Blokkeren van sites
Professor Egbert Dommering, werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, zette de probleemstelling in termen van verschillende spelers binnen en buiten de digitale wereld, in een kader. Kort gezegd wordt er middenin die wereld informatie gecreëerd, daaromheen zit een schil van zoekmachines die de informatie vindbaar te maken, en aan de buitenkant wordt de netwerktoegang geregeld door de isp's. Buiten zitten belangenverenigingen als Brein, evenals justitie en de politiek. Lag de (impliciete) verantwoordelijkheid in de vrijplaats die het internet ooit was, in eerste instantie bij de informatieverschaffers - die overigens in toenemende mate samenvallen met 'de eindgebruiker' - tegenwoordig neemt volgens Dommering de druk naar de buitenkant toe.
Met andere woorden, er is een verschuiving gaande van het verantwoordelijk houden van spelers die zich steeds verder van de content vandaan bevinden, zoals de isp's. Zo riep de stichting Brein vorig jaar bijvoorbeeld op tot afspraken met providers over wat er wel en niet over het netwerk mag gaan. Voor wat zoekmachines betreft kan worden gedacht aan de zaak tegen Yahoo over het tonen van nazi-spullen. Volgens de professor leidt de controledrang - goeddeels ingegeven door politiek sentiment over terrorisme en kinderporno - ertoe dat er wordt gemeend dat de eerste speler die iets zou 'kunnen' doen, dat dan ook maar 'moet' doen. Met de acceptatie dat het internet een ongrijpbaar, oncontroleerbaar medium is, lijkt het gedaan te zijn.
Tegen het einde van zijn hoorcollege werd Dommering bruut onderbroken door discussieleider Frénk van der Linden, die op jacht ging naar reacties uit de zaal. Daarop gaf een van een stel aanwezige UPC-managers aan dat zij in overleg met de politie kinderpornosites gaan blokkeren. Dommering vindt het onjuist wanneer een provider op basis van informatie van de politie sites ontoegankelijk maakt - ongeacht de inhoud - en kwam daarom in aanvaring met SP-Kamerlid Arda Gerkens. De parlementariër, die eerder het kabinet vergeefs om maatregelen had gevraagd, zegt 'een grens' te trekken bij kinderporno. Daartegen moeten alle registers worden opengetrokken, beargumenteerde ze, want 'het gaat tenslotte om het kind' - iets dat ze gedurende de discussie meerdere malen zou zeggen. Als de maatregel ook maar een kind redt is het een goede maatregel, aldus Gerkens.
Dat er manieren zijn om anoniem te werk te gaan, bijvoorbeeld met zogeheten darknets zoals Freenet, is de politica niet ontgaan, maar voor gebruik daarvan zijn meerdere stappen nodig. Gerkens haalde onderzoek aan dat zou aantonen dat het contact met kinderpornografisch materiaal mensen met een pedofiele neiging daadwerkelijk aan kan zetten tot pedoseksueel gedrag. Dat rechtvaardigt in haar ogen het opwerpen van een blokkade op providerniveau, en dit zou voldoende zijn om pedofielen tegen zichzelf te beschermen.
Dommering meent echter dat de maatregel op gespannen voet staat met artikel 7 van de grondwet (het censuurverbod), en dat het principieel onjuist is om op basis van gegevens van een opsporingsinstantie informatie te gaan blokkeren. Tevens komt er redactionele verantwoordelijkheid bij de isp te liggen, en dat is in de ogen van de jurist iets dat helemaal niet in het takenpakket van een provider thuishoort. Een KPN-medewerker in de zaal wees er daarnaast op dat de samenwerking met de politie UPC niet bij voorbaat vrijpleit van aanklachten door website-eigenaren die geblokkeerd worden. Het bedrijf is niet per sé tegen de praktijk, maar vindt dat dit door een onafhankelijke commissie moet worden getoetst.
Met andere woorden, er is een verschuiving gaande van het verantwoordelijk houden van spelers die zich steeds verder van de content vandaan bevinden, zoals de isp's. Zo riep de stichting Brein vorig jaar bijvoorbeeld op tot afspraken met providers over wat er wel en niet over het netwerk mag gaan. Voor wat zoekmachines betreft kan worden gedacht aan de zaak tegen Yahoo over het tonen van nazi-spullen. Volgens de professor leidt de controledrang - goeddeels ingegeven door politiek sentiment over terrorisme en kinderporno - ertoe dat er wordt gemeend dat de eerste speler die iets zou 'kunnen' doen, dat dan ook maar 'moet' doen. Met de acceptatie dat het internet een ongrijpbaar, oncontroleerbaar medium is, lijkt het gedaan te zijn.Tegen het einde van zijn hoorcollege werd Dommering bruut onderbroken door discussieleider Frénk van der Linden, die op jacht ging naar reacties uit de zaal. Daarop gaf een van een stel aanwezige UPC-managers aan dat zij in overleg met de politie kinderpornosites gaan blokkeren. Dommering vindt het onjuist wanneer een provider op basis van informatie van de politie sites ontoegankelijk maakt - ongeacht de inhoud - en kwam daarom in aanvaring met SP-Kamerlid Arda Gerkens. De parlementariër, die eerder het kabinet vergeefs om maatregelen had gevraagd, zegt 'een grens' te trekken bij kinderporno. Daartegen moeten alle registers worden opengetrokken, beargumenteerde ze, want 'het gaat tenslotte om het kind' - iets dat ze gedurende de discussie meerdere malen zou zeggen. Als de maatregel ook maar een kind redt is het een goede maatregel, aldus Gerkens.
Dat er manieren zijn om anoniem te werk te gaan, bijvoorbeeld met zogeheten darknets zoals Freenet, is de politica niet ontgaan, maar voor gebruik daarvan zijn meerdere stappen nodig. Gerkens haalde onderzoek aan dat zou aantonen dat het contact met kinderpornografisch materiaal mensen met een pedofiele neiging daadwerkelijk aan kan zetten tot pedoseksueel gedrag. Dat rechtvaardigt in haar ogen het opwerpen van een blokkade op providerniveau, en dit zou voldoende zijn om pedofielen tegen zichzelf te beschermen.Dommering meent echter dat de maatregel op gespannen voet staat met artikel 7 van de grondwet (het censuurverbod), en dat het principieel onjuist is om op basis van gegevens van een opsporingsinstantie informatie te gaan blokkeren. Tevens komt er redactionele verantwoordelijkheid bij de isp te liggen, en dat is in de ogen van de jurist iets dat helemaal niet in het takenpakket van een provider thuishoort. Een KPN-medewerker in de zaal wees er daarnaast op dat de samenwerking met de politie UPC niet bij voorbaat vrijpleit van aanklachten door website-eigenaren die geblokkeerd worden. Het bedrijf is niet per sé tegen de praktijk, maar vindt dat dit door een onafhankelijke commissie moet worden getoetst.
Volgende pagina (Filteren van informatie - 3/4)