Nee, hoor het zijn de hersens die de interpretatie doen. Als een beeld realistisch genoeg is, wordt de diepte er vanzelf bij verondersteld.
Realistisch én stereoscopisch. Schilderijen kunnen heel erg realistisch zijn, maar toch ervaar je ze niet als driedimensionaal, want het blijft een plat, stilstaand beeld.
Het door jou genoemde filmpje beweegt echter, waardoor één van de factoren die bijdragen aan de ervaring van 3D, namelijk parallax, zichtbaar is. Dat zorgt ervoor dat de kijker een perceptie van diepte krijgt.
Echt 3D is het echter niet, en dat ervaar je ook niet zo, eerder als 2,5D. Een ander mooi voorbeeld van parallaxwerking en de perceptie van diepte is
dit filmpje.
De perceptie van diepte (3D) hangt af van eerdergenoemde parallax, maar onder andere ook van binoculair beeld (in feite ook parallax, maar dan constant), scherptediepte, verhoudingen en beweging.
Zo blijkt uit studies dat in normale omgeving 80% van wat je meent te zien niet uit jouw ogen komt maar uit jouw brein zelf. Alleen dat kleine veranderlijke stukje waar je op focust wordt waargenomen, de rest komt uit het geheugen. En dit staat de 3D visie geheel niet in de weg.
Dat is niet helemaal waar. Het oog en de hersenen krijgen wel degelijk informatie binnen van het gehele visuele veld, maar alleen het midden wordt echt scherp waargenomen. Daar zit namelijk de fovea, de gele vlek, waar de concentratie kegels en daarmee de visuele acuïteit het hoogst is. Daaromheen neemt de concentratie kegels steeds meer af, waardoor het beeld dus steeds minder scherp wordt en minder kleurinformatie bevat (de verhouding van de concentratie van lichtgevoeliger maar monochroom waarnemende staafjes ten opzichte van die van kleurwaarnemende maar minder lichtgevoelige kegels neemt vanaf het midden van het netvlies toe), maar nog wel degelijk wordt waargenomen.
Je ogen en hersenen verwerken dat beeld echter, en geven het idee dat je in je gehele blikveld scherp ziet. Voor een deel wordt dat inderdaad beïnvloed door het geheugen, maar ook door hoe het menselijk oog en de verwerking van visuele informatie in de hersenen werkt.
Je kan je zelfs afvragen of 3D een afspiegeling is van de werkelijkheid of een projectie van het denken op de werkelijkheid. De werkelijkheid is niet zo recht toe recht aan als mensen denken, het is meer zo dat het denken vereenvoudigde voorstellingen op de werkelijkheid projecteert en wij daarin de werkelijkheid gaan vormgeven. Wij leren al vroeg op school de werkelijkheid als een soort 3-D grid te zien, en dus plaatst ons verstand alles wat wij zien in dit grid.
Omdat de hersenen de informatie verwerken heeft aangeleerd gedrag en denkprocessen zeker invloed op de waarneming van de werkelijkheid. Een mooi voorbeeld is
dit filmpje, waarin je als kijker een normaal gezicht ziet, terwijl het een hol masker is. Zo zijn er nog veel meer visuele illusies, zoals de bekende
Neckerkubus, de
Müller-Lyer-illusie, etc.
Het waarnemen van de werkelijkheid als een 3D-grid staat daar echter redelijk los van, en begint veel eerder dan op school, namelijk vanaf het moment dat we kunnen zien: de geboorte. Dat is een automatisch proces.
Wanneer je eenmaal geleerd hebt om iets om een bepaalde manier te interpreteren dan houdt het verstand daar aan vast. Daar zijn leuke proeven over gedaan. Een professor die een bril met spiegels opzette die alles onderste boven weergaven, zag na een paar dagen als weer gewoon rechtop. Toen hij de bril weer afzette, zag hij weer alles ondersteboven.
Dat is niet per se een voorbeeld van hoe het verstand alles wat wij ervaren beïnvloedt, maar ook van het aanpassingsvermogen van de hersenen, en hoe de hersenen dus juist niet altijd vast blijven houden aan aangeleerd gedrag.
In een ander, enigszins vergelijkbaar
onderzoek werden niet-blinde mensen een aantal dagen geblinddoekt. Normaal gesproken heeft de visuele cortex dan (vrijwel) geen informatie te verwerken. Na een aantal dagen bleek echter dat de visuele cortex taken van andere zintuigen had overgenomen, waardoor de testpersonen onder andere beter gingen voelen.
Wat jij ziet is wat jou hersens er van maken. Heel veel details, of een hele brede kijkhoek interpreteren de hersens als verhoogd realisme. Dan laten ze zich voor de gek houden en zien het als echt. Zelfs beelden weergeven op ongebruikelijke plaatsen waar de hersens ze niet verwachten is al genoeg om ze voor de gek te houden. De hersens lijken vooral te zoeken naar manieren om echt van onecht te onderscheiden, maar niet zo zeer op juiste verhoudingen te letten. Je hoeft ze alleen maar voor de gek te houden en ze denken dat het echt is.
Het is niet minder dan logisch dat beeld dat de werkelijkheid meer benadert ook als realistischer wordt ervaren.
Die straattekeningen werken vooral doordaat jij en ik ze nu op een tweedimensionaal vlak zien, waardoor het verschil tussen 'echte' voorwerpen met driedimensionale eigenschappen en 'platte' (2D) objecten niet direct te zien is.
Je hersenen nemen wel degelijk de verhoudingen waar; deze spelen een grote rol in waarneming. Doordat het beeld op een monitor of foto (nu nog) echter 2D is, is in feite een groot deel van de informatie weggehaald, waardoor onder andere de verhoudingen niet meer goed te zien zijn en de perceptie gemakkelijker is te beïnvloeden met dergelijke illusies.
Een bekend voorbeeld (wederom een illusie) van de invloed van verhoudingen op de waarneming is de
Ames-kamer.
Het kan echter goed zijn dat dit verschijnsel maar tijdelijk is totdat de hersens weer beter onderscheid leren maken.
'Dit verschijnsel' is simpelweg een gevolg van de manier waarop waarneming neurologisch gezien werkt.
Anders gezegd: Wat is een indrukwekkender, leukere ervaring: kijken naar een film met beeld en geluid van lage kwaliteit, of het idee hebben dat het 'echt' is waar je naar kijkt?
Met films (en tegenwoordig ook games) hebben mensen altijd gepoogd een uitvlucht uit de werkelijkheid te maken: een ervaring die je normaal gesproken niet zou hebben. Hoe realistischer je dat als kijker ervaart, hoe meer je in die ervaring opgaat en hoe minder moeite het kost om dat te doen.
[Reactie gewijzigd door Ghost Dog op vrijdag 24 februari 2012 13:47]
Realistisch én stereoscopisch. Schilderijen kunnen heel erg realistisch zijn, maar toch ervaar je ze niet als driedimensionaal, want het blijft een plat, stilstaand beeld.
Het door jou genoemde filmpje beweegt echter, waardoor één van de factoren die bijdragen aan de ervaring van 3D, namelijk parallax, zichtbaar is. Dat zorgt ervoor dat de kijker een perceptie van diepte krijgt.
Echt 3D is het echter niet, en dat ervaar je ook niet zo, eerder als 2,5D. Een ander mooi voorbeeld van parallaxwerking en de perceptie van diepte is
dit filmpje.
De perceptie van diepte (3D) hangt af van eerdergenoemde parallax, maar onder andere ook van binoculair beeld (in feite ook parallax, maar dan constant), scherptediepte, verhoudingen en beweging.
Zo een scherm wordt niet gebruikt om stilstaande beelden weer te geven, maar bewegende. De diepte ontstaat inderdaad door de beweging zoals hansg terecht opmerkt. Het gaat erom dat er meer realisme daarin wordt ervaren door de extra scherpte. Zo een scherm lijkt daardoor veel realistischer dan oudere schermen. Maar dat is in de onderlinge vergelijking, zodra je er aan went en niet meer vergelijkt is de ervaring niet veel anders.
Parallax speelt hier dan geen rol van betekenis, want we gaan het beeld die van verschillende kanten bekijken door ons hoofd te bewegen en bij bewegende beelden zal het minieme verschil tussen wat beide ogen waarnemen in het niet vallen t.o.v het verschil tussen de opeenvolgende beelden die steeds een andere kijkhoek laten zien.
Zogenaamde 3D schermen zijn evenmin echte 3D. Want bij echte 3D moeten je lensen scherpstellen op de afstand, bij een 3D scherm is dat niet het geval. Het zou pas echt 3D worden als het beeld ook de ruimte in beslag neemt die het in werkelijkheid in beslag neemt. Maar ook zonder dat laat ons brein zich voor de gek houden.
Dat is niet helemaal waar. Het oog en de hersenen krijgen wel degelijk informatie binnen van het gehele visuele veld, maar alleen het midden wordt echt scherp waargenomen. Daar zit namelijk de fovea, de gele vlek, waar de concentratie kegels en daarmee de visuele acuïteit het hoogst is. Daaromheen neemt de concentratie kegels steeds meer af, waardoor het beeld dus steeds minder scherp wordt en minder kleurinformatie bevat (de verhouding van de concentratie van lichtgevoeliger maar monochroom waarnemende staafjes ten opzichte van die van kleurwaarnemende maar minder lichtgevoelige kegels neemt vanaf het midden van het netvlies toe), maar nog wel degelijk wordt waargenomen.
Je ogen en hersenen verwerken dat beeld echter, en geven het idee dat je in je gehele blikveld scherp ziet. Voor een deel wordt dat inderdaad beïnvloed door het geheugen, maar ook door hoe het menselijk oog en de verwerking van visuele informatie in de hersenen werkt.
Waar beweer ik dat de ogen niet het hele visuele veld waarnemen? Focussen is wat de ogen doen, uit hersenonderzoek blijkt dat de hersens veel meer doen. Ze filteren, ze zijn vooral gedesinteresseerd in bepaalde informatie, niet enkel alles wat scherp is. De ogen gaan druk op en neer tussen die facetten die ze belangrijk vinden. De rest verzinnen ze erbij uit eerdere ervaringen.
Omdat de hersenen de informatie verwerken heeft aangeleerd gedrag en denkprocessen zeker invloed op de waarneming van de werkelijkheid. Een mooi voorbeeld is
dit filmpje, waarin je als kijker een normaal gezicht ziet, terwijl het een hol masker is. Zo zijn er nog veel meer visuele illusies, zoals de bekende
Neckerkubus, de
Müller-Lyer-illusie, etc.
Het waarnemen van de werkelijkheid als een 3D-grid staat daar echter redelijk los van, en begint veel eerder dan op school, namelijk vanaf het moment dat we kunnen zien: de geboorte. Dat is een automatisch proces.
Dat laatste is niet zo. Wat wij aanleren lijkt vanzelfsprekend, maar daarom is het nog niet aangeboren.
Dat is niet per se een voorbeeld van hoe het verstand alles wat wij ervaren beïnvloedt, maar ook van het aanpassingsvermogen van de hersenen, en hoe de hersenen dus juist niet altijd vast blijven houden aan aangeleerd gedrag.
In een ander, enigszins vergelijkbaar
onderzoek werden niet-blinde mensen een aantal dagen geblinddoekt. Normaal gesproken heeft de visuele cortex dan (vrijwel) geen informatie te verwerken. Na een aantal dagen bleek echter dat de visuele cortex taken van andere zintuigen had overgenomen, waardoor de testpersonen onder andere beter gingen voelen.
Dat is maar hoe je het bekijkt. De hersens proberen het eerder beeld te herstellen. Daarom gaan ze alles omdraaien. Als jij de bril niet opzet doen ze dat niet, want er is niets om naar terug te keren. Jouw voorbeeld is een waarin het de hersens onmogelijk wordt gemaakt om vast te houden aan aangeleerd gedrag. Maar wat gebeurde er toen ze de blinddoek weer afzetten? Precies, ze keerden weer terug naar het eerdere gedrag.
Het is niet minder dan logisch dat beeld dat de werkelijkheid meer benadert ook als realistischer wordt ervaren.
Die straattekeningen werken vooral doordaat jij en ik ze nu op een tweedimensionaal vlak zien, waardoor het verschil tussen 'echte' voorwerpen met driedimensionale eigenschappen en 'platte' (2D) objecten niet direct te zien is.
Je hersenen nemen wel degelijk de verhoudingen waar; deze spelen een grote rol in waarneming. Doordat het beeld op een monitor of foto (nu nog) echter 2D is, is in feite een groot deel van de informatie weggehaald, waardoor onder andere de verhoudingen niet meer goed te zien zijn en de perceptie gemakkelijker is te beïnvloeden met dergelijke illusies.
Een bekend voorbeeld (wederom een illusie) van de invloed van verhoudingen op de waarneming is de
Ames-kamer.
De werkelijkheid is niet logisch, het denken projecteert deze logica op de werkelijkheid, dat is iets anders. Verklaringen geven is geen enkel probleem, het denken doet niets anders. Jouw verklaringen liggen gewoon in het verlengde van het denkmodel dat wij op de werkelijkheid projecteren. Als het past noemen wij het logisch. Maar bewijzen doet deze logica niet.
'Dit verschijnsel' is simpelweg een gevolg van de manier waarop waarneming neurologisch gezien werkt.
Anders gezegd: Wat is een indrukwekkender, leukere ervaring: kijken naar een film met beeld en geluid van lage kwaliteit, of het idee hebben dat het 'echt' is waar je naar kijkt?
Met films (en tegenwoordig ook games) hebben mensen altijd gepoogd een uitvlucht uit de werkelijkheid te maken: een ervaring die je normaal gesproken niet zou hebben. Hoe realistischer je dat als kijker ervaart, hoe meer je in die ervaring opgaat en hoe minder moeite het kost om dat te doen.
Je denkt erg feitelijk. Met een goed boek kan je dezelfde vlucht maken zonder scherm. De beelden worden dan zonder enige visuele ondersteuning ingevuld. In veel opzichten is het zelfs bevrijdender omdat je verbeelding meer ruimte heeft. Een boek kan zo veel indrukwekkender zijn dan de film. Vaak valt een film na het boek gelezen te hebben tegen. Betere kwaliteit maakt de waarnemer vooral passiever. Bijna alle vooruitgang die proberen te bereiken met technologie is er op gericht de gebruiker passiever te maken. Het apparaat nemen dingen van ons over, maar bindt ons wel aan het apparaat.
[Reactie gewijzigd door Magalaan op zaterdag 25 februari 2012 00:12]
Parallax speelt hier dan geen rol van betekenis, want we gaan het beeld die van verschillende kanten bekijken door ons hoofd te bewegen en bij bewegende beelden zal het minieme verschil tussen wat beide ogen waarnemen in het niet vallen t.o.v het verschil tussen de opeenvolgende beelden die steeds een andere kijkhoek laten zien.
Ik weet niet precies wat je hiermee wil zeggen, maar mijn punt was dat de ervaring van diepte in het filmpje dat je noemde
juist wordt veroorzaakt door parallax. Deze parallax ontstaat echter door de beweging van de camera, niet van de kijker.
Waar beweer ik dat de ogen niet het hele visuele veld waarnemen?
Hier:
Alleen dat kleine veranderlijke stukje waar je op focust wordt waargenomen, de rest komt uit het geheugen.
Dat klopt dus niet echt, want je ziet (en dan bedoel ik zien met je ogen, niet het bewuste waarnemen) dus wel meer dan waar je focus op ligt, alleen niet zo scherp als meestal ervaren. Dat dit zo is komt door de manier waarop visuele informatie wordt verwerkt, en die verwerking begint al in de ogen.
Focussen is wat de ogen doen, uit hersenonderzoek blijkt dat de hersens veel meer doen. Ze filteren, ze zijn vooral gedesinteresseerd in bepaalde informatie, niet enkel alles wat scherp is. De ogen gaan druk op en neer tussen die facetten die ze belangrijk vinden. De rest verzinnen ze erbij uit eerdere ervaringen.
De hersenen zijn voortdurend aan het filteren en bepalen zo wat je bewust waarneemt. Een mooi voorbeeld is
hier te zien. Tel hoe vaak de bal wordt overgespeeld door de spelers in het wit
(en kijk het filmpje af!
).
Je ogen gaan continu heen een weer, zelfs als je het idee hebt dat je blik niet verandert. Tijdens deze saccades ben je zelfs heel even blind, terwijl je dat niet doorhebt. Ook heb je in beide ogen een blinde vlek, terwijl je je daar in het dagelijks leven absoluut niet bewust van bent. Dat je dat soort dingen niet merkt komt inderdaad door de manier waarop zintuiglijke informatie verwerkt wordt.
Voor alle zintuigen geldt dat er al filtering en andere verwerking plaatsvindt vanaf het moment dat een externe stimulus wordt omgezet in een interne reactie, dus in het zintuig. Dat is voor het overgrote deel biologisch bepaald, en voor een klein deel mogelijk ook
cultureel.
Dat laatste is niet zo. Wat wij aanleren lijkt vanzelfsprekend, maar daarom is het nog niet aangeboren.
Dat zeg ik ook juist niet. Vanaf het moment dat een kind geboren wordt is het aan het leren (en zelfs daarvoor al). Dat is een zeer complex proces met verschillende duidelijke stadia, die voor het merendeel niet cultureel bepaald zijn, maar biologisch.
Zo is bij een experiment met kittens
aangetoond dat het waarnemen van horizontale of verticale lijnen aangeleerd (maar wel genetisch en neurologisch bepaald) is.
De werkelijkheid is niet logisch, het denken projecteert deze logica op de werkelijkheid, dat is iets anders. Verklaringen geven is geen enkel probleem, het denken doet niets anders. Jouw verklaringen liggen gewoon in het verlengde van het denkmodel dat wij op de werkelijkheid projecteren. Als het past noemen wij het logisch. Maar bewijzen doet deze logica niet.
Wat wil je hiermee precies zeggen?
Het doel van wetenschap is het doorgronden van de werkelijkheid. Zonder logica en causaliteit is er niets aan te tonen. Logica bewijst juist wel. Als je het dan alsnog echter niet eens bent met het bewezene lijkt dat me vooral aan de grondslagen ervan te liggen, of op metafysisch gebied, waarover per definitie niets te bewijzen is.
Het ging mij vooral om de bewering dat diepte er 'vanzelf' bij wordt verondersteld als het beeld maar gedetailleerd genoeg is en waarneming zo cultureel bepaald is. Daar ben ik het als gedeeltelijke psycholoog vanuit wetenschappelijke overwegingen niet mee eens.
Betere kwaliteit maakt de waarnemer vooral passiever. Bijna alle vooruitgang die proberen te bereiken met technologie is er op gericht de gebruiker passiever te maken. Het apparaat nemen dingen van ons over, maar bindt ons wel aan het apparaat.
Technologie heeft als doel het de mens gemakkelijker te maken. Dat betekent inderdaad dat het de mens dingen uit handen kan nemen en zo passiever kan maken (denk aal Wall-E). Dat is echter geen noodzakelijk gevolg. Technologie kan net zo goed nieuwe activiteiten mogelijk maken door verbetering ervan.
Wat betreft media en entertainment denk ik dat de technologie er vooral op gericht is de ervaring immersiever te maken, niet per se passiever. Sterker nog, de beleving van games en de besturing daarvan wordt met apparaten als de Wii, Kinect, Move, etc. juist steeds actiever.
[Reactie gewijzigd door Ghost Dog op vrijdag 24 februari 2012 23:29]