athlon 64 3800+ tegenover de Pentium 4 3,8GHz. Overklokken met behulp van een potlood was niet langer mogelijk, maar AMD bracht een FX-serie van zijn Athlon 64-processors uit met een unlocked multiplier. Deze varianten waren op gamers gericht en ook hoger geklokt.

De K8-architectuur van de Athlon 64-processors was vernieuwend vanwege de geïntegreerde geheugencontroller. Voorheen zat die op het moederbord en werd een northbridge gebruikt als middelpunt. Die tussenstap verdween dus en dat leverde een flinke latencyverlaging op. AMD liep daarmee jaren voor op Intel, want de concurrent integreerde de geheugencontroller pas in 2008 in de Nehalem-architectuur voor de Core i-processors.

AMD Athlon 64 X2.
Foto: Konstantin Lanzet CC BY-SA 3.0

In mei 2005 bracht AMD zijn eerste dualcoreprocessor uit: de Athlon 64 X2. In diezelfde periode bracht Intel zijn Pentium D op de markt, een dualcore gebaseerd op de NetBurst-architectuur. Net als bij de singlecorevarianten presteerde de processor van AMD over het algemeen beter, maar aanvankelijk won AMD het nog niet op prijs. Bij de release kostte de goedkoopste Athlon 64 X2 537 dollar, terwijl Intel een Pentium D in het assortiment had voor 237 dollar. Het nut van meer dan één core was in die tijd ook nog beperkt. Games deden er vrijwel niets mee. AMD bleef voor zijn Athlon FX-varianten dan ook bij één core.

De K8-architectuur en de K9-variant voor dualcores kwamen tussen 2003 en 2009 terug in veel processors. Zo kwam AMD met de Sempron-serie als opvolgers voor de Durons en daarvan kwamen uiteindelijk ook X2-varianten uit. Ook gebruikte AMD de architectuur voor zijn Turion 64-laptopprocessors en de X2-varianten, die de concurrentie met Intels Pentium M en mobiele Core-processors aangingen.

2006 - AMD neemt ATi over

Het Athlon-tijdperk leverde AMD goede cijfers op en de processorfabrikant ging op overnamepad. Dat resulteerde in de overname van videokaartenfabrikant ATi, waarvoor AMD een bedrag van 5,4 miljard dollar neertelde. Aanvankelijk bleef AMD de videokaarten onder de ATi-merknaam verkopen, maar in 2010 kwam daar een einde aan. Wel bleef de Radeon-naam behouden; onder die noemer introduceerde ATi in het jaar 2000 zijn eerste gpu. Nog altijd gebruikt AMD de Radeon-naam voor zijn gpu's.

De overname stelde AMD niet alleen in staat om videokaarten uit te brengen, maar ook om de kennis van ATi in te zetten voor zijn processors. Uiteindelijk zou dit ook uitmonden in de introductie van apu's: AMD-processors met een geïntegreerde gpu. De overname van ATi had grote gevolgen voor AMD. Niet alleen op technologisch vlak, maar ook financieel. De miljardenaankoop leidde tot een flinke schuldenlast, die in de jaren daarna verergerde door grote verliezen en stevige concurrentie met Intel.

2007 - Phenom en hevige concurrentie van Core 2

In de jaren dat Intel bleef vasthouden aan zijn NetBurst-architectuur had AMD de prestatiekroon stevig in handen. Het werd moeilijk om die concurrentiepositie vast te houden toen Intel besloot om NetBurst te laten varen en terug naar de tekentafel te gaan. In 2006 kwam Intel met de Core 2-generatie. Die was gebaseerd op de zuinige Pentium M-laptopprocessors, en de problemen met het stroomverbruik en oververhitting van de Pentium 4 verdwenen als sneeuw voor de zon. Intel bracht Core 2 Solo-, Duo- en Quad-varianten uit en was daarmee de eerste met een quadcoreprocessor voor consumenten. Voor de quadcores gebruikte Intel destijds overigens een chipontwerp met twee dies; er zaten maximaal twee cores in een die.

Pas eind 2007 kwam AMD met een antwoord op het nieuwe multicoregeweld van Intel: de Phenom-serie gebaseerd op de K10-architectuur. Phenoms kwamen uit met twee, drie en vier cores, en in alle gevallen ging het om monolithische ontwerpen met alle cores op één die. AMD maakte de processors op 65nm en hoewel Intel datzelfde aanvankelijk deed met zijn Core 2-modellen, kwamen daar al snel 45nm-versies van die hoger geklokt konden worden.

De introductie van de Phenom-processors ging bovendien gepaard met een vervelende bug. Bij de quadcores zat er een fout in de translation lookaside buffer, ofwel TLB. Die bug was niet met software of microcode op te lossen zonder significant prestatieverlies, dus moest AMD een nieuwe revisie van de processors maken, die pas in de loop van 2008 uitkwam.

AMD stapte in 2009 over op 45nm met zijn Phenom II-generatie. Opnieuw kwamen er varianten met twee, drie en vier cores. In alle gevallen gebruikte AMD nu dezelfde quadcore-die en voor de dual- en tripplecores werden cores uitgeschakeld. Dankzij het kleinere procedé konden de nieuwe Phenoms hoger geklokt worden dan hun voorangers, maar de Core 2 Quads van Intel waren sneller. AMD stelde daar een lagere prijs tegenover, om zo wat marktaandeel te kunnen pakken.

De lager gepositioneerde Phenom II-processors waren interessant voor tweakers, omdat al snel bleek dat het bij sommige revisies mogelijk was om uitgeschakelde cores weer in te schakelen. Later kwamen er ook hexacores die ook als quadcores werden verkocht. Ook die konden in sommige gevallen ontgrendeld worden. Moederbordfabrikanten speelden daarop in door functionaliteit toe te voegen die dat mogelijk maakte.

2008 - Van eigen fabs naar fabless

AMD maakte jarenlang zelf processors in zijn eigen productiefaciliteiten, ofwel fabs. Daar kwam in 2008 een einde aan, toen het bedrijf begon met het afstoten van zijn productiedivisie. Dat resulteerde uiteindelijk in een nieuw bedrijf: GlobalFoundries. De keuze van AMD om zijn productiedivisie af te stoten werd gemaakt uit financiële overwegingen. De kosten om steeds te investeren in nieuwe procedés waren te hoog om zelf op te brengen.

Fab van GlobalFoundries in Dresden, Duitsland, opgericht in 1999 voor de productie van Athlon-processors op 180nm

Nu AMD niet meer zelf produceert, koopt het productiecapaciteit in bij andere chipmakers. Momenteel is TSMC de leverancier van AMD's nieuwste processors en gpu's die op 7nm worden gemaakt. GlobalFoundries is nog altijd een belangrijke leverancier voor 14nm- en 12nm-producten, waaronder de huidige Ryzen-processors. Overigens lukte het GlobalFoundries ook niet om als zelfstandig bedrijf te investeren in kleinere procedés. Vorig jaar maakte het bekend te stoppen met de ontwikkeling van zijn 7nm-, 5nm- en 3nm-nodes. De fabrikant kan niet opboksen tegen grote concurrenten als Samsung en TSMC.

Begin 2011 - AMD Fusion: eerste apu's

Nadat AMD zijn fabs had verkocht, volgde in 2009 een interne reorganisatie. Het bedrijf werd in vier onderdelen gesplitst en de cpu- en gpu-divisies werden samengevoegd. AMD had al bekendgemaakt dat het werkte aan Fusion-apu's, die cpu en gpu combineren. De samenvoeging van de twee divisies maakte duidelijk dat AMD daar flink op wilde inzetten.

Begin 2011 introduceerde AMD zijn eerste apu's. Eerst waren dat alleen zuinige Brazos-varianten voor tablets, laptops en kleine computers. De chips verschenen bijvoorbeeld in netbooks. De prestaties van het cpu-gedeelte vielen tegen; AMD's dualcore was langzamer dan de Intel Atoms van die tijd. Het snellere gpu-gedeelte maakte wel wat goed, maar Fusion kon niet echt overtuigen.

Halverwege 2011 kwamen de Llano-varianten voor desktops uit. Ook hierin wisten de cpu-cores niet te overtuigen, maar de geïntegreerde gpu was wel een stuk sneller dan die van Intel-processors. Toch zagen de meeste gamers meer heil in een losse cpu en een videokaart uit het mainstreamsegment die beter presteerden. De Fusion-apu's waren wel interessant voor bijvoorbeeld htpc's, maar wisten niet door te breken.

Sony Vaio-netbook met AMD-apu

Eind 2011 - Bulldozer stelt teleur

Aan het einde van 2011 presenteerde AMD zijn Bulldozer-architectuur en voor de bijbehorende processors werd de FX-naam weer van stal gehaald. Het ging om een volledig nieuw chipontwerp dat van de grond af aan was opgebouwd met de bedoeling om betere prestaties te leveren bij een lager verbruik. Daarmee moest AMD weer met Intel kunnen concurreren.

Op papier waren de processors indrukwekkend. Zo was de FX-8150, het eerste topmodel, een op 3,6GHz geklokte octacoreprocessor. De FX-processors hadden een modulaire opbouw, met modules die uit twee cores bestaan en een deel van de hardware moesten delen. Bulldozer maakte de beloftes niet waar. In de praktijk bleken de FX-processors bij singlecoretoepassingen soms slechter te scoren dan de Phenom II-varianten van de vorige generatie. Ook waren het verbruik en de warmteontwikkeling erg hoog.

Hoewel de FX-processors geen groot succes waren, wist AMD er records mee te breken. Een FX-8150 werd met behulp van helium naar 8,4GHz overgeklokt. Dat was goed voor een wereldrecord dat tot op de dag van vandaag niet is gebroken. Dergelijke snelheden waren niet haalbaar voor thuisgebruik, maar in 2013 bracht AMD wel 's werelds eerste 5GHz-processor voor consumenten uit: de FX-9590. Voor die processor met een tdp van 220 watt was ook serieuze koeling nodig. AMD kwam dan ook met een bundel met waterkoeling.

Ten opzichte van de Intel Core-processors stond AMD met Bulldozer niet sterk. In deze periode waren de rollen omgedraaid ten opzichte van een decennium eerder. AMD bleef zijn Bulldozer-processors verder ontwikkelen, net zoals Intel dat deed met zijn Pentium 4. Dit keer was het echter Intel dat met zijn Core i-processors doorlopend succes had en jaar op jaar de prestatiekroon wist vast te houden.

Tussen 2012 en 2016 kwam AMD nog met Piledriver, Steamroller en Excavator als opvolgers van Bulldozer. De nieuwe versies leidden tot hogere kloksnelheden en betere prestaties ten opzichte van hun voorgangers, maar significante verbeteringen bleven uit en de nieuwe versies leidden niet tot een competitieve terugkeer van AMD ten opzichte van Intel.

2013 - PlayStation 4 en Xbox One met AMD-hardware

In het Bulldozer-tijdperk had AMD het moeilijk en ook de Fusion-apu's leidden niet tot succes op de pc-markt. De kennis over het combineren van een cpu en een gpu kwam wel van pas in de consolemarkt. AMD werd hofleverancier van zowel Sony als Microsoft. Eind 2013 kwamen de Xbox One en de PlayStation 4 uit en beide beschikten over een AMD-chip met daarin een processor en een gpu.

AMD-chip met cpu en gpu in de PlayStation 4
Foto © iFixit

De processorcores van de chip bestaan uit Jaguar-modules. In feite waren dat cpu-cores die voor laptops waren ontwikkeld. Zowel de Xbox One als de PS4 had acht van deze cores. De gpu was gebaseerd op de gcn-architectuur die AMD in die tijd in zijn Radeon-videokaarten gebruikte. De versie in de PS4 had 1152 streamprocessors en was daarmee vergelijkbaar met de Radeon HD 7850 of 7870. In de Xbox One zat een gpu met 768 streamprocessors, die wel iets hoger waren geklokt.

Met de deal verzekerde AMD zich van jarenlange leveringen van die chips, want consoles hebben een lange levensduur. Ook de snellere revisies van de consoles, de PlayStation 4 Pro en de Xbox One X die enkele jaren later uitkwamen, waren weer voorzien van AMD-hardware. Intussen heeft Sony ook al bekendgemaakt dat de PlayStation 5 weer AMD-hardware krijgt. Of Microsoft dezelfde weg kiest met een nieuwe Xbox, is nog niet bekend.

2014 - Reorganisatie en de komst van Lisa Su

Na jaren van slechte financiële resultaten kondigde AMD in oktober 2014 Lisa Su aan als nieuwe ceo. Ze was sinds 2012 actief bij AMD als coo. In diezelfde maand maakte de kersverse ceo het ontslag van 710 mensen bekend. Op dat moment zo'n zeven procent van alle werknemers. AMD moest kosten besparen en verder reorganiseren om het hoofd boven water te houden.

AMD was op dat moment al enige tijd bezig met het inslaan van een andere koers. De concurrentie met Intel was op een lager pitje gezet en het bedrijf wilde meer nieuwe markten betreden. De bedoeling was dat custom-apu's, zoals die in de consoles van Sony en Microsoft, een grotere rol zouden gaan spelen. AMD werkte intussen echter ook aan een nieuw processorontwerp, waarover pas jaren later meer duidelijkheid zou komen.

AMD-ceo Lisa Su tijdens de presentatie van Epyc 2 eind 2017

2017 - AMD herrijst met Ryzen

Begin 2017 bracht AMD zijn eerste Ryzen-processors uit. Bulldozer was overboord gegooid en achter de schermen had de fabrikant een aantal jaar aan de volledig nieuwe Zen-architectuur gewerkt. De verwachtingen waren torenhoog, want de ontwikkelingen op processorgebied stonden vrijwel stil. Intel maakte de dienst uit met zijn Core i-processors en hoewel er elk jaar nieuwe versies uitkwamen, was er nauwelijks vooruitgang te zien. AMD kon daar jarenlang niets tegenover zetten.

Uit benchmarks blijkt dat AMD een enorme stap heeft gemaakt met Zen. De prestatiewinst ten opzichte van de Excavator-cores is gigantisch en Ryzen kan de concurrentie aan met Intel. AMD moet het wat maximale kloksnelheid en singlecoreprestaties betreft nog afleggen tegen de concurrent, maar als het op cores aankomt, is AMD de absolute winnaar. Ryzen bracht octacores naar het mainstreamplatform voor een relatief laag bedrag. Niet veel later volgden Threadripper-processors met zestien cores op het hedt-platform. De prestaties per watt zijn uitstekend en daarmee is een belangrijk probleem van de vorige generatie weggenomen.

In 2018 ging AMD verder op de ingeslagen koers met een tweede generatie Ryzen- en Threadripper-cpu's. De nieuwe versies zijn op een iets kleiner 12nm-procedé gemaakt en hebben hogere kloksnelheden. AMD kroont zich tot absolute corekampioen met een 32-koppige Threadripper W2990WX-processor.

De wederopstanding van AMD is deels te danken aan chiparchitect Jim Keller, die tussen 2012 en 2015 bij AMD aan Zen werkte. Hij was in het verleden ook verantwoordelijk voor de K8-architectuur van de Athlon 64-processors, die AMD jarenlang succes opleverde. Een frappant detail is dat Keller sinds april 2018 als chipontwerper voor concurrent Intel werkt. Overigens wisselt Keller geregeld van baan; na zijn eerste periode bij AMD ging hij naar Apple, waar hij aan de wieg stond van de eigen socs van de iPhone-fabrikant. In 2016 en 2017 werkte hij voor Tesla.

2019 - Zen 2 en Navi: nieuwe technologische voorsprong?

In mei bestaat AMD vijftig jaar. Die verjaardag wordt een kleine maand voor een belangrijke aankondiging van het bedrijf gevierd. Tijdens een keynote op de Computex-beurs op 27 mei in Taipei zal ceo Lisa Su informatie over nieuwe producten onthullen. Waarschijnlijk komen hier de eerste details over de nieuwe Ryzen-processors met 7nm-cores en Navi-gpu's naar buiten. Die producten komen in de tweede helft van dit jaar op de markt.

AMD viert het jubileum door speciale uitvoeringen van de Ryzen 2700X en Radeon VII uit te brengen.
Op de cpu staat de handtekening van Lisa Su en de videokaart is in rood uitgevoerd. Verder is de hardware ongewijzigd.

Dit jaar staat voor AMD in het teken van 7nm. Begin dit jaar bracht AMD al zijn Radeon VII uit, de eerste consumentenvideokaart met een gpu die op het 7nm-procedé van TSMC is gemaakt. Hoewel de gpu op het nieuwste procedé is gebakken, is de chip zelf een doorontwikkeling van de oudere Vega-gpu. Door het gebruik van hbm2-geheugen kan AMD geen goedkopere versies van deze videokaart maken en blijft het bij een duur model. De komende Navi-kaarten gebruiken wellicht gddr6 en worden in ieder geval goedkoper dan de Radeon VII. AMD lijkt echter de concurrentie met Nvidia's snelste RTX-kaarten voorlopig niet aan te gaan. De Navi-kaarten zullen waarschijnlijk vooral het mainstreamsegment bedienen.

Render van Ryzen-cpu van derde generatie

Er is nog weinig bekend over de nieuwe Ryzen-processors, behalve dat ze zijn gebaseerd op de Zen 2-architectuur, waarover AMD al informatie heeft onthuld. Dat processorontwerp bestaat uit 7nm-cpu-chiplets en een 14nm-i/o-die. Het ontwerp met verschillende chips die op verschillende procedés worden gemaakt, zit slim in elkaar, want alleen de cpu-cores hoeven op deze manier op het duurste 7nm-procedé gemaakt te worden. Bovendien zijn dat kleine chips, waarvan er verschillende kunnen worden gebruikt als meer cores nodig zijn. Dat is veel goedkoper dan het maken van één grote chip waarop alle cores zitten, zoals Intel doet. Het gebruik van losse chips heeft ook nadelen, want er treedt latency op bij de communicatie tussen de verschillende onderdelen. AMD heeft daarvoor een nieuwe versie van zijn Infinity Fabric-interconnect ontwikkeld en de praktijk moet uitwijzen hoe dat uitpakt.

AMD kan zijn vijftigste verjaardag feestelijk vieren, want op dit moment loopt het bedrijf voorop wat processortechnologie betreft. Intel heeft al jaren moeite om zijn 10nm-procedé op gang te krijgen en blijft veel processors maken op 14nm, terwijl AMD dit jaar 7nm-processors uitbrengt. Hoe Zen 2 in de praktijk presteert en hoe de volgende generatie Ryzen-processors er precies uitziet, moet nog blijken, maar de toekomst ziet er voor AMD rooskleurig uit.

Reacties (194)

Wijzig sortering
Ik mis toch echt deze in het lijstje: https://en.wikipedia.org/wiki/Am5x86 <Maar dit was dan voor mij ook geen positieve ervaring, had deze gekocht als upgrade vanaf mijn IBM(Cyrix) blue lightning 486dx2-80..
Bleek de 5x86-133(PR75) toch een downgrade in alle benchmarks van de software die ik toen draaide, werd niet herkend als "pentium-class", spelletjes hadden wisselende framerates, en bovendien wilde het ding windows 95 gewoon niet laten opstarten(met die cyrix chip in hetzelfde bord werkte dit wel, en die chip deed ook moeilijk in het oude cyrix board, vriend van me die dezelfde cpu gekocht had op de HCC had er ook allerhande rare problemen mee).

Werd voor mij terug naar IBM/Cyrix tot FPU in gaming een verplichting werd.

Alsnog daarna vanaf de K6-2 in alle builds voor AMD gegaan en op die misstap uit een ver verleden een tevreden gebruiker. Go AMD!
1 ... 7 8 9

Op dit item kan niet meer gereageerd worden.


OnePlus 7 Pro (8GB intern) Microsoft Xbox One S All-Digital Edition LG OLED C9 Google Pixel 3a XL FIFA 19 Samsung Galaxy S10 Sony PlayStation 5 Consoles

Tweakers vormt samen met Tweakers Elect, Hardware.Info, Autotrack, Nationale Vacaturebank, Intermediair en Independer de Persgroep Online Services B.V.
Alle rechten voorbehouden © 1998 - 2019 Hosting door True