Het huishouden van de stichtingen
Het werd tijdens de bespreking van de vergoeding voor de thuiskopie al even aangehaald, maar de verantwoordelijke stichtingen hebben zelf ook activa nodig om draaiende gehouden te worden. Bovendien brengt een nader onderzoek heel wat vreemde zaken aan het licht, waaronder bestuursleden die deel uitmaken van verschillende organisaties, vreemde verdeelsleutels voor de geïnde bedragen en opvallende belangenverstrengelingen. Zo staat in het jaarverslag van de Buma Stemra dat de stichtingen Thuiskopie en Leenrecht samen verantwoordelijk zijn voor 3.404.000 euro omzet. De Stemra haalde in totaal een omzet van 62 miljoen euro, wat de laagste omzet van de voorbije vijf jaar was. De daling van deze omzet wordt in dit jaarverslag toegeschreven aan de dalende verkoop van cd's, die slechts gedeeltelijk gecompenseerd zou worden door de toenemende dvd-verkoop.

Onder het kopje 'Repartitie' laat de vereniging ons een blik werpen over welke bedragen verdeeld zullen worden. In 2003 kon de Stemra 61,7 miljoen euro uitkeren aan rechthebbenden. De personeelskosten voor dit jaar bedroegen 9.147.000 euro voor een totaal van 207 werknemers. Bovendien, zo staat in dit verslag te lezen, zijn er 4.002.000 euro 'overige personeelskosten' ingebracht, waarbij men er van uit kan gaan dat hier zaken als geleasde auto's, zakenreizen en andere voordelen onder vallen. Inclusief sociale lasten en belastingen is de BumaStemra dus gemiddeld ongeveer 65.000 euro per personeelslid kwijt. Het lijkt overigens logisch aan te nemen dat administratieve medewerkers veel minder betaald worden dan de kaderleden. Tot slot merkt men in dit jaarverslag op dat de Buma Stemra een aandeel van vijftig procent heeft in Cedar, de organisatie die onder meer Stichting Thuiskopie en dergelijke overkoepelt.
Alvorens de boekhouding van de Stichting Thuiskopie of Cedar zelf uit te pluizen, wordt even een blik op het jaarverslag van Stichting Norma, wat staat voor Naburige Rechten Organisatie Uitvoerende Kunstenaars, geworpen. Daarin staat namelijk geschreven dat deze stichting ook een deel van de geïnde thuiskopievergoedingen ontvangt om op hun beurt aan de artiesten uit te keren. In 2003 kreeg Norma voor uitvoerende kunstenaars in de audiosector 2,9 miljoen euro uitbetaald. Naar eigen zeggen is dit bedrag voor een groot deel afkomstig van de heffing op de lege cd's, maar verwacht wordt dat men in de toekomst eenzelfde stijging zal zien bij beschrijfbare dvd's. Opvallend is echter dat dit bedrag niet zonder meer verdeeld wordt onder de rechthebbenden. In 2003 werd namelijk maar 2.273.000 euro uitbetaald aan zowel binnen- als buitenlandse musici en auteurs. Het gaat hier echter voor een groot deel om een nabetaling voor de periode 1993 tot en met 1998, wat betekent dat de gelden voor deze periode gedurende zeven tot twaalf jaar 'geparkeerd' stonden bij tussenpersonen in plaats van in handen van de rechthebbenden.

Aangezien muziek een internationale aangelegenheid is, kan ook de vraag gesteld worden hoe het zit met buitenlandse artiesten. In het jaarverslag wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat drie Engelse stichtingen elk hun deel van de koek krijgen. Ook Zweden, Frankrijk, Spanje en verschillende andere landen krijgen een deel van de vergoedingen die Stichting Thuiskopie aan Norma uitkeert. Met een aantal buitenlandse stichtingen heeft Norma dan ook een overeenkomst, maar de stichting stelt dat ze door slechte relaties met Stichting Thuiskopie zelf slechts in beperkte mate vergoedingen uit het buitenland heeft kunnen innen. Opvallend is verder ook dat er een discussie gaande is omtrent de rechten van Amerikaanse musici. Stichting Norma is hierin van mening dat artiesten uit de Verenigde Staten geen naburige rechten hebben en dus geen aanspraak kunnen maken op een thuiskopievergoeding.
Stichting Thuiskopie stelt dat zij wel audiorechten uitgekeerd moeten krijgen, maar geen audiovisuele gelden en IRDA meent dat zij wel volledige rechten hebben. Omdat de drie partijen het niet eens konden worden, zal een rechter zich hier nu over moeten uitspreken. Tot slot wordt nog even de lijst met directieleden en het bestuur van de stichting overlopen. Zo valt op dat de secretaris van Stichting Norma, muzikant Erwin Angad-Gaur, terzelfdertijd ook bestuurslid is in de Stichting Thuiskopie.
Aangezien die Stichting Thuiskopie een vereniging is en geen bedrijf, is deze organisatie niet verplicht een jaarverslag te deponeren. Het laatste jaarverslag dat te vinden is, dateert dan ook van de periode 1999-2000. Men is bijgevolg beperkt tot de informatie die uit andere bronnen te destilleren valt. Zo meldt de Stichting Thuiskopie dat ze een verjaringstermijn instelde voor de uitkering aan rechthebbenden. Artiesten die tussen 1993 en 1998 prestaties leverden waardoor zij recht zouden hebben op een uitkering, dienden zich ten laatste in 2002 aan te sluiten bij een van de verdelingsorganisaties, te weten Norma en IRDA. Het is daarbij opvallend dat twee organisaties die stellen op te komen voor de rechten van de artiesten elkaar soms vergaand beconcurreren.
Zo biedt de IRDA een inschrijvingsformulier waarmee men een eventuele overeenkomst met de Norma automatisch verbreekt. Een aansluiting bij BumaStemra kost de artiest echter 45 euro plus een jaarlijkse bijdrage van 62,50 euro. Bedrijven die audioproducten produceren en zich willen aansluiten bij de NVPI, betalen daarvoor 453,78 euro en dienen daar bovenop 4 promille van van hun binnenlandse omzet af te staan. Kleinere bedrijven, met een jaaromzet die lager is dan 26.890 euro, kunnen een korting krijgen en betalen 'slechts' 226,89 euro plus drie promille van de binnenlandse omzet.
Eigenlijk was het de bedoeling dit stukje af te sluiten met een blik op de financiën van Stichting Thuiskopie en overkoepelende organisatie Cedar. Omdat Stichting Thuiskopie geen bedrijf is, zijn van deze organisatie geen jaarrekeningen of dergelijke gegevens te vinden. Ook op onze vraag om informatie omtrent het verzamelde en terug uitgekeerde bedrag in 2003 kregen wij geen reactie. Het enige feit dat vaststaat betreffende de financiering van Stichting Thuiskopie is dan ook dat de organisatie vijftien procent van de geïnde vergoedingen afroomt om zichzelf te bekostigen. Rekening houdend met het feit dat de Stichting Norma alleen al 2,9 miljoen euro kreeg in 2003, kan er slechts geraden worden naar het bedrag dat Stichting Thuiskopie voor zichzelf reserveert.
Aangezien Cedar, de overkoepelende BV van stichtingen als Thuiskopie, Leenrecht en Reprorecht, slechts een kleine besloten vennootschap is, is deze niet verplicht een uitgebreide jaarrekening in te dienen, zodat ook hier niet veel informatie uit te destilleren valt. Enkele cijfers vertellen ons dat Cedar 44 werknemers in dienst had op het einde van boekjaar 2003. De netto omzet die tijdens dat jaar gehaald werd bedroeg net geen drie miljoen euro en de BV sloot het boekjaar af met een nettowinst van 142.169 euro. Hier valt dus verder niets uit te besluiten, behalve dat de boekhouding van Stichting Thuiskopie een goedbewaard geheim is. Men kan zich afvragen of dat wel hoort bij een stichting die door de overheid is aangesteld om de belangen van artiesten en rechthebbenden te behartigen.

Onder het kopje 'Repartitie' laat de vereniging ons een blik werpen over welke bedragen verdeeld zullen worden. In 2003 kon de Stemra 61,7 miljoen euro uitkeren aan rechthebbenden. De personeelskosten voor dit jaar bedroegen 9.147.000 euro voor een totaal van 207 werknemers. Bovendien, zo staat in dit verslag te lezen, zijn er 4.002.000 euro 'overige personeelskosten' ingebracht, waarbij men er van uit kan gaan dat hier zaken als geleasde auto's, zakenreizen en andere voordelen onder vallen. Inclusief sociale lasten en belastingen is de BumaStemra dus gemiddeld ongeveer 65.000 euro per personeelslid kwijt. Het lijkt overigens logisch aan te nemen dat administratieve medewerkers veel minder betaald worden dan de kaderleden. Tot slot merkt men in dit jaarverslag op dat de Buma Stemra een aandeel van vijftig procent heeft in Cedar, de organisatie die onder meer Stichting Thuiskopie en dergelijke overkoepelt.
Alvorens de boekhouding van de Stichting Thuiskopie of Cedar zelf uit te pluizen, wordt even een blik op het jaarverslag van Stichting Norma, wat staat voor Naburige Rechten Organisatie Uitvoerende Kunstenaars, geworpen. Daarin staat namelijk geschreven dat deze stichting ook een deel van de geïnde thuiskopievergoedingen ontvangt om op hun beurt aan de artiesten uit te keren. In 2003 kreeg Norma voor uitvoerende kunstenaars in de audiosector 2,9 miljoen euro uitbetaald. Naar eigen zeggen is dit bedrag voor een groot deel afkomstig van de heffing op de lege cd's, maar verwacht wordt dat men in de toekomst eenzelfde stijging zal zien bij beschrijfbare dvd's. Opvallend is echter dat dit bedrag niet zonder meer verdeeld wordt onder de rechthebbenden. In 2003 werd namelijk maar 2.273.000 euro uitbetaald aan zowel binnen- als buitenlandse musici en auteurs. Het gaat hier echter voor een groot deel om een nabetaling voor de periode 1993 tot en met 1998, wat betekent dat de gelden voor deze periode gedurende zeven tot twaalf jaar 'geparkeerd' stonden bij tussenpersonen in plaats van in handen van de rechthebbenden.

Geldstroom van Stichting Thuiskopie naar Stichting Norma en bedragen die herverdeeld worden in kaart gebracht.
Bedenk wel dat de weergegeven vergoedingen voor 1993 tot 1998 slechts in 2003 betaald werden.
Bedenk wel dat de weergegeven vergoedingen voor 1993 tot 1998 slechts in 2003 betaald werden.
Aangezien muziek een internationale aangelegenheid is, kan ook de vraag gesteld worden hoe het zit met buitenlandse artiesten. In het jaarverslag wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat drie Engelse stichtingen elk hun deel van de koek krijgen. Ook Zweden, Frankrijk, Spanje en verschillende andere landen krijgen een deel van de vergoedingen die Stichting Thuiskopie aan Norma uitkeert. Met een aantal buitenlandse stichtingen heeft Norma dan ook een overeenkomst, maar de stichting stelt dat ze door slechte relaties met Stichting Thuiskopie zelf slechts in beperkte mate vergoedingen uit het buitenland heeft kunnen innen. Opvallend is verder ook dat er een discussie gaande is omtrent de rechten van Amerikaanse musici. Stichting Norma is hierin van mening dat artiesten uit de Verenigde Staten geen naburige rechten hebben en dus geen aanspraak kunnen maken op een thuiskopievergoeding.
Stichting Thuiskopie stelt dat zij wel audiorechten uitgekeerd moeten krijgen, maar geen audiovisuele gelden en IRDA meent dat zij wel volledige rechten hebben. Omdat de drie partijen het niet eens konden worden, zal een rechter zich hier nu over moeten uitspreken. Tot slot wordt nog even de lijst met directieleden en het bestuur van de stichting overlopen. Zo valt op dat de secretaris van Stichting Norma, muzikant Erwin Angad-Gaur, terzelfdertijd ook bestuurslid is in de Stichting Thuiskopie.Aangezien die Stichting Thuiskopie een vereniging is en geen bedrijf, is deze organisatie niet verplicht een jaarverslag te deponeren. Het laatste jaarverslag dat te vinden is, dateert dan ook van de periode 1999-2000. Men is bijgevolg beperkt tot de informatie die uit andere bronnen te destilleren valt. Zo meldt de Stichting Thuiskopie dat ze een verjaringstermijn instelde voor de uitkering aan rechthebbenden. Artiesten die tussen 1993 en 1998 prestaties leverden waardoor zij recht zouden hebben op een uitkering, dienden zich ten laatste in 2002 aan te sluiten bij een van de verdelingsorganisaties, te weten Norma en IRDA. Het is daarbij opvallend dat twee organisaties die stellen op te komen voor de rechten van de artiesten elkaar soms vergaand beconcurreren.
Zo biedt de IRDA een inschrijvingsformulier waarmee men een eventuele overeenkomst met de Norma automatisch verbreekt. Een aansluiting bij BumaStemra kost de artiest echter 45 euro plus een jaarlijkse bijdrage van 62,50 euro. Bedrijven die audioproducten produceren en zich willen aansluiten bij de NVPI, betalen daarvoor 453,78 euro en dienen daar bovenop 4 promille van van hun binnenlandse omzet af te staan. Kleinere bedrijven, met een jaaromzet die lager is dan 26.890 euro, kunnen een korting krijgen en betalen 'slechts' 226,89 euro plus drie promille van de binnenlandse omzet.Eigenlijk was het de bedoeling dit stukje af te sluiten met een blik op de financiën van Stichting Thuiskopie en overkoepelende organisatie Cedar. Omdat Stichting Thuiskopie geen bedrijf is, zijn van deze organisatie geen jaarrekeningen of dergelijke gegevens te vinden. Ook op onze vraag om informatie omtrent het verzamelde en terug uitgekeerde bedrag in 2003 kregen wij geen reactie. Het enige feit dat vaststaat betreffende de financiering van Stichting Thuiskopie is dan ook dat de organisatie vijftien procent van de geïnde vergoedingen afroomt om zichzelf te bekostigen. Rekening houdend met het feit dat de Stichting Norma alleen al 2,9 miljoen euro kreeg in 2003, kan er slechts geraden worden naar het bedrag dat Stichting Thuiskopie voor zichzelf reserveert.
Aangezien Cedar, de overkoepelende BV van stichtingen als Thuiskopie, Leenrecht en Reprorecht, slechts een kleine besloten vennootschap is, is deze niet verplicht een uitgebreide jaarrekening in te dienen, zodat ook hier niet veel informatie uit te destilleren valt. Enkele cijfers vertellen ons dat Cedar 44 werknemers in dienst had op het einde van boekjaar 2003. De netto omzet die tijdens dat jaar gehaald werd bedroeg net geen drie miljoen euro en de BV sloot het boekjaar af met een nettowinst van 142.169 euro. Hier valt dus verder niets uit te besluiten, behalve dat de boekhouding van Stichting Thuiskopie een goedbewaard geheim is. Men kan zich afvragen of dat wel hoort bij een stichting die door de overheid is aangesteld om de belangen van artiesten en rechthebbenden te behartigen.
Volgende pagina (Conclusie - 7/7)