Er is sprake van koppelverkoop, wanneer de leverancier de verkoop van een bepaald product afhankelijk stelt van de koop van een ander, onderscheiden product van de leverancier of van iemand die door de leverancier is aangewezen. Het eerste product wordt het „koppelende” product genoemd, en het tweede het „gekoppelde” product.
Vaak verkoopt de leverancier het koppelende product voor een laag bedrag en maakt de winst op het gekoppelde product. Sprekende voorbeelden zijn de verkoop van cartridges (gekoppelde product) bij printers (koppelende product) en scheermesjes (gekoppelde product) bij krabbertjes (koppelende product). Het kan echter ook zijn, dat een product het niet zonder zijn koppelverkoop kan stellen: je zou vreemd opkijken wanneer een schoen zonder schoenveters verkocht zou worden.
In een aantal gevallen is koppelverkoop in Nederland verboden op grond van de Mededingingswet (art. 24 ev.[1]). Daarvoor is, volgens de jurisprudentie, in het algemeen het volgende noodzakelijk:
1. Ten eerste moet het gaan om afzonderlijke producten die gekoppeld worden. Er moet, met andere woorden, een afzonderlijke markt bestaan voor de beide producten en die producten moeten voor consumenten ook gezien worden als onderscheidende producten.
2. Ten tweede moet er (vanzelfsprekend) sprake zijn van koppeling, het ene product moet direct of indirect vast zitten aan het andere product.
3. Ten derde moet er sprake zijn van een machtspositie van de leverancier, de leverancier van het koppelende product moet bijvoorbeeld een "aanzienlijke marktmacht" hebben.
4. De vierde eis is dat er een substantieel deel van de markt door de koppeling wordt aangetast.
In België (De Wet op de handelspraktijken, Afdeling 5 [2]) is de wetgeving op dit vlak veel strenger. Zo is het niet toegestaan om GSM's uitsluitend samen met een bepaald telefonie-abonnement te verkopen, wat in Nederland wel kan. Zo zal het niet mogelijk zijn dat de Apple iPhone enkel met een (Proximus-) GSM-abonnement zal verkrijgbaar zijn.
Hangt op de grens van puntje 4 in geval van Nederland

puntje 4 is nogal een ruim begrip in mijn ogen
B.T.W. bron wikipedia

In een aantal gevallen is koppelverkoop in Nederland verboden op grond van de Mededingingswet (art. 24 ev.[1]). Daarvoor is, volgens de jurisprudentie, in het algemeen het volgende noodzakelijk:
Ik betwijfel dat het alleen die 4 punten zijn. Digitale kabeltelevisie in Nederland en Vlaanderen is vrijwel altijd gekoppelt aan een "goedgekeurde" decoder.
1. Dat het 2 losse produkten zijn is duidelijk: je hebt de dienst, TV, en je hebt de ontvanger die je kan kopen van ieder willekeurig merk. Je kan diverse apparaten met diverse functionaliteit/kwaliteit/prijs kopen. Moet je helemaal zelf weten wat je koopt. In analoge tuners had je ook altijd de keus.
2. De koppeling is duidelijk: Zesko, UPC en consorten doen hun uiterste best om te zorgen dat alleen "goedgekeurde" decoders de smartcards accepteren.
3. Het marktaandeel van de kabelaars in VL/NL is enorm.
4. Alle producenten van niet-goedgekeurde DVB-C ontvangers worden benadeeld. Is dat deel van de markt groot genoeg?
Overduidelijk een geval dat aan alle vier de punten doet, en toch kunnen ze het geheel ongestraft doen. Die 4 punten zijn dus niet het enige.