"..omdat een '1' ergens vanwege 'jitter' op je hard-disk in een '0' was veranderd?"
Dat is niet wat er gebeurt met jitter. Het punt met audio is dat de factor tijd wordt vergeten. Bij het inlezen van een word document hoef je geen rekening te houden met tijd, want je document wordt niet ''real time" weer gegeven.
Heel kort de bocht is het als volgt.
Opname apparatuur heeft een interne clock-generator. Eentje die heel erg duur is en redelijk precies de tijdsinteval weergeeft. Stel je voor dat je nu een geluidsgolf hebt van 3 punten (ok daar maak je geen mooie geluidsgolf mee, maar ach, het is een voorbeeld). De tijdsinterval is standaard en is in mijn voorbeeld 0.010 sec (normaal is dat 0,0000226sec als ik het goed heb).
Punt 1 is 0db en is (volgens de opname apparatuur) op 0.000 sec
Punt 2 is 10db en is op 0.010 sec
Punt 3 is 0db en is op 0.020 sec
Opdat moment wordt op je cd, dvd, mp3, whatever genoteerd waar het punt is, en hoe hoog zijn amplitude is.
Nu ga jij het cdtje, dvd, whatever afspelen op jouw DVD speler die aan je versterker hangt. Je DVD speler gaat de CD inlezen en zegt tegen je versterker "punt 1 is 0db, punt 2 is 10 db punt 3 is 0 db.
Vervolgens ziet jou versterker dat binnenkomen en gaat proberen het signaal te reconstrueren. Maar! Jouw versterker heeft geen dure clock-generator en genereert ipv 0.000, 0.010 en 0.020 de volgende geluidsgolf parameters:
Punt 1 is 0db en is op 0.002 sec
Punt 2 is 10 db en is op 0.009 sec
Punt 3 is 0 db en is op 0.022 sec
Je hebt nu een golf gecreerd die niet identiek is aan de geluisdgolf die in de opname studio was en kan dus anders klinken.
Voila! Jitter heel kort uitgelegd

[Reactie gewijzigd door MaxxMark op maandag 7 december 2009 17:31]
Het ding met jitter is dat het op papier allemaal heel leuk klinkt (of juist niet dus), maar in de praktijk blijkt het effect echt verwaarloosbaar/onmeetbaar.
Neem DVD audio. 48000Hz. Zelfs een DAC met 5% jitter (wat enorm veel is; in de praktijk zal het eerder 0.1% of zelfs 0.01% zijn) heeft dan slechts een
maximale 'afwijking' van
1/48000 * 0.05 * 1/32 (32 bits per sample) = 3,25 x 10 -8s (32.5 nanoseconden) per bit. En dus niet 0,001s. Je zult dus hoogst-waarschijnlijk nog eerder de invloed van het aard-magnetisch veld op je apparatuur/muziek horen, dan het effect van dit soort jitter.
Maar los van dat feit: Een DVD wordt natuurlijk nooit geheel jitter-vrij geproduceerd. Er zal ongetwijfeld ook een afwijking te vinden zijn in de afstand tussen de individuele putjes op de DVD-schijf zelf. Om over onregelmatigheden veroorzaakt tijdens het opnameproces nog maar te zwijgen... M.a.w.: wat heeft het voor zin om een lagere jitter te hebben dan de apparatuur waarmee de DVD is gefabriceerd?
1.43 x 1.25 = 1.79, en niet 1.7875. Waarom? Omdat je eindresultaat nooit een kleinere fout-marge kan hebben dan de gezamelijke fout-marges van je beginwaarden.
Je zou met wetenschappelijke apparatuur dus nooit of te nimmer het effect van 'minder' jitter kunnen aantonen, wanneer dat 'effect' wordt weggeblazen door de hogere graad van jitter en ruis in de oorspronkelijke opname en/of het productieproces. Laat staan dat dit met het blote oor hoorbaar zou zijn.
Maar nogmaals, muziek is geen exacte wetenschap, en psychoacoustiek en/of muziekbeleving is veel belangrijker dan de koude cijfertjes (vandaar helaas ook de huidige
Loudness-Wars 
); Als jij meer geniet van je muziek dankzij super-dure, jitter-vrije apparatuur en kabels, en je hebt er het geld voor over, dan staat natuurlijk niets je in de weg.
Maar probeer iets wat dan eigenlijk gewoon op 'smaak', 'persoonlijke voorkeur' en 'lifestyle' neerkomt, dan niet met pseudo-wetenschappelijke argumenten te onderbouwen. Want nogmaals: écht wetenschappelijk is er op dit gebied (en dan bedoel ik even de absurd prijzige high-end audio apparatuur en het effect ervan op de weergave-kwaliteit) nog nooit echt iets concreet meetbaars aangetoond.
[Reactie gewijzigd door tofus op maandag 7 december 2009 19:49]
Een analoge toon is een sinus. Een digitale toon is een sinus opgebouwd uit trapjes. Een goede d/a converter kan van die trapjes een egale sinus maken zonder bijeffecten. Door Jitter liggen de 'meetpunten' niet exact waar ze bedoeld zijn. Dit maakt de toon (theoretisch) dus ook minder zuiver.
M.a.w.: wat heeft het voor zin om een lagere jitter te hebben dan de apparatuur waarmee de DVD is gefabriceerd?
Theoretisch moet je de foutmarges bij elkaar optellen. Als er bij productie een afwijking is van gemiddeld 5% en tijdens het afspelen opnieuw een gemiddelde afwijking van ook 5% is dit in totaal ~9%.
Je zou met wetenschappelijke apparatuur dus nooit of te nimmer het effect van 'minder' jitter kunnen aantonen, wanneer dat 'effect' wordt weggeblazen door de hogere graad van jitter en ruis in de oorspronkelijke opname en/of het productieproces. Laat staan dat dit met het blote oor hoorbaar zou zijn.
Als je wetenschappelijke apparatuur hebt moet het geen probleem zijn om het verschil aan te tonen tussen een originele opname afgespeeld op apparatuur met 0% jitter en de opname afgespeeld op minder goede apparatuur met 5% jitter.
Theoretisch is het dus wel degelijk onderbouwd. In de praktijk is het inderdaad de vraag, ik hoor het zelf dan ook niet.
[Reactie gewijzigd door frankrox op maandag 7 december 2009 21:36]
Je mag in je berekening natuurlijk niet delen door het aantal bits... dat is namelijk een signaal niveau, en niet een tijdseenheid. Die 32ns van jou zijn dus 1 microseconde.
Verder is heeft jitter niets te maken met hoe de DVD schijf gemaakt wordt. De afstand tussen de putjes op de DVD zijn totaal niet interessant. De sampling afstand wordt bepaald door de ingestelde sample rate (48kHz) en niet door de afstand tussen de putjes. NB: de DVD data kan ook gewoon op een harde schijf staan!